ECLI:NL:RBDHA:2026:32197

ECLI:NL:RBDHA:2026:32197

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-11-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer NL26.50491 en NL26.50492
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Ahmadi. Vernietiging. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van groepsvervolging van Ahmadi’s in Pakistan. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiser zijn persoonlijke vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De minister moet opnieuw op de aanvraag beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker, hierna: eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.50491 (beroep) en NL26.50492 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

(gemachtigde: mr. M.H.S. Volker)

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL26.50491). Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL26.50492).

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL26.50492, op 28 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Sareen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Het asielrelaas

1. Eiser heeft de Pakistaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Hij heeft op 17 augustus 2026 in Nederland asiel aangevraagd.

Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is een (geboren) Ahmadi. Ahmadi’s hebben in Pakistan geen religieuze vrijheid (meer). In 2009 is eisers vader overleden en toen was er veel weerstand in het dorp bij de uitvaart, met als gevolg dat hij er zijn vader niet mocht begraven. Zes maanden later moest hij het dorp verlaten, omdat hij bang was dat ze hem zouden doden. Eiser verhuisde naar de stad Faisalabad. Hij is er in 2014 getrouwd met zijn vrouw, een niet (geboren) Ahmadi. Zij is bekeerd Ahmadi. Vanwege het huwelijk en de bekering heeft eiser (ook) problemen met zijn schoonbroers. Zij willen eiser doden. Hij is daar vier keer verhuisd. Zo’n twee jaar geleden is eiser, uit angst voor hen, opnieuw verhuisd, ditmaal naar Rabwah (thans genaamd Chenab Nagar). Zijn schoonbroers zochten eiser namelijk. Toen eiser daarna hoorde dat zij opnieuw naar hem op zoek waren, heeft hij besloten het land te verlaten. Daarnaast waren de algemene omstandigheden in Rabwah voor Ahmadi slecht. Zo worden moskeeën aangevallen en waren ook daar veel problemen. Bij terugkeer naar Pakistan vreest eiser te worden vermoord. Hij vreest voor molwi, de geestelijken van de TLP, en voor zijn schoonfamilie.

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Problemen vanwege Ahmadi geloof.

De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Ook acht de minister eisers problemen vanwege het Ahmadi geloof geloofwaardig.

De (geloofwaardig geachte) asielmotieven leveren volgens de minister geen asielgrond op als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw, omdat op grond daarvan niet aannemelijk is dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag). Niet iedere Ahmadi staat per definitie bloot aan vervolging. Ahmadi’s vormen wel een risicoprofiel. Eiser is er volgens de minister niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij persoonlijk met vervolging te maken krijgt. Ook is niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Pakistan een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Hierom, en omdat eiser (vermoedelijk) bewust zijn paspoort heeft achtergehouden, heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, van de Vw en artikel 42, eerste lid, onder c, van de Procedureverordening. Eiser blijft in grensdetentie.

Beroepsgronden

3. Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen en heeft daartegen – samengevat – het volgende aangevoerd. Eiser voert aan dat Ahmadi’s als groep worden vervolgd en hij verwijst ter onderbouwing hiervan naar een uitspraak van de rechtbank

Den Haag, zittingsplaats Rotterdam van 24 juli 2026. Verder verwijst hij naar het rapport ‘EUAA Pakistan -Country Focus, Country of Origin report’, van mei 2026, een nieuw rapport dat nog niet bij genoemde uitspraak was betrokken. In dit rapport wordt een zorgwekkend beeld geschetst van de situatie van Ahmadi’s in Pakistan, met toenemend routineus geweld tegen Ahmadi’s, gebedshuizen die regelmatig worden aangevallen en begrafenissen die worden verstoord. Ahmadi’s worden volgens dit rapport gedwongen om hun geloof te verbergen vanwege druk van de samenleving, overheid en geestelijken. Eiser stelt zich op basis hiervan op het standpunt dat er in Pakistan thans sprake is van groepsvervolging van Ahmadi’s. De minister miskent dat vanwege de vijandige houding jegens Ahmadi’s, zij hun geloof moeten verbergen en zich terughoudend moeten opstellen omdat als zelfs maar bekend wordt dat ze gaan bidden, er aangifte wordt gedaan omdat zij zich gedragen als moslims, waardoor ze dat en andere religieuze handelingen zoals het op islamitische wijze begraven van hun dierbaren, niet kunnen doen. Dat is vervolging van een groep door zowel de Pakistaanse samenleving, geestelijkheid als autoriteiten. Daarnaast miskent de minister dat de situatie sinds 2024 is verslechterd en eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 april 2026. Verder voert eiser aan dat de minister het asielrelaas van eiser en de problemen die hij had, geloofwaardig acht. Eiser vreest dat zijn schoonfamilie hem gaat doden omdat eiser is getrouwd met een vrouw die geen Ahmadi was en die zich heeft bekeerd. Daarom heeft eiser een persoonlijke reden waarom hij als Ahmadi een persoonlijke vrees heeft voor vervolging. Verder betoogt eiser dat hij niet oppervlakkig heeft verklaard over de wijze waarop hij zijn geloof wil uiten. Hij heeft uitgelegd waarom bepaalde religieuze handelingen voor hem van belang zijn. De minister heeft in strijd met de uitspraak van de Afdeling van 10 augustus 2015 niet onderzocht welke geloofshandelingen eiser wil verrichten en of deze een vervolgingsrisico met zich meebrengen. Zo heeft eiser verklaard dat hij Tabligh wil verrichten. De minister heeft volgens eiser nagelaten om deugdelijk te onderzoeken hoe hij zijn geloof bij terugkeer naar Pakistan wil uiten en of eiser hierdoor een risico loopt op vervolging en/of ernstige schade. Tot slot voert eiser aan dat hij zijn identiteit niet heeft willen verhullen. Hij heeft zijn paspoort niet met opzet niet kunnen overleggen en hij heeft ter onderbouwing van zijn identiteit een kopie van zijn paspoort overhandigd.

