ECLI:NL:RBDHA:2026:32218

ECLI:NL:RBDHA:2026:32218

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-11-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer NL26.63773
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring; artikel 59b, eerste lid, aanhef onder b en e, van de Vw; verschrijving in het verhoor; gronden niet betwist; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.63773

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),

en

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Hoewel de gemachtigde van eiser eerder had meegedeeld dat eiser naar een andere gemachtigde zou gaan zoeken voor de behartiging van zijn belangen, is de(zelfde) gemachtigde alsnog ter zitting verschenen om eiser bij te staan.

Overwegingen

Verschrijving in het verhoor

Toetsingskader

1. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2° van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

2. Vreemdelingenbewaring bij rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer sprake is van een onderduikrisico. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

3. Eiser voert allereerst aan dat sprake is van ‘knip- en plakwerk’ in het proces-verbaal van het gehoor van 21 oktober 2026. Volgens eiser blijkt dit uit het feit dat tweemaal het woord ‘harses’ is opgenomen in plaats van ‘hasj’. Eiser stelt dat dit duidt op een onzorgvuldige verslaglegging.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens het gehoor tweemaal is gevraagd naar zijn gebruik van drugs of verdovende middelen. Dat in beide gevallen het woord ‘harses’ in plaats van ‘hasj’ is opgenomen, maakt niet dat sprake is van een onzorgvuldigheid. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit een kennelijke verschrijving. De enkele omstandigheid dat deze verschrijving tweemaal voorkomt, biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het gehoor onzorgvuldig is geweest.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

5. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een asielaanvraag, met name wanneer sprake is van een onderduikrisico (b-grondslag) en met het oog op handhaving van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in het geval de vreemdeling die maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan (e-grondslag).

In de maatregel heeft verweerder als gronden ten aanzien van de b-, en e-grondslag voor de vreemdelingenbewaring vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt; b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. Vastgesteld wordt dat eiser de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen inhoudelijk niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat de gronden a en c juist zijn en voor zover nodig afdoende zijn toegelicht in de maatregel. Deze gronden zijn voldoende om de maatregel te kunnen dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een risico op onderduiken bestaat.

Ambtshalve toets

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 november 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.J. Govaers

Griffier

  • mr. M. Gasi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand