ECLI:NL:RBDHA:2026:3252

ECLI:NL:RBDHA:2026:3252

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 19-02-2026
Zaaknummer NL23.33807
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

VA; Rusland; eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij bij terugkeer naar Rusland zou worden opgeroepen voor militaire dienst; het is niet aannemelijk dat eiser vanwege zijn politieke overtuiging in de negatieve belangstelling staat of zal komen van de autoriteiten in zijn land, nu dan wel bij of na terugkeer, en dat eiser dus geen gegronde vrees voor vervolging heeft; het is ook niet aannemelijk dat eiser een reëel risico op ernstige schade loopt; het verzoek van eiser om een langere vertrektermijn wordt afgewezen; het beroep is ongegrond; het bestreden besluit blijft in stand

Uitspraak

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Drenth),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de besluiten van 28 september 2023 (het bestreden besluit) en 26 september 2025 (het aanvullend besluit) van verweerder, waarbij de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) is afgewezen als ongegrond en is bepaald dat eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) of uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw krijgt. Het bestreden besluit geldt ook als een terugkeerbesluit. Eiser moet terugkeren naar Rusland.

Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en vindt dat verweerder zijn besluiten niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.M.J. de Wit. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de besluiten van verweerder in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank geeft hierna allereerst een beschrijving van het asielrelaas van eiser en de daarop gebaseerde besluiten van verweerder. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de aangevoerde beroepsgronden. Daarna volgen de conclusie en de beslissing.

Het asielrelaas van eiser

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1991. Hij heeft de Russische nationaliteit en is afkomstig uit [geboorteplaats] . Op 27 november 2021 heeft eiser zijn asielaanvraag ingediend.

Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is meerdere keren in aanraking gekomen met de Tsjetsjeense autoriteiten. In 2015 is eiser opgepakt en is zijn telefoon gecontroleerd, waarna hij weer is vrijgelaten. In 2017 is eiser opnieuw opgepakt en zijn op zijn telefoon de Tsjetsjeense vlag, een bekeken filmpje van een oppositielid en pornografische filmpjes van onder andere homoseksuele handelingen aangetroffen. Nadat eiser een document had ondertekend, is hij vrijgelaten. In 2018 is eiser wederom opgepakt en is op zijn telefoon een foto aangetroffen van zijn overleden neef, die streed voor de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië. Na een telefoongesprek met de vader van eiser is hij vrijgelaten. Hierna is eiser gevlucht naar Wit-Rusland, maar vanwege geldgebrek heeft hij moeten terugkeren. Vervolgens is eiser naar Moskou gegaan. In 2019 is eiser daar opgepakt en naar Tsjetsjenië gebracht. Eiser is toen mishandeld en heeft meerdere dagen vastgezeten. Achteraf hoorde hij dat hij door de autoriteiten was opgepakt omdat hij een ‘criticus’ was. Nadat de familie van eiser geld had betaald, is eiser vrijgelaten. In mei 2020 heeft eiser zich moeten melden voor een gesprek. Toen is eiser gevlucht. Eiser vreest bij terugkeer te zullen worden opgepakt, gemarteld en vermoord. Daarnaast vreest hij naar het front in Oekraïne te zullen worden gestuurd.

Het bestreden besluit en het aanvullend besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen met Tsjetsjeense autoriteiten van 2015 tot 2020.

Verweerder heeft beide relevante elementen geloofwaardig geacht. Toch leveren deze elementen volgens verweerder geen asielgrond op, omdat op grond daarvan niet aannemelijk is dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of dat hij bij terugkeer naar Rusland een reëel risico loopt op ernstige schade. Volgens verweerder is namelijk niet gebleken dat eiser een politiek activist is of dat hij vanwege zijn politieke overtuiging een gegronde vrees voor vervolging heeft. Daarnaast blijkt volgens verweerder uit de problemen van eiser niet dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.

De beroepsgronden van eiser

5. Eiser stelt – samengevat – allereerst dat verweerder zich ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft en dat hij bij terugkeer naar Rusland geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser vindt dat de combinatie van de geloofwaardig geachte relevante elementen – in het bijzonder zijn politieke overtuiging – en de veiligheidssituatie in zijn land meebrengt dat hij kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast vindt eiser dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de algemene veiligheidssituatie in zijn land en onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft uiteengezet waarom hieruit niet blijkt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Tot slot verzoekt eiser om een langere vertrektermijn, aangezien hij getraumatiseerd is.

Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank gaat in overweging 6.1 in op de vrees van eiser om naar het front in Oekraïne te zullen worden gestuurd. Hierna gaat de rechtbank in overwegingen 6.2 tot en met 6.8 in op de vrees van eiser voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging. Vervolgens gaat de rechtbank in overwegingen 6.9 tot en met 6.12 in op de aanwezigheid van een reëel risico op ernstige schade. Tot slot gaat de rechtbank in overweging 6.13 in op het verzoek van eiser om een langere vertrektermijn.

De vrees van eiser om naar het front in Oekraïne te zullen worden gestuurd

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij bij terugkeer naar Rusland zou worden opgeroepen voor militaire dienst. Uit algemene informatie, in het bijzonder het Algemeen Ambtsbericht Russische Federatie van maart 2023 en de kamerbrief ‘Landenbeleid Rusland’ van 8 juni 2023, blijkt namelijk dat eiser niet meer onder de dienstplichtige leeftijd valt en dat er geen grootschalige mobilisatie meer plaatsvindt zoals in september en oktober 2022 Daarom is er geen reden om aan te nemen dat eiser op deze grond persoonlijk te vrezen heeft. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt niet.

De vrees van eiser voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging

De rechtbank merkt eerst het volgende op. Hangende het beroep is eiser aanvullend gehoord vanwege een nieuwe werkwijze van verweerder om te bepalen of er sprake is van een politieke overtuiging. Tijdens dit aanvullend gehoor zijn vooral vragen gesteld hoe eiser zijn politieke overtuiging zou uiten bij terugkeer naar zijn land. Daarna heeft verweerder het aanvullend besluit genomen.

De rechtbank vindt dat verweerder zich in het aanvullend besluit, mede onder verwijzing naar het bestreden besluit en de overwegingen in het voornemen, niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn politieke overtuiging in de negatieve belangstelling staat of zal komen van de autoriteiten in zijn land, nu dan wel bij of na terugkeer, en dat eiser dus geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Eiser heeft een politieke mening, namelijk dat hij tegen ontvoeringen, moorden en mensenrechtenschendingen is en voor de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië. Maar verweerder heeft terecht geconcludeerd dat eiser geen politiek activist is zoals bedoeld in paragraaf C7/29.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Eiser heeft zijn mening namelijk slechts beperkt geuit. Hij was geen lid van een politieke beweging en nam zeer gering, en uitsluitend anoniem, deel aan online politieke activiteiten. Daarom hoort hij niet bij die risicogroep. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt niet.

Partijen verschillen van mening over de vraag of het aannemelijk is dat eiser, als ‘gewone burger’ die kritiek heeft op het regime, in de negatieve belangstelling staat of zal komen van de autoriteiten in zijn land. De rechtbank beantwoordt deze vraag aan de hand van twee deelvragen. De eerste is: is het aannemelijk dat de autoriteiten kennis hebben of zullen krijgen van eisers activiteiten en politieke mening? Als dat zo is, volgt de tweede deelvraag: is het aannemelijk dat deze kennis leidt tot negatieve aandacht van de autoriteiten?

Over de activiteiten en politieke mening van eiser in zijn land overweegt de rechtbank het volgende. Eiser heeft verklaard nooit politieke activiteiten te hebben verricht en niet lid te zijn geweest van een groepering of politieke partij. Wel heeft hij enkele keren anoniem berichten geplaatst op internetplatformen. Gezien de beperkte en anonieme aard van zijn activiteiten heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat de autoriteiten hiervan kennis hebben. Eiser heeft ook verklaard meerdere keren in aanraking te zijn gekomen met de autoriteiten, waarbij zijn telefoon in beslag is genomen en daarop politieke inhoud is aangetroffen. Hoewel het aannemelijk is dat de autoriteiten toen van zijn politieke mening op de hoogte zijn geraakt, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat deze kennis heeft geleid tot negatieve aandacht van de autoriteiten. Uit de verklaringen van eiser blijkt namelijk niet dat de incidenten met de autoriteiten, waarbij geweld heeft plaatsgevonden, verband hielden met zijn politieke mening of dat hij hierdoor te vrezen had voor vervolging. De meeste keren ging het alleen om het uitlezen van zijn telefoon en werd hij snel vrijgelaten. Daarnaast verbleef eiser na het incident in 2019 nog een jaar zonder problemen thuis en is hij tijdens zijn legale reisbewegingen in 2018 en 2020 niet opgepakt. Overigens, verweerder heeft niet ten onrechte tegengeworpen dat niet valt in te zien dat eiser, als hij daadwerkelijk had te vrezen voor vervolging, in 2018 is teruggekeerd naar zijn land. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt daarom in zoverre niet.

Over de activiteiten en politieke mening van eiser in Nederland overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de autoriteiten kennis hebben of zullen krijgen van eisers activiteiten in Nederland. Eiser heeft in Nederland slechts beperkt en uitsluitend anoniem zijn mening geuit, bijvoorbeeld door het volgen van enkele oppositiekanalen op Telegram, het liken van enkele video’s en het plaatsen van anonieme commentaren. Hij heeft niet aan protesten deelgenomen. Hoewel de autoriteiten informanten hebben in chatgroepen op Telegram, is niet gebleken dat dit een risico voor eiser heeft gevormd. De rechtbank hoeft daarom niet verder te beoordelen of eisers activiteiten in Nederland tot negatieve aandacht van de autoriteiten leiden of zullen leiden. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre ook niet.

Over de activiteiten en politieke mening van eiser bij terugkeer naar Tsjetsjenië (Rusland) overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat, als eiser zich bij terugkeer op dezelfde manier als in het verleden zou willen uiten, van belang is dat dit eerder nooit tot (strafrechtelijke) vervolging of ernstige schade heeft geleid. Eiser heeft verklaard dat hij mensen wil oproepen om naar protestacties tegen ontvoeringen en moorden en voor de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië te komen, maar heeft niet concreet uitgelegd wat zijn politieke overtuigingen precies zijn of hoe hij zich precies wil uiten. Daarnaast is onduidelijk waarom hij, terwijl hij tot nu toe uitsluitend anoniem online actief was, nu onder eigen naam wil optreden, terwijl dat volgens hem ook gevaarlijk zou zijn. Dit is ook niet aannemelijk, mede omdat eiser ook in Nederland niet onder zijn eigen naam actief is geweest. Verweerder heeft hier terecht vragen bij gesteld. Daarom heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat de manier waarop eiser zijn politieke mening naar gesteld in de toekomst wil uiten zal leiden tot problemen met de autoriteiten. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre evenmin.

De aanwezigheid van een reëel risico op ernstige schade

Verweerder heeft zich in het aanvullend besluit, mede onder verwijzing naar het bestreden besluit en de overwegingen in het voornemen, terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser een reëel risico op ernstige schade loopt. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Er zijn geen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat eiser bij terugkeer naar Tsjetsjenië (Rusland) een reëel risico loopt op ernstige schade. Mede gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat de problemen die eiser met de autoriteiten heeft gehad onvoldoende zijn om dit aan te nemen. Eiser heeft wel aangegeven bang te zijn dat hij bij terugkeer direct gemarteld of vermoord wordt, maar hij heeft de gegrondheid van deze angst niet aannemelijk gemaakt. Eiser is meerdere keren in contact geweest met de autoriteiten en is zijn land in 2018 en 2020 legaal in- en uitgereisd. Er is niet gebleken dat hij toen gemarteld is of bedreigd werd. Ook heeft eiser na het incident in 2019 nog een jaar zonder problemen thuis gewoond. Daarom heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet kan worden geconcludeerd dat hij in de toekomst wel dergelijk risico loopt. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre niet.

Voor zover eiser in beroep stelt dat de algemene veiligheidssituatie in zijn land zo ernstig is dat hij alleen daarom al persoonlijk risico loopt, merkt de rechtbank op dat hij in beroep grotendeels heeft herhaald wat hij hierover in zijn zienswijze heeft aangevoerd. Omdat eiser niet duidelijk heeft aangegeven op welke punten de motivering van verweerder, met name in het bestreden besluit, onvoldoende is, kan een herhaling van eerdere argumenten niet leiden tot vernietiging van de besluiten van verweerder. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre ook niet.

Tot slot heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat hij nu een reëel risico op ernstige schade loopt vanwege zijn terugkeer uit West-Europa. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt daarom in zoverre evenmin.

Het verzoek van eiser om een langere vertrektermijn

Over het verzoek van eiser om een langere vertrektermijn vanwege zijn trauma’s overweegt de rechtbank het volgende. Volgens artikel 64 van de Vw blijft uitzetting achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze situatie (nu nog) aan de orde is. Tijdens de zitting is gebleken dat het, mede door het verloop van tijd, beter gaat met eiser en dat hij niet langer onder behandeling is. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van eiser om een langere vertrektermijn af.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de besluiten van verweerder in stand blijven.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. van der Wal, rechter, in aanwezigheid van A.R.M. Scheeres, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. van der Wal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?