[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Met het besluit van 23 juli 2024 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen verzoeker zijn ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL24.29804) ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. In de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 18 november 2024 in de zaak met nummer NL24.29804 is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 december 2024 is het daartegen door verzoeker ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2. Gebleken is dat het verzoek is blijven liggen. Gelet op het voorgaande is er geen voorlopige voorziening meer nodig. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.