Bij bericht van 23 oktober 2026 heeft eiser zijn gronden nader aangevuld. Hij heeft onder meer verwezen naar recente uitspraken met betrekking tot Ahmadi’s uit Pakistan en heeft erop gewezen dat de minister alleen in hoger beroep is gegaan in een zaak waarin de rechtbank zelf had voorzien in de zaak. Eiser voert aan dat er geen uitspraak bestaat waarbij een beschikking in stand is gelaten van een Ahmadi niet zijnde een bekeerling. Verder voert eiser aan dat op pagina 68 van het Algemeen Ambtsbericht Pakistan van juli 2024 alleen het aantal Ahmadi’s staat vermeld dat in die periode slachtoffer is geworden van geweld en niet het aantal Ahmadi’s dat gedwongen was om zich terughoudend op te stellen ten aanzien van het uitoefenen van het geloof en ook dat is vervolging. Tot slot voert eiser aan dat hij het geloof wil overdragen, hetgeen een vervolgingsrisico met zich brengt.

Het oordeel van de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.

5. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Is sprake van groepsvervolging van Ahmadi’s die uit Pakistan afkomstig zijn?

6. De rechtbank stelt vast dat in het Algemeen Ambtsbericht Pakistan van juli 2024 vanaf pagina 67, onder meer de volgende passages staan over de situatie van Ahmadi’s. Onder punt 3.1.11.1 staat dat volgens verschillende bronnen de situatie van Ahmadi’s de laatste twee jaar is verslechterd. Ahmadi’s bleven een doelwit voor (valse) blasfemiebeschuldigingen. Volgens twee vertrouwelijke bronnen waren er meer gerichte moorden en aanvallen door menigten op Ahmadi’s de laatste jaren. Er vonden verschillende incidenten gericht tegen Ahmadi’s plaats, waaronder aanvallen op personen, graven, moskeeën en andere religieuze plaatsen. Volgens een bron zijn Ahmadi’s nergens in Pakistan veilig en heeft het geen zin om naar een ander deel van Pakistan te verhuizen. Ze zullen overal dezelfde vijandigheid en discriminatie tegenkomen. Dit geldt zelfs voor Rabwah, de enige stad waar Ahmadi’s geen minderheid vormen. Op pagina 68 is vermeld dat volgens berichten en beweringen op sociale media verschillende leden van de Ahmadi-gemeenschap tijdens de Eid-viering in juni 2024 werden gearresteerd op beschuldiging van het uitvoeren van dierenoffers, die volgens de Pakistaanse wet verboden zijn voor Ahmadi's. Op pagina 69 staat onder 3.1.12 dat de Pakistaanse samenleving zeer vijandig staat tegenover afvalligen en bekeerlingen van de islam naar een ander geloof en de gevaren voor de betrokkenen zijn groot. Een afvallige kan heel eenvoudig voor godslastering worden aangeklaagd op basis van de blasfemiewetten. Daar staan zware straffen op, oplopend tot de doodstraf. Voor Ahmadi’s zijn de risico’s nog groter dan voor anderen. Zij worden immers op basis van hun geloof sowieso al als afvalligen gezien. Veel Ahmadi’s voelen zich daarom zeer onveilig in Pakistan.

De rechtbank stelt verder vast dat in de samenvatting van het rapport van het UK Home Office de volgende conclusies staan:

“Anti-Ahmadi rhetoric by public officials, attacks on Ahmadi places of worship, graves and gravestones occur, including demolition of minarets, graffiti, and arson – at times with police complicity. Ahmadis are at risk of prosecution under blasphemy laws and specific anti-Ahmadi laws. Ahmadis who openly practice their faith (beyond the restricted basis permitted by domestic law) are likely to face a real risk of persecution or serious harm from the state. Widespread societal harassment and discrimination against community members occurs, including hate speech, physical attacks including murder, and destruction of property.”

