ECLI:NL:RBDHA:2026:32206

ECLI:NL:RBDHA:2026:32206

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer NL26.52487
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Asielgrensprocedure, veilig derde land, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.52487

(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),

en

(gemachtigde: mr. F.E. Mahler)

Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2026 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als niet-ontvankelijk in de asielgrensprocedure.

Eiser heeft op 11 september 2026 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL26.52488) te treffen.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 14 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. De gemachtigde van eiser is wel verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2005. Hij heeft zijn asielaanvraag in Nederland op 23 augustus 2026 ingediend.

2. Met het besluit van 23 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld. Eiser is in beroep gegaan tegen deze maatregel. Bij uitspraak van 1 september 2026 (NL26.49112) is dit beroep gegrond verklaard en heeft de rechtbank de maatregel opgeheven.

Het bestreden besluit

3. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van artikel 38, eerste lid onder b, van de Procedureverordening (Pvo), omdat Suriname voor hem een veilig derde land is. Volgens verweerder is Suriname in algemene zin een veilig derde land en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Suriname dat voor hem niet is. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat Suriname hem geen bescherming wil of kan bieden, dat hij niet toegelaten zal worden tot Suriname of dat hij in Suriname zo slecht behandeld zal worden dat hij daardoor een reëel risico loopt op ernstige schade. Bovendien kan eiser volgens verweerder redelijkerwijs terugkeren naar Suriname. Verder is ook geen verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) of uitstel van vertrek om medische redenen verleend. Tot slot heeft verweerder een inreisverbod voor de duur van twee jaar en een onmiddellijk terugkeerbesluit aan eiser opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Het toetsingskader

4. Op grond van artikel 38, eerste lid, onder b, van de Pvo kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een land kan worden beschouwd als een veilig derde land voor de verzoeker, tenzij het duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten.

Op grond van artikel 59, vijfde lid, van de Pvo mag het begrip “veilig derde land” slechts worden toegepast indien:

a. a) de verzoeker in het kader van een individuele beoordeling geen elementen kan verstrekken die rechtvaardigen dat het begrip “veilig derde land” niet op hem of haar van toepassing is;

b) aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) er bestaat een band tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat hij of zij naar dat land gaat;

b) de verzoeker is op weg naar de Unie door het betrokken derde land gereisd, of

c) er is een overeenkomst of een regeling gesloten tussen de Unie, een of meer lidstaten, of een of meer lidstaten en derde landen enerzijds en het betrokken derde land anderzijds, op grond waarvan de gegrondheid van verzoeken om doeltreffende bescherming die in het betrokken derde land worden ingediend door verzoekers die onder die overeenkomst of regeling vallen, moet worden onderzocht.

Verweerder moet beoordelen of aannemelijk is dat verzoeker tot Suriname wordt toegelaten. Dit moet verweerder doen aan de hand van informatie uit algemene bronnen of op basis van verklaringen van de verzoeker. Vervolgens is het aan de verzoeker om met tegenbewijs te komen waaruit blijkt dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dit land, voor de verzoeker niet aanwezig zijn. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) aangevuld met het vereiste dat de verzoeker inspanningen moet verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten, tenzij van hem of haar niet kan worden verlangd dat hij of zij opnieuw probeert toegang en verblijf in dat land te krijgen. Zie in dit kader de uitspraken van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3380, van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2255, van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:128, van 2 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:421 en van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480.

Veilig derde land

5. Eiser voert aan dat de informatie waaruit zou blijken dat Suriname voldoet aan de eisen voor een veilig derde land gedateerd is. IB 2020/164 ‘Beoordeling veilig derde land- Suriname’ was geldig tot en met 10 december 2024. De informatie waarop het IB gebaseerd is, dateert van november 2020. Het is daarom ook de vraag of er nog steeds geen schending van het non-refoulementsbeginsel plaatsvindt in Suriname. De beschikking is voor wat betreft de informatie over de huidige situatie in Suriname ten aanzien van vluchtelingen en mensenrechten onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat Suriname kan gelden als veilig derde land. Verweerder heeft daarbij terecht verwezen naar IB 2020/164 waarin is vermeld dat vreemdelingen in Suriname worden behandeld volgens de regels van internationale mensenrechtenverdragen en dat vreemdelingen in Suriname asiel kunnen aanvragen. Ook is Suriname partij bij het Vluchtelingenverdrag en zijn er geen aanwijzingen dat Suriname zich niet aan het non-refoulementsbeginsel houdt. Eiser heeft verder ook niet onderbouwd dat de situatie in Suriname nu anders is. Daarnaast heeft verweerder terecht verwezen naar de verklaringen van eiser dat hij in Suriname geen problemen heeft gehad. Eiser heeft verklaard niet terug te kunnen naar Suriname omdat alle Marokkanen aan een visum kunnen komen en hij heeft geen informatie over het aanvragen van asiel. Hieruit valt niet af te leiden dat eiser in Suriname geen bescherming aan kan vragen. Indien eiser bescherming nodig heeft kan hij zich wenden tot de Surinaamse autoriteiten. De stelling dat eiser de Surinaamse autoriteiten niet vertrouwt en de taal niet spreekt maakt niet dat hij, indien nodig, geen bescherming van de (hogere) Surinaamse autoriteiten kan krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.

