ECLI:NL:RBDHA:2026:32158

ECLI:NL:RBDHA:2026:32158

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer NL26.31593 en NL26.31594
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Marokko, identiteit niet aangetoond, geen risico bij terugkeer, beroep ongegrond, vovo afgewezen.

Uitspraak

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1992, van Marokkaanse nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

(gemachtigde: mr. E.M. den Hollander).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de kennelijke ongegrondverklaring van zijn aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiser heeft op 15 februari 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 4 juni 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 17 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas

2. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij in 2010 een incident heeft meegemaakt waarbij hij bij een vechtpartij betrokken is geraakt in Marokko. Een persoon genaamd [persoon 1] heeft een derde persoon neergestoken genaamd [persoon 2] . Eiser heeft [persoon 1] geslagen met een houten voorwerp. Eiser is vervolgens in aanraking gekomen met justitie, maar hij is vrijgesproken. [persoon 1] is opgepakt maar is inmiddels vrijgekomen en op zoek naar eiser. Daarnaast heeft eiser zich in 2019, na zijn vertrek uit Marokko, afgekeerd van de Islam. Bij terugkeer vreest eiser voor problemen vanwege zijn afvalligheid.

Bestreden besluit

Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven:

identiteit, nationaliteit en herkomst;

problemen vanwege de vechtpartij in Marokko;

eisers afvalligheid.

De minister heeft de nationaliteit en herkomst van eiser en zijn afvalligheid geloofwaardig geacht. De identiteit van eiser is ongeloofwaardig, omdat eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd en hier geen goede verklaring voor heeft. De problemen van eiser vanwege de vechtpartij zijn ook ongeloofwaardig. Ook hiervoor heeft eiser zonder goede verklaring geen documenten overgelegd en eiser heeft inconsistent over de gebeurtenis verklaard. Tot slot leidt de geloofwaardig geachte afvalligheid van eiser niet tot een gegronde vrees voor vervolging.

Identiteit

De gemachtigde van eiser heeft op de zitting aangevoerd dat eiser heeft geprobeerd om een document te verkrijgen om zijn identiteit te onderbouwen, maar dat is niet gelukt. Zijn identiteitsbewijs is namelijk in Italië achtergebleven en het is niet gelukt deze naar Nederland te krijgen. Tevens is het overgelegde vonnis van de rechtbank een onderbouwing van zijn identiteit.

De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser geen bewijs heeft overgelegd om aan te tonen dat hij heeft geprobeerd identificerende documenten te verkrijgen. Verder heeft eiser eerst verklaard dat zijn identiteitsbewijs in Duitsland is gestolen, maar hij heeft geen bewijs van aangifte daarvan overgelegd en deze uitleg strookt niet met hetgeen op de zitting door de gemachtigde van eiser is aangevoerd. Daarnaast heeft eiser ondanks zijn lange verblijf in Europa geen inspanningen verricht om zijn identiteit aan te tonen. Tot slot heeft eiser niet met stukken onderbouwd dat zijn identiteitsbewijs in Italië is achtergebleven. De beroepsgrond slaagt niet.

Problemen vanwege de vechtpartij

Eiser voert aan dat de minister zijn problemen vanwege de vechtpartij ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser was namelijk niet in staat om de documenten, die hij digitaal in het bezit heeft op zijn telefoon, in een eerdere fase in de procedure over te leggen. In beroep heeft eiser een vonnis van de rechtbank in Marokko overgelegd. Daarnaast heeft eiser wel degelijk gedetailleerd en consistent verklaard over de problemen die hij in Marokko heeft ervaren voor zijn vertrek. Het enkele feit dat er in het rapport de ene keer ‘knuppel’ en de andere keer ‘houten stok’ wordt genoemd als voorwerp waarmee is geslagen, is niet een dermate groot verschil dat op basis van dit enkele punt het gehele asielmotief ongeloofwaardig geacht kan worden. Met betrekking tot zijn woonplaats heeft eiser altijd verklaard dat hij ingeschreven heeft gestaan op het adres van zijn moeder. Dit is daarom ook zijn laatste officiële woonplaats. De minister heeft in het bestreden besluit nagelaten daarop in te gaan. Daarnaast is het voor eiser pas duidelijk geworden dat hij asiel aan moest vragen na de aanval in Italië in opdracht van de veroordeelde man.

De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van eiser vanwege de vechtpartij terecht ongeloofwaardig heeft geacht. De overgelegde vertaling van het vonnis dat eiser heeft overgelegd, is niet compleet, waardoor de rechtbank niet de inhoud van het gehele vonnis heeft kunnen lezen. Daarnaast had het op de weg van eiser gelegen om in de correcties en aanvullingen aan te geven dat er verwarring is ontstaan over de woorden ‘knuppel’ en ‘houten stok’. Verder heeft eiser verklaard dat hij tot 2013 bij zijn moeder in Fez heeft gewoond, maar heeft hij ook verklaard dat hij in 2010 naar Nador is gegaan om daar onder te duiken. Deze verschillende verklaringen stroken niet met elkaar. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht aan eiser tegenwerpt dat hij pas twaalf jaar na zijn aankomst in Europa asiel heeft aangevraagd. Dit ondermijnt de behoefte van eiser aan internationale bescherming. De stelling van eiser dat hij pas bescherming nodig had na de aanval in Italië doet hier niet aan af. Eiser heeft namelijk niet aangetoond dat hij daadwerkelijk aangevallen is in Italië en heeft ook geen aangifte van de aanval overgelegd. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij in 2013 is vertrokken uit Marokko vanwege zijn problemen. De beroepsgrond slaagt niet.

Risico bij terugkeer

Eiser kan zich niet verenigen met het standpunt van verweerder dat hij niet atheïst is geworden. Eiser heeft duidelijk verklaard dat hij niet gelooft dat er een god bestaat. Door dit aan eiser tegen te werpen, zonder erop door te hebben gevraagd in het nader gehoor, is sprake van een schending van de samenwerkingsverplichting. Eiser is tevens van mening dat hij vanwege zijn atheïsme bij terugkeer slachtoffer zal worden van handelingen als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Dat verweerder verwacht dat eiser bij terugkeer zijn atheïsme geheimhoudt, is tevens in strijd met het arrest X en Y.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer geen risico loopt op handelingen als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De vrijheid van religie, vrijheid van gedachten en vrijheid van expressie en samenkomen, zijn in Marokko namelijk verankerd in de grondwet, waarmee het zijn van een niet-moslim niet strafbaar is volgens de wet. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende tegen dit standpunt ingebracht. Eiser heeft niet gewezen op landeninformatie die een ander beeld schetst voor personen met zijn profiel. Ook heeft eiser niet nader onderbouwd dat de problemen van dien aard zijn dat op basis van wat eiser heeft verteld wel sprake zou zijn van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Nu op het beroep is beslist bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.31593:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.31594:

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. B. Kingma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan, voor zover het betreft de beslissing op het beroep, hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. Kingma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand