ECLI:NL:RBDHA:2026:32182

ECLI:NL:RBDHA:2026:32182

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer 09-275237-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

jeugdstrafrecht, onderzoek gemaal, veroordeling voor afpersing gepleegd met anderen, overschrijding redelijke termijn, hulp gezocht in vrijwillig kader

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09-275237-24

Datum uitspraak: 13 oktober 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] (hierna: de verdachte),

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzittingen van

14 september 2026 (inhoudelijke behandeling) en 29 september 2026 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).

De officier van justitie in deze zaak is mr. K. van Diemen en de raadsvrouw van de verdachte is mr. S.F. Deen. De verdachte is op de terechtzitting van 14 september 2026 verschenen.

2. De tenlastelegging

De verdenkingen komen er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

1. afpersing in vereniging van [aangever] op 4 augustus 2024 te Oegstgeest;

2. openlijk geweld tegen [aangever] op 4 augustus 2024 te Oegstgeest.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en zich daarbij op het standpunt gesteld dat sprake is van samenloop.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

Op specifieke (bewijs)verweren zal hieronder - indien noodzakelijk - nader worden ingegaan.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien er een voldoende significante of wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Uit meerdere verklaringen in het dossier volgt dat de verdachte aanwezig was tijdens het geweld dat door medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] jegens aangever werd gepleegd.

De verdachte heeft verklaard dat hij op enige afstand stond met de bedoeling om zich van de groep te distantiëren.

Aangever heeft niet verklaard dat de verdachte één van de personen was die op het moment waarop het geweld plaatsvond, dichtbij hem stond.

De rechtbank kan op basis van deze verklaringen niet vaststellen dat de verdachte een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het jegens aangever gepleegde geweld. Immers, niet is gebleken dat de verdachte de groep op dat moment getalsmatig versterkte, dan wel dat hij aan het filmen of juichen of joelen was. Nu de betrokkenheid van de verdachte zich heeft beperkt tot het op afstand aanwezig zijn, terwijl het geweld werd gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging. De rechtbank zal hem daarom van dit feit vrijspreken.

Gebruikte bewijsmiddelen en bewijsoverweging feit 1

De rechtbank heeft in de bijlage de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen.

Anders dan de raadsvrouw ziet de rechtbank geen reden om aan de verklaring van aangever te twijfelen. Deze verklaring wordt op meerdere punten ondersteund door de verklaringen van de medeverdachten en de beelden. De rechtbank heeft daarnaast in het dossier geen enkele aanwijzing gevonden die zou moet leiden tot de conclusie dat aangever over de rol van de verdachte niet naar waarheid heeft verklaard.

Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] die gedurende de gehele afpersing als groep hebben geopereerd. [medeverdachte 3] heeft de verdachte bedreigd, [medeverdachte 2] heeft gefilmd en de groep getalsmatig versterkt en de verdachte heeft de afpersing (ook) mogelijk gemaakt door, nadat was gebleken dat het niet lukte om met de pinpas van de verdachte te pinnen, aangever een Tikkie te sturen. Daarnaast heeft de verdachte met zijn aanwezigheid op de brug de groep ook getalsmatig versterkt. Hij heeft daar gezien dat aangever in het water sprong en heeft een bijdrage geleverd aan de sfeer van ontremming door te lachen toen aangever uit het water kwam. De rechtbank komt hiermee tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 tenlastegelegde, te weten een afpersing in vereniging.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

hij op 4 augustus 2024 te Oegstgeest, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld

[aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een bankpas en pincode en een geldbedrag van 50 euro, die geheel aan die [aangever] toebehoorden door- tegen die [aangever] te zeggen: 'Als je iets probeert steek ik je neer, dus beter werk je mee', en- te zeggen dat die [aangever] zijn pinpas en pincode moet afgeven, en - die [aangever] een betaallink (Tikkie) toe te sturen voor 50 euro.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De op te leggen straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, bij bewezenverklaring, aan de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf moet worden opgelegd. Er is immers sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij komt dat de verdachte een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt en dat hij niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het rapport en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan afpersing van aangever. Aangever moest zijn pinpas en pincode afgeven, werd bedreigd en gedwongen om in het water te springen. Daarna moest aangever onder dwang een Tikkie betalen. Dit alles is ook gefilmd door de groep en op social media geplaatst. Dit is een angstige en vernederende ervaring voor aangever geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten nog langdurig gevolgen daarvan kunnen ondervinden.

Naast persoonlijk leed voor het slachtoffer leidt dit soort delicten verder ook tot maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid op straat, temeer nu het onderhavige delict plaatsvond op klaarlichte dag en ook omstanders daarvan getuige hadden kunnen zijn.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het blanco strafblad van de verdachte van 11 augustus 2026.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 juli 2026 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Daaruit volgt - kort samengevat - dat het opleggen van een jeugdreclasseringsmaatregel volgens de Raad niet nodig is, omdat de verdachte en zijn ouders zelf hulp hebben gezocht. Er is sprake van een laag recidiverisico, de verdachte heeft afstand genomen van de medeverdachten, heeft voldoende vaardigheden, gaat weer naar school en is zijn middelengebruik aan het minderen.

Redelijke termijn

De redelijke termijn waarbinnen een jeugdstrafzaak moet zijn afgedaan is zestien maanden. In deze zaak is die termijn ruim overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen.

De rechtbank heeft deze overschrijding daarom in strafmatigende zin meegewogen.

Strafmodaliteit en strafmaat

De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de oriëntatiepunten vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor de straftoemeting voor minderjarigen.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 20 uren passend en geboden. Dit is een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank alleen de afpersing in vereniging bewezen acht en zij de verdachte van de tenlastegelegde openlijk geweldpleging zal vrijspreken. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte geen fysiek geweld heeft gebruikt, niet de initiator van de afpersing was en daarbij een relatief beperkte rol heeft gespeeld.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.5 bewezen is verklaard, en kwalificeert dit als:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

straf

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 20 (TWINTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 DAGEN;

bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.E. Schotte, kinderrechter, voorzitter,

mr. A.P. Pereira Horta, kinderrechter,

en mr. J.E. Bierling, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. Wouters, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Wouters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand