RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.59828
V-nummer [v-nummer]
geboren op [geboortedag] 1994, van Indiase nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. J.B. Bierbach),
en
Procesverloop
1. Verzoekster heeft op 4 september 2026 een aanvraag ingediend voor een wijziging beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking
‘zoekjaar hoogopgeleiden’ naar ‘arbeid als zelfstandige’.
De minister heeft verzoekster op 24 september 2026 een verblijfsaantekening met de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel vereist’ verstrekt.
Verzoekster is het niet eens met de arbeidsmarktaantekening en heeft daarom tegen de afgifte van deze sticker op 7 oktober 2026 bezwaar gemaakt. Op diezelfde dag heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, ertoe strekkende dat zij mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder tewerkstellingsvergunning totdat op haar bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op 27 oktober 2026 heeft de minister de voorzieningenrechter laten weten dat hij zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzoek.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe. Dit betekent dat verzoekster mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder tewerkstellingsvergunning totdat op haar bezwaar tegen de arbeidsmarktaantekening is beslist.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet de minister het griffierecht aan verzoekster vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verzoekster mag werken als zelfstandig kunstenaar zonder tewerkstellingsvergunning totdat op haar bezwaar tegen de arbeidsmarktaantekening is beslist;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoekster moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.H. Gonera, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.