[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
gedaan ter verbetering van de uitspraak van deze rechtbank van 7 juli 2026, zaaknummer SGR 24/23, inzake het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 10 november 2023.
De uitspraak
1. De rechtbank heeft in deze zaak op 7 juli 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:20110) uitspraak gedaan. Nadien is de rechtbank gebleken dat in dezelfde zaak op 8 juli 2025 door deze rechtbank reeds uitspraak was gedaan (zaaknummer SGR 23/8494, ECLI:NL:RBDHA:2025:13227). Deze laatstgenoemde uitspraak is inmiddels onherroepelijk. Er is dus door de rechtbank twee keer in dezelfde zaak een uitspraak gedaan.
2. De rechtbank stelt vast dat de beslissing in de uitspraak van 7 juli 2026 berust op een misslag. Hiertoe overweegt zij dat het niet voor redelijke twijfel vatbaar is en dat het voor derden duidelijk is dat tegen één uitspraak op bezwaar twee beroepen zijn ingediend die betrekking hebben op dezelfde naheffingsaanslag waarbij dezelfde personenauto het voorwerp van geschil is. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat de uitspraak van 7 juli 2026 relatief eenvoudig te corrigeren is, omdat een tweede beroep nadat in dezelfde zaak reeds een uitspraak onherroepelijk is geworden, tot niet-ontvankelijkheid leidt (vgl. conclusie van de P-G, ECLI:NL:PHR:2025:1215, r.o. 4.8).
3. Herstel van deze misslag brengt mee dat de rechtsoverwegingen 6 tot en met 38 komen te vervallen en dat het dictum van de uitspraak van 7 juli 2026 als volgt komt te luiden:
“De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.”
Dat betekent dat, naast vermindering van de naheffingsaanslag, ook de toekenning van nevenvorderingen en vergoeding voor immateriële schade komen te vervallen.
Beslissing
De rechtbank herstelt de uitspraak van 7 juli 2026, zaaknummer SGR 24/23, op de hiervoor onder 3. vermelde wijze.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van mr. F.C. Claushuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op: