RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26054
geboren op [geboortedatum] ,
Burger van Congo,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
(gemachtigde: mr. P. Loijenga).
Procesverloop
1. Bij besluit van 5 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel ‘familie en gezin’, ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26051, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.