Toelating tot Suriname

6. Eiser voert aan dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat eiser tot Suriname toegelaten zal worden. Verweerder heeft dit niet onderbouwd. Eiser verwijst naar r.o. 9.7. e.v. van de uitspraak van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23170. De removal order is geen garantie voor toelating tot het grondgebied van Suriname. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 38, eerste lid aanhef en onder b van de Pvo en artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat aannemelijk is dat eiser toegelaten zal worden tot Suriname. Daarbij acht zij van belang dat uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 4 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:838 volgt dat het toelatingsvereiste voor veilige derde landen niet behelst dat op voorhand vast moet staan dat een vreemdeling tot het derde land zal worden toegelaten. Wél moet verweerder gelet op zijn beleid redenen aangeven op grond waarvan het aannemelijk is dat eiser zal worden toegelaten. In het bestreden besluit is hierover het volgende vermeld. Eiser is in de periode van 16 augustus 2026 tot 22 augustus 2026 in Suriname geweest en hij heeft verklaard dat hij daar een toeristenvisum heeft gehad. Bovendien is er op 23 augustus 2026 een removal order opgelegd op grond waarvan de luchtvaartmaatschappij eiser terug kan vervoeren naar Parimaribo, Suriname. Eiser heeft tijdens het nader gehoor verklaard dat hij zijn paspoort heeft verscheurd en door de wc heeft gespoeld. Dit neemt niet weg dat eiser ook zonder paspoort op basis van een luchtvaartclaim naar Paramaribo kan worden vervoerd, waarna eiser op de luchthaven in Suriname om internationale bescherming kan verzoeken. Als verweerder zodanige redenen aangeeft, is het vervolgens aan verzoeker om te onderbouwen dat desondanks geen toegang kan worden verkregen. Dit volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier met de niet onderbouwde stelling dat de removal order geen garantie is voor toelating tot Suriname, niet in geslaagd. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser in dit kader onvoldoende inspanningen heeft verricht. Niet is gebleken dat eiser contact heeft opgenomen met de autoriteiten en heeft geprobeerd om een nieuw visum of een nieuw paspoort aan te vragen, terwijl niet is gebleken dat dit voor eiser niet mogelijk is. Van eiser mag de nodige inspanning worden verwacht om aan de toelatingsvoorwaarden te voldoen. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij eerder in staat is geweest om vanuit het buitenland een visum voor Suriname te verkrijgen en dat het heel gemakkelijk is voor Marokkanen om via Sitonline een visum voor Suriname te verkrijgen.

Terugkeerbesluit en inreisverbod

7. Eiser voert aan dat het terugkeerbesluit onvolledig is nu geen land van terugkeer is vermeld. Het terugkeerbesluit mist daardoor rechtskracht en daarmee vervalt ook de grondslag voor oplegging van een inreisverbod.

De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit bovenaan bladzijde 2 staat dat eiser terug moet naar Suriname. Vervolgens wordt in de ‘Uitleg van het besluit’, op dezelfde bladzijde, genoemd dat Suriname voor eiser een veilig derde land is en dat eiser redelijkerwijs naar Suriname terug kan gaan. Op bladzijden 6 en 7 van het bestreden besluit staat; ‘U hebt gezegd dat u niet meewerkt aan terugkeer naar Suriname als u geen asielvergunning krijgt’ en ‘Aan u wordt Suriname als veilig derde land tegengeworpen’. De rechtbank ziet dan ook geen reden voor het oordeel dat uit het bestreden besluit onvoldoende blijkt naar welk land eiser moet terugkeren. De grondslag voor de oplegging van een inreisverbod vervalt dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dommerholt, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Griffier

  • mr. J. Dommerholt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand