ECLI:NL:RBDHA:2026:32192

ECLI:NL:RBDHA:2026:32192

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer AWB 24/5677
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw. Verweerder is ten onrechte bij de buitenbehandelingstelling van de aanvraag gebleven. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/5677

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. A. Alam-Khan),

en

(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).

Procesverloop

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 5 juli 2023 buiten behandeling gesteld. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij het bestreden besluit van 4 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder is daarmee bij de buitenbehandelingstelling van de aanvraag van eiseres gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. E.S.O. Ado Mako als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, J. Singh als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiseres heeft de Indiase nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1993. Zij is vanuit India naar Oekraïne verhuisd om daar een studie te volgen. Vanwege de oorlog in Oekraïne is eiseres in juli 2022 naar Nederland gevlucht.

In januari 2023 heeft eiseres een verkeersongeval gehad waardoor zij ernstig gewond is geraakt. Op 14 april 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor het verlenen van uitstel van vertrek zoals bedoeld in artikel 64 van de Vw.

Omdat de aanvraag incompleet was, heeft verweerder eiseres bij brief van 28 april 2023 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen met de bewijsmiddelen. Eiseres heeft op 4 mei 2023 telefonisch verzocht om uitstel. Bij brief van 4 mei 2023 heeft verweerder aan eiseres uitstel verleend tot 26 mei 2023. Op 25 mei 2023 heeft eiseres weer telefonisch verzocht om uitstel. Bij brief van 25 mei 2023 heeft verweerder aan eiseres uitstel verleend tot 9 juni 2023. Vervolgens heeft eiseres bewijsmiddelen overgelegd.

Bij het besluit van 5 juli 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiseres buiten behandeling gesteld, omdat de aanvraag nog steeds niet compleet was. De gevraagde bewijsmiddelen zijn niet binnen de gestelde termijn en conform de vereisten zoals neergelegd in paragraaf A3/7.2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) overgelegd. De medische bewijsmiddelen van specialist [naam] zijn niet overgelegd. Van een geldige reden voor het niet aanleveren van de benodigde bewijsmiddelen is niet gebleken. Er kon volgens verweerder daarom geen medisch advies worden gevraagd bij het Bureau Medische Advisering (BMA).

Op 20 juli 2023 heeft eiseres bezwaar ingediend tegen het primaire besluit. Hierbij heeft zij aangegeven dat ze in afwachting was van de verzochte informatie van de arts [naam], omdat hij ziek was en eerder niet kon reageren. Op 6 juli 2023 heeft eiseres de informatie van dr. [naam] ontvangen. Uit de e-mail van de arts volgt dat het verzuim te wijten is aan de administratie van de arts en niet aan eiseres. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij alles heeft aangeleverd zodat verweerder een BMA-advies kon opvragen.

Bij het bestreden besluit van 4 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt dat aangezien de aanvraag incompleet was, geen medisch advies kon worden opgevraagd bij het BMA en de aanvraag om die reden buiten behandeling is gesteld. De medische stukken van specialist [naam] zijn niet binnen de termijn overgelegd, conform paragraaf A3/7.2.5 van de Vc.

Beoordeling door de rechtbank

De gronden van beroep

3. Eiseres voert onder meer aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, onredelijk is en in strijd is met haar recht op een eerlijk proces. Zij heeft meerdere pogingen ondernomen om de ontbrekende informatie bij de arts [naam] op te vragen. Pas op 6 juli 2023 heeft eiseres na een telefonische reminder de informatie per e-mail ontvangen. Uit de e-mail van de arts volgt ook dat het verzuim te wijten is aan de administratie van de arts en niet aan eiseres. Eiseres voert verder onder verwijzing naar artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan dat zij niet redelijkerwijs de beschikking over de gegevens kon krijgen, aangezien zij afhankelijk was van de artsen. De arts [naam] was ziek en kon daardoor de verzochte informatie niet op tijd aanleveren. Eiseres heeft alle informatie waarover zij kon beschikken overgelegd en het was voor verweerder mogelijk op basis daarvan een BMA-advies op te vragen. Ook had het BMA zelf advies kunnen opvragen bij de behandelaars. Verweerder had eiseres in ieder geval de laatste kans kunnen geven door haar te melden dat de verzochte documenten niet compleet waren.

