[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa
(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het COa van 8 oktober 2024 om aan eiser een ROV-3 maatregel op te leggen. Die maatregel houdt in dat het COa gedurende vier weken het leefgeld van € 14,47 per week inhoudt.
Eiser heeft een beroepschrift ingediend dat op 8 november 2024 is ontvangen.
Het COa heeft op 3 november 2025 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van het COa deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Het feitenonderzoek van het COa
Waar gaat deze zaak over?
2. Het COa heeft aan eiser een ROV-3 maatregel opgelegd. Deze maatregel houdt in dat met ingang van 8 oktober 2024 viermaal de wekelijkse vergoeding van € 14,47 wordt ingehouden. De aanleiding voor het opleggen van deze maatregel is dat eiser op 7 oktober 2024 fysieke en verbale agressie tegen een medebewoner heeft getoond en daarmee de huisregels heeft overtreden. Het COa en eiser hebben hierover op 8 oktober 2024 een gesprek gevoerd. Dit gesprek heeft voor het COa geen aanleiding gegeven om een ander standpunt in te nemen.
3. Uit het incidentenverslag van 8 oktober 2024 blijkt dat op 7 oktober 2024 een geweldsincident heeft plaatsgevonden op de buitenplaats van de opvanglocatie waar eiser op dat moment verbleef. In het verslag staat vermeld dat een medewerker ziet dat een medebewoner op eiser afloopt om verhaal te halen over klachten. Dit leidt tot een woordenwisseling tussen beiden. Verder blijkt uit het verslag dat de betreffende medebewoner met zijn handen een beweging maakt dichtbij het gezicht van eiser, waarop eiser reageert met: "Don't get too close to me" en zijn hand recht voor zich uitsteekt om afstand te bewaren tussen hem en de medebewoner. Hierop reageert de medebewoner met: "I don't care", waarna de bewoners elkaar binnen een fractie van een seconde bespringen, aldus het verslag. Ook blijkt dat beveiliging en enkele collega’s van het COa tussen hen inspringen om verdere escalatie te voorkomen. Om de situatie onder controle te houden, wordt eiser meegenomen naar de spreekkamer door medewerkers van het COa, en wordt de politie ingeschakeld, die de betreffende medebewoner meeneemt naar het politiebureau.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de opgelegde maatregel en stelt dat deze ten onrechte is opgelegd. Hij betoogt dat hij uit zelfbescherming heeft teruggeslagen en wijst erop dat hij meerdere klachten heeft ingediend over de overlast van de betreffende medebewoner en dat hij vaak heeft gewaarschuwd dat het uit de hand zou kunnen lopen. Omdat er geen maatregelen zijn genomen, is eiser ongewild in deze situatie terechtgekomen. Om die reden is het volgens eiser niet proportioneel om aan hem een ROV-3 maatregel op te leggen en eist hij compensatie voor de geleden schade.
Wat vindt het COa in beroep?
5. Het COa stelt zich op het standpunt dat aan eiser terecht een ROV-3 maatregel is opgelegd, omdat het door eiser vertoonde gedrag onacceptabel is. Het aangaan van een gevecht met een medebewoner wordt volgens het Maatregelenbeleid aangemerkt als agressief gedrag met middelgrote impact en wordt niet getolereerd. Eiser koos ervoor het gevecht aan te gaan met de betreffende medebewoner, en de gevolgen daarvan zijn voor zijn eigen rekening en risico. Indien voor dergelijk gedrag geen maatregel wordt opgelegd, is het onmogelijk om de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid voor bewoners op de locatie te kunnen waarborgen. Het opleggen van de ROV-3 maatregel acht het COa daarom proportioneel.
Heeft het COa een ROV-3 maatregel aan eiser mogen opleggen en is deze maatregel proportioneel?
Het juridisch kader
6. Het COa verstrekt op grond van artikel 9 van de Rva aan asielzoekers in een opvanglocatie een financiële toelage. Op grond van artikel 5 van de Wet COA en artikel 10 van de Rva is het COa bevoegd om deze verstrekkingen te onthouden. Het COa kan dit doen als de asielzoeker niet voldoet aan de in artikel 19 van de Rva genoemde verplichtingen. Hieronder valt, onder meer, de verplichting tot het naleven van de huisregels van een opvanglocatie en gevolg geven aan de aanwijzingen van het personeel van een opvanglocatie. In het Maatregelenbeleid COA is neergelegd hoe het COa een dergelijke maatregel kan opleggen. Daarin worden verschillende impactniveaus onderscheiden, die hieronder voor de volledigheid worden weergegeven.
Om een idee te geven wat er onder de verschillende impactniveaus wordt verstaan volgen hieronder een aantal voorbeelden (niet limitatief).
[…]
Middelgrote impact
– Overtreden huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden lichte schade ondervinden en/of licht gevaar lopen, zoals:
o roken in een gezamenlijke woonruimte en leefomgeving;
o penbaar dronkenschap;
o niet schoonhouden van de gezamenlijke woonruimte en leefomgeving.
– Agressie en geweld met een kleine impact, zoals:
o algemene discriminerende uitlatingen in een openbare ruimte (niet op de persoon gericht);
o woordenwisseling;
o kleine ruzie.
Grote impact
− Overtreden huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden grote schade ondervinden en/of groot gevaar lopen, zoals:
o ernstige nalatigheid in het schoonhouden van de eigen of gezamenlijke woonruimte of leefomgeving, waarbij de volksgezondheid in gevaar komt;
o afplakken van de rookmelder.
− Agressie en geweld tegen medebewoners en/of derden met een grote impact, zoals:
o discriminatie op grond van iemands geloofsovertuiging, huidskleur, afkomst, seksuele identiteit etc.;
o gedrag met als doel de ander te kleineren of te bedreigen;
o gedrag met als doel de ander fysieke schade toe te brengen.”
Het oordeel van de rechtbank
7. De rechtbank overweegt dat uit het incidentenverslag van 8 oktober 2024 blijkt dat de aanleiding voor het opleggen van een ROV-3-maatregel het fysieke geweld van eiser tegen een medebewoner betreft. De rechtbank gaat uit van de gang van zaken zoals die in het incidentenverslag is opgenomen. Uit het verslag maakt de rechtbank op dat eiser het geweld niet heeft geïnitieerd, maar dat de woordwisseling is geëscaleerd tot een situatie waarin beide partijen elkaar besprongen, waardoor er sprake was van geweld. De rechtbank is van oordeel dat het COa het gedrag van eiser terecht heeft kunnen kwalificeren als een incident van middelgrote impact, hetgeen het opleggen van een ROV-3-maatregel rechtvaardigt. De rechtbank zal dit in de volgende overweging nader toelichten.
Het feitenonderzoek van het COa wordt door eiser niet betwist, zodat de gang van zaken niet in geschil is. Hiermee staat vast dat eiser door het toepassen van geweld in strijd met de huisregels heeft gehandeld. De rechtbank merkt op dat de huisregels tot doel hebben de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid te waarborgen door het COa dat opvang biedt aan een omvangrijke groep bewoners. Uit het incidentenverslag blijkt dat beveiliging en medewerkers van het COa tijdens het geweldsincident moesten ingrijpen en dat de politie werd ingeschakeld. Het geweldsincident zelf, alsook de daaropvolgende acties, brengen de nodige impact mee. Op zitting heeft het COa hierover benadrukt dat, als hiertegen geen maatregel wordt opgelegd, de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid voor de bewoners wordt ondermijnd. De rechtbank kan deze uitleg goed volgen. Ook heeft het COa op zitting desgevraagd toegelicht dat het voorval, gezien de impact ervan, onder 'grote impact' gewaardeerd had kunnen worden, wat zelfs had kunnen leiden tot het opleggen van een zwaardere maatregel, te weten een ROV-4 of ROV-5 maatregel. Het COa heeft in plaats daarvan gekozen voor een kwalificatie van 'middelgrote impact', waarbij een ROV-2 of ROV-3 maatregel opgelegd kan worden. De rechtbank leidt hieruit af dat in het geval van eiser een afweging is gemaakt waarbij rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden waaronder het geweld heeft plaatsgevonden. Daarmee is de rechtbank, net als het COa, van oordeel dat de aan eiser opgelegde ROV-3 maatregel proportioneel is. Het standpunt van eiser wordt daarom niet gevolgd.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit en daarmee de opgelegde ROV-3 maatregel in stand blijven. Er zijn geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.