ECLI:NL:RBDHA:2026:3270

ECLI:NL:RBDHA:2026:3270

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 19-02-2026
Zaaknummer NL25.54757
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel. Ongegrond. De minister heeft de gestelde problemen met eisers schoonvader, door zijn geaardheid, niet geloofwaardig kunnen vinden. Verder heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser, als homoseksueel in Indonesië, dusdanig werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat de discriminatie als vervolging moet worden aangemerkt of een schending van artikel 3 van het EVRM oplevert.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.54757

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),

en

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 2 maart 2024 een asielaanvraag ingediend. Hij stelt van Indonesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 november 2025 zijn aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is homoseksueel en wordt om die reden al bijna zijn hele leven gepest. Ook wordt hij om die reden gediscrimineerd. Om binnen de samenleving te passen en zijn ouders niet teleur te stellen is eiser getrouwd met een vrouw en heeft hij een kind met haar. Eiser kan echter niet uitschakelen wie hij werkelijk is. Zijn vrouw heeft waarschijnlijk vermoedens dat hij homoseksueel is en heeft deze vermoedens met haar stiefvader gedeeld. Nu bedreigt zijn schoonvader hem met de dood vanwege zijn geaardheid. Om die reden is hij naar Nederland gevlucht. Eiser heeft al eerder enige tijd (illegaal) in Nederland verbleven. In 2021 is hij met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) terug naar Indonesië gegaan. Eiser vreest voor zijn leven door zijn schoonvader. Daarbij moet hij van zijn schoonvader zijn kind opgeven. In Nederland zou hij zonder problemen met zijn vrouw en kind kunnen samenleven.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Ook de geaardheid van eiser is geloofwaardig geacht, maar de daaruit volgende problemen met zijn schoonvader niet. De geloofwaardig geachte motieven leveren geen gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer op. Eiser heeft daarbij niet onmiddellijk asiel aangevraagd toen dat mogelijk was. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

Problemen met schoonvader door geaardheid

5. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte de problemen met zijn schoonvader niet geloofwaardig heeft geacht. Hij meent dat zijn verklaringen als geloofwaardig dienen te worden aangemerkt. Ook heeft hij in de zienswijze al een verklaring gegeven waarom hij zich niet onverwijld heeft gemeld.

De rechtbank overweegt allereerst dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar argumenten in de zienswijze kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiser over de problemen met zijn schoonvader geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister kunnen vinden dat eiser vaag en wisselend heeft verklaard over de bedreigingen en de tijdlijn hieromtrent. Eiser stelt dat hij al in juni 2023 in Nederland is aangekomen. In het nader gehoor verklaart eiser dat hij voor het laatst in juli 2024 is bedreigd door zijn schoonvader, vlak voordat hij vertrok uit Indonesië. Ook wanneer eiser bedoelde te zeggen dat hij voor het laatst vlak voor zijn vertrek in juli 2023 was bedreigd, komt dit niet overeen met de eerdere verklaringen over zijn aankomst en de stempels in zijn paspoort waaruit volgt dat hij op 30 juni 2023 in Nederland is aangekomen. Ook over de frequentie van de bedreigingen heeft eiser wisselend verklaard. De enkele stelling van eiser dat zijn verklaringen als geloofwaardig moeten worden aangemerkt maakt dit niet anders, De minister heeft artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw kunnen tegenwerpen.

Vrees voor vervolging

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd om zijn individuele vrees aannemelijk te maken. De minister acht aannemelijk dat eiser als homoseksuele man met enige mate van discriminatie te maken heeft gehad. Echter heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser dusdanig werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat de discriminatie als vervolging moet worden aangemerkt of een schending van artikel 3 van het EVRM oplevert. Eiser had immers onder andere toegang tot huisvesting. Ook heeft eiser gewerkt en had hij een vriendenkring en een partner met wie hij heeft samengewoond voordat hij trouwde met zijn vrouw. Hoewel uit de door eiser ingebrachte informatie in zijn algemeenheid blijkt van moeilijkheden voor de lhbti-gemeenschap in Indonesië, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk zulke zwaarwegende problemen heeft ondervonden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren wegens zijn seksuele gerichtheid.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de door eiser overgelegde stukken geen aanleiding geven voor de conclusie dat thans sprake is van systematische vervolging van lhbti-ers in heel Indonesië dan wel dat eiser enkel vanwege zijn homoseksuele geaardheid een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM.

7. Ook in hetgeen eiser voor het overige heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond in stand wordt gelaten.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters - van Luijk, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Meesters - van Luijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?