Het juridische kader

Op grond van artikel 64 van de Vw blijft uitzetting achterwege zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling, niet verantwoord is om te reizen. Volgens het beleid (dat is neergelegd in paragraaf A3/7.1 van de Vc), wordt uitstel van vertrek verleend als de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen of een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM als uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie en als de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf niet beschikbaar is of als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, maar gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is.

Op grond van artikel 4:2, tweede lid, van de Awb verschaft de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb volgt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.

Op grond van artikel 6.1c van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) legt de vreemdeling bij een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw ten minste de voor de beslissing relevante medische gegevens en overige bescheiden over.

Uit paragraaf A3/7.2.4 van de Vc volgt welke bewijsmiddelen de vreemdeling in ieder geval dient te overleggen bij een aanvraag om uitstel van vertrek. Ingevolge paragraaf A3/7.2.6 van de Vc verzoekt verweerder het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 van de Vc overlegt en deze niet heeft aangevuld, ondanks dat verweerder hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld.

Uit paragraaf A3/7.2.5. van de Vc volgt dat verweerder een herstel verzuim biedt als:

- het aanvraagformulier niet volledig is ingevuld;

- de door de vreemdeling verstrekte informatie niet duidelijk is;

- de relevante medische gegevens of overige bewijsmiddelen niet volledig zijn of in het geheel ontbreken.

Verweerder stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.

Het oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit in beginsel terecht op het standpunt gesteld dat het de verantwoordelijkheid van eiseres is om een complete aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw in te dienen. Die verplichting volgt uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb dat bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. Uit artikel 4:2, tweede lid, van de Awb volgt dat het daarbij gaat om het verstrekken van gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Verweerder heeft uitstel verleend aan eiseres voor het indienen van nadere stukken en eiseres heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Op 25 mei 2023 heeft verweerder eiseres opnieuw uitstel verleend tot 9 juni 2023. Vervolgens heeft eiseres de gevraagde stukken overgelegd, waarbij alleen de informatie van [naam] ontbrak, omdat hij volgens eiseres ziek was. Ten tijde van het primaire besluit op 5 juli 2023 ontbrak dus nog één stuk, waarvan eiseres had aangegeven dat ze in afwachting was van de arts. Dit stuk heeft eiseres vervolgens in bezwaar overgelegd, nadat de arts de informatie op 6 juli 2023, een dag na het primaire besluit, had overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet bevoegd was de aanvraag wegens het ontbreken van het stuk van dr. [naam] buiten behandeling te stellen omdat eiseres gemotiveerd heeft gesteld dat het een stuk betrof waarover zij niet redelijkerwijs de beschikking kon krijgen. Zoals uit de e-mail van de arts volgt, lag het niet aan eiseres dat de informatie van de arts niet tijdig aan verweerder is overgelegd. Uit de e-mail van de arts volgt dat de brief van eiseres is blijven liggen bij het secretariaat. Eiseres kon hier dus niet eerder over beschikken. Daarbij komt dat de ontbrekende informatie antwoorden betrof op aanvullende vragen die verweerder had gesteld. Verweerder beschikte al over het formulier 'Bijlage Toestemmingsverklaring medische gegevens' ten behoeve van [naam] en over andere medische stukken van eiseres. Met deze informatie had het BMA eventueel ook zelf navraag kunnen doen bij de arts indien er nog informatie ontbrak. Verweerder had er vervolgens in bezwaar nog voor kunnen kiezen de aanvraag met de inmiddels ontvangen informatie van [naam] alsnog in behandeling te nemen en inhoudelijk te beoordelen. Hoewel een bestuursorgaan niet gehouden is om ontbrekende gegevens die na het nemen van het primaire besluit alsnog zijn overgelegd bij de heroverweging in aanmerking te nemen, staat dit het bestuursorgaan wel vrij. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder om op hiervoor genoemde redenen ten onrechte bij de buitenbehandelingstelling van de aanvraag gebleven.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gezien het voorgaande gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 4:5 van de Awb. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder krijgt hiervoor een termijn van tien weken.

7. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat het BMA enkel op basis van recente medische stukken een beoordeling kan verrichten. Het is daarom nu aan eiseres om zo snel mogelijk recente voor de beoordeling van de aanvraag vereiste informatie te verzamelen en zo compleet als redelijkerwijs mogelijk aan verweerder te overleggen.

8. Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de door eiseres in beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

9. Ook dient verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen tien weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T. Boesman

Griffier

  • mr. M.M. Mercelina

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand