ECLI:NL:RBDHA:2026:3350

ECLI:NL:RBDHA:2026:3350

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer NL25.25381
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond – Colombia – Venezuela – Oppositiebeweging JAVU – politieke activiteiten – detentie en arrestatie – niet gebleken dat eiser in de negatieve belangstelling is komen te staan – dreigbrieven – voornemen mag deel uitmaken van het bestreden besluit – terecht kennelijk ongegrond – eiser niet tijdig een asielaanvraag ingediend – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25381

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juni 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen dat besluit beroep ingesteld.

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft verweerder het besluit van 2 juni 2025 gewijzigd. Hierna zal het besluit zoals dat is gewijzigd worden aangeduid als ‘bestreden besluit’.

Bij bericht van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het beroep aangehouden, in verband met het beroep van eisers echtgenote, welke procedure bij een andere rechtbank aanhangig was en nadien aan deze rechtbank is overgedragen.

Eiser heeft aanvullende gronden ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld te Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1988 en heeft de Colombiaanse en Venezolaanse nationaliteit. Hij heeft op 8 juni 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Aan die aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Venezuela vreest voor problemen met de autoriteiten vanwege zijn eerdere politieke activiteiten voor de oppositiebeweging JAVU . Eiser stelt dat hij in Venezuela is aangehouden en gedurende vijftien dagen is gedetineerd, waarna hij is mishandeld. Met behulp van een advocaat is hij voorwaardelijk vrijgelaten. Eiser heeft verder verklaard dat er later een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd, waarna hij in 2017 Venezuela illegaal heeft verlaten. Daarnaast stelt eiser dat hij ook in Colombia niet veilig is, vanwege discriminatie als Venezolaan en vanwege dreigbrieven die zijn echtgenote heeft ontvangen. Eiser vreest bij terugkeer door de Colombiaanse autoriteiten te worden gedeporteerd naar Venezuela vanwege zijn betrokkenheid bij de JAVU-beweging .

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook zijn politieke activiteiten voor de JAVU-beweging , zijn arrestatie en de gestelde mishandeling in detentie in Venezuela, alsmede de door eiser gestelde discriminatie in Colombia vanwege zijn Venezolaanse nationaliteit, zijn geloofwaardig geacht. Verweerder acht niet geloofwaardig dat eiser in Colombia door (of namens) de Venezolaanse autoriteiten wordt bedreigd. De overgelegde dreigbrieven zijn niet te herleiden tot eiser en het is niet aannemelijk gemaakt dat deze van de Venezolaanse autoriteiten afkomstig zijn. Ook is onduidelijk waarom eiser, na jarenlang verblijf in Colombia zonder concrete problemen, alsnog doelwit zou zijn geworden. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat de discriminatie in Colombia, hoewel geloofwaardig geacht, niet zodanig ernstig is dat eiser daardoor onmogelijk maatschappelijk en sociaal kan functioneren. Evenmin heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Venezuela nog in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat, mede omdat hij sinds 2017 niet meer politiek actief is en na zijn vrijlating niet opnieuw is aangehouden. Tot slot zijn er geen concrete aanwijzingen dat Colombia eiser zal deporteren naar Venezuela. Niet is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser na zijn binnenkomst in Nederland niet direct asiel heeft aangevraagd en hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven.

3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe aan dat verweerder het besluit onvoldoende kenbaar heeft gemotiveerd door in hoofdzaak te volstaan met de verwijzing dat het voornemen onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. Verder heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met het samenhangende asielrelaas van zijn echtgenote en kind, die eveneens asiel hebben aangevraagd in Nederland. Verweerder had deze samenhang moeten betrekken bij zijn beoordeling en bij de vraag of eiser in aanmerking komt voor een afgeleide verblijfsvergunning. Daarnaast heeft verweerder de betekenis van het gestelde arrestatiebevel in Venezuela miskend en ten onrechte aangenomen dat hij niet langer in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat, gelet op zijn eerdere politieke activiteiten en detentie. Verder heeft verweerder de overgelegde dreigbrieven ten onrechte ongeloofwaardig geacht en onvoldoende in de juiste context geplaatst. Volgens eiser houden deze bedreigingen verband met zijn oppositieactiviteiten en had verweerder daarbij geen gebruik mogen maken van overwegingen uit de asielprocedure van zijn echtgenote, nu eiser en de rechtbank geen inzicht hebben in dat dossier, wat volgens eiser strijd oplevert met het beginsel van equality of arms. Ten slotte betwist eiser dat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen, omdat hij onbekend was met de asielprocedure en heeft vertrouwd op hulp van derden, zodat de late melding hem niet in die mate kan worden tegengeworpen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Voornemen

4. Anders dan eiser stelt, mocht verweerder in het bestreden besluit verwijzen naar het eerder uitgebrachte voornemen, nu dit onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. Niet is gebleken dat verweerder daarmee heeft nagelaten om in te gaan op de door eiser ingediende zienswijze. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder de zienswijze kenbaar heeft betrokken bij de besluitvorming en gemotiveerd heeft uiteengezet waarom deze geen aanleiding heeft gegeven tot een ander oordeel. Dat verweerder daarbij heeft vermeld dat het voornemen onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit, maakt het besluit niet onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft niet aangegeven op welke punten de zienswijze onvoldoende is betrokken bij het besluit. De beroepsgrond slaagt niet.

Dreigbrieven

5. Verweerder heeft de gestelde bedreigingen in Colombia niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daarbij is van belang dat de door eiser overgelegde dreigbrieven geen concrete, op eiser toegespitste bedreigingen bevatten. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser daarin niet bij naam wordt genoemd en dat niet wordt verwezen naar zijn politieke activiteiten voor JAVU , zijn functie binnen die beweging of zijn eerdere detentie in Venezuela. Dat in de brief wordt verwezen naar ‘ [naam 2] ’, heeft verweerder onvoldoende mogen achten om aan te nemen dat de dreigbrieven afkomstig zijn van de Venezolaanse autoriteiten of daarmee gelieerde groeperingen. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij niet weet wie de brieven heeft opgesteld en hij kan de herkomst daarvan niet onderbouwen.

6. Verweerder heeft verder betekenis mogen toekennen aan het feit dat de brieven zijn bezorgd bij de echtgenote van eiser op een moment dat eiser zelf niet meer in Colombia verbleef. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt waarom, na jarenlang verblijf in Colombia, zonder concrete incidenten, alsnog sprake zou zijn van een specifiek op hem gerichte bedreiging. De door eiser overgelegde algemene informatie, waaronder de brief van Vluchtelingenwerk van 11 mei 2023 over monitoring van Venezolanen in Colombia, is hiervoor onvoldoende. Daaruit volgt niet dat eiser persoonlijk door de Venezolaanse autoriteiten wordt gezocht of dat juist deze dreigbrieven aan die autoriteiten kunnen worden toegeschreven. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat hij in de negatieve aandacht van de Venezolaanse autoriteiten staat.

7. Voor zover verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar het voornemen in de procedure van eisers echtgenote, is niet gebleken dat die verwijzing een dragende overweging vormt voor het oordeel dat de gestelde bedreigingen ongeloofwaardig zijn. Uit het bestreden besluit blijkt dat het oordeel rust op een zelfstandige beoordeling van eisers verklaringen en de door hem overgelegde stukken. Voor zover eiser stelt dat het relaas van zijn echtgenote bij de beoordeling betrokken had moeten worden, volgt de rechtbank dit niet. Het is in beginsel aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken en te onderbouwen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat de asielprocedures op verzoek van eisers echtgenote afzonderlijk zijn behandeld.

Terugkeer naar Colombia

8. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen aanknopingspunten bestaan dat eiser bij terugkeer naar Colombia zal worden gedeporteerd naar Venezuela. Uit het Algemeen Ambtsbericht Colombia van juni 2024 volgt dat geen gevallen bekend zijn waarin de Colombiaanse autoriteiten vreemdelingen die zich op Colombiaanse grondgebied bevinden, gedwongen hebben teruggestuurd. Eiser heeft geen objectieve en verifieerbare documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij bij terugkeer naar Colombia uitzetting of indirect refoulement naar Venezuela te vrezen heeft. Voor zover eiser deze vrees baseert op de door hem gestelde dreigbrieven en monitoring, wordt verwezen naar rechtsoverwegingen 5 en 6. Verder heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser ook de Colombiaanse nationaliteit bezit.

9. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat hij in Colombia wordt gediscrimineerd vanwege zijn Venezolaanse afkomst, heeft verweerder deze discriminatie geloofwaardig geacht, maar zich terecht op het standpunt gesteld dat deze niet de ernst bereikt die nodig is om de discriminatie als vervolging of ernstige schade te kwalificeren. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser, ondanks de gestelde bejegening, gedurende de jaren tussen 2017 en 2022 in Colombia heeft verbleven, heeft gewerkt en in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Eiser heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat hij maatschappelijk of sociaal niet heeft kunnen functioneren en bij terugkeer niet zal kunnen functioneren.

10. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer naar Colombia geen gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt.

Terugkeer naar Venezuela

11. Voor zover eiser aanvoert dat hij vanwege de geloofwaardig geachte elementen bij terugkeer naar Venezuela een reëel risico loopt op ernstige schade, volgt de rechtbank hem daarin niet. Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat uit de geloofwaardig geachte gebeurtenissen in het verleden niet volgt dat eiser nog in de negatieve belangstelling van de Venezolaanse autoriteiten staat. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat het risico bij terugkeer niet uitsluitend wordt bepaald door eerdere politieke activiteiten, maar ook door de vraag of sprake is van actuele belangstelling. Zoals reeds overwogen zijn de door hem overgelegde dreigbrieven niet aan hem gericht en niet herleidbaar tot de Venezolaanse autoriteiten. Ook anderszins heeft eiser, mede gelet op het tijdsverloop, geen concrete aanknopingspunten aangedragen waaruit volgt dat hij opnieuw in de negatieve belangstelling is komen te staan. Daarbij komt dat het door eiser gestelde arrestatiebevel uit 2016 niet met objectieve stukken is onderbouwd. Verweerder heeft in eisers verklaringen dan ook geen concrete aanwijzingen hoeven zien dat eiser nog door de Venezolaanse autoriteiten wordt gezocht. Dat eiser in het verleden problemen heeft ondervonden wegens zijn politieke activiteiten, leidt onder deze omstandigheden niet tot de conclusie dat hij bij terugkeer naar Venezuela een gegronde vrees voor vervolging heeft, of een reëel risico op ernstige schade loopt.

Kennelijk ongegrond

12. Verweerder heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet zo spoedig mogelijk zijn asielaanvraag heeft ingediend. Eiser is in Nederland aangekomen op 5 mei 2022 en heeft zich pas op 8 juni 2022 aangemeld. In de door eiser gestelde omstandigheden heeft verweerder geen verschoonbare reden hoeven vinden om zich niet tijdig te melden voor een asielaanvraag. Eiser heeft immers gesteld te vrezen voor vervolging of ernstige schade in Colombia en Venezuela, zodat verwacht mag worden dat eiser zich zo snel mogelijk meldt in Nederland. Dat eiser of zijn contactpersonen in Nederland niet bekend waren met de regelgeving in asielzaken in Nederland, maakt zijn te late melding niet verschoonbaar.

Conclusie

13. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eensbent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. S. Mohandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?