Uit het rapport volgt dat Ahmadi’s niet als moslims worden gezien, zichzelf geen moslim mogen noemen, hun religieuze opvattingen niet mogen prediken of verspreiden, anderen niet mogen overtuigen van hun geloof, de religieuze gevoelens van moslims niet mogen beledigen en hun gebedshuizen niet ‘moskeeën’ mogen noemen.

De rechtbank is, gelet op deze informatie, van oordeel dat de minister in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van groepsvervolging van Ahmadi’s in Pakistan. De minister heeft gewezen op het individualiseringsvereiste dat uit het beleid volgt, maar de verslechtering die blijkt uit de ingebrachte bronnen vergt volgens de rechtbank een nadere motivering. Ook in het verweerschrift en ter zitting heeft de minister die nadere motivering niet gegeven, terwijl dat wel van de minister mocht worden verwacht, gezien onder meer de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam van 19 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30773, en van 24 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22002, zittingsplaats Zwolle van 3 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21717, en zittingsplaats Haarlem van 12 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3078.

Gezien het voorgaande berust het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet op een deugdelijke motivering. Deze beroepsgrond slaagt dus.

Heeft eiser persoonlijk te vrezen voor vervolging of ernstige schade in Pakistan?

7. Hierna toetst de rechtbank volledigheidshalve ook het standpunt van de minister dat eiser er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat hij op individuele gronden in Pakistan te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade vanwege zijn geloofsovertuiging dan wel op andere gronden (familieproblemen).

Eiser heeft aangevoerd dat, als het individualiseringsvereiste wel kan worden tegengeworpen, ook daaraan is voldaan. Eiser heeft verklaard dat hij genoodzaakt was om voorzichtig te zijn, om zijn stad te verlaten en om te verhuizen naar Rabwah. Als eiser zijn geloof wil uiten, dan krijgt hij direct problemen. Hij kan bijvoorbeeld niet aan mensen vertellen over zijn geloof. Uit eisers verklaringen blijkt dat het uiten van zijn geloof steeds meer wordt ingeperkt. Daarnaast heeft eiser ter zitting verklaard dat hij veel individuele redenen heeft om vervolging te vrezen, bijvoorbeeld ook van zijn schoonbroers die hem willen doden vanwege het huwelijk en de bekering van hun zus tot het Ahmadi geloof. Daarom moest eiser ook in Pakistan een aantal keer verhuizen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser zijn persoonlijke vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Uit eisers verklaringen volgt dat zijn religieuze vrijheid sterk werd beperkt. Zo heeft eiser verklaard dat hij zijn geloof stiekem in huis praktiseerde. De omstandigheden waren slecht en hij kon niet naar de moskee gaan. Hij mocht ook geen offer doen en hij mocht geen koran in huis hebben. Hij kon niet meer naar religieuze bijeenkomsten in de moskee vanwege de veiligheidssituatie. Er bleven alleen dingen over die hij stiekem thuis kon doen (bidden, vasten en zakat). De minister heeft dit geloofwaardig beoordeeld. Het past ook in het beeld van de algemene landeninformatie dat de situatie voor Ahmadi’s in Pakistan in de afgelopen jaren verder is verslechterd. Eiser heeft zelf verklaard dat de situatie er zo gevaarlijk was dat hij zijn land moest ontvluchten. Ter zitting heeft hij toegelicht dat deze problemen zich ook in Rabwah, waar een grotere Ahmadi-gemeenschap was, voordeden. Dit laatste volgt ook uit een onder 6 genoemde bron van het Algemeen Ambtsbericht Pakistan van juli 2024. Voor zover de minister erop heeft gewezen dat de reden voor het vertrek van eiser uit Pakistan niet was dat hij zijn geloof niet (langer) op aanvaardbare wijze kon belijden, maar dat hij problemen met zijn schoonfamilie had, overweegt de rechtbank dat die problemen verband hielden met de in Pakistan algemeen verspreide weerstand tegen het Ahmadi-geloof. Ook in zoverre heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging.

Ook op dit punt berust het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet op een deugdelijke motivering. Deze beroepsgrond slaagt ook.

Heeft de minister de aanvraag kennelijk ongegrond mogen verklaren?

8. Eiser voert in beroep ook aan dat hij zijn paspoort niet met opzet niet heeft overgelegd. De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang meer heeft bij een oordeel over deze beroepsgrond. De rechtbank is immers al tot het oordeel gekomen dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en de rechtbank het bestreden besluit vernietigt wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiser voor de beroepsprocedure gemaakte proceskosten. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

10. Nu de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer aan de orde. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Vanwege de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om de minister te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze vergoeding stelt de voorzieningenrechter vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift).

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B.L. van der Weele, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Beckers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 2 november 2026

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u, voor wat betreft het beroep, een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Beckers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand