RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer / rolnummer: C/09/680769 / HA ZA 25-181
Vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 7 januari 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRIPLE A FINANCE GMBH & CO. KG te Bielefeld, Duitsland, hierna te noemen: Triple A Finance,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRIPLE A MARKETING GMBH te Bielefeld, Duitsland,
hierna te noemen: Triple A Marketing,
eiseressen,
hierna samen te noemen: Triple A,
advocaten: mrs. L.E. Fresco en I.M. ten Brink te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] , tevens handelende onder de naam [handelsnaam], te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. Ph.W.M. ter Burg te Den Haag, voorheen mr. M. Helmantel te Sappemeer.
1. De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 17 januari 2025;
- de akte overlegging producties, tevens verduidelijking van eis, met producties EP1 tot en met EP22;
- de conclusie van antwoord.
Partijen hebben de rechtbank eenstemmig bericht dat zij geen behoefte hebben aan de mondelinge behandeling van 24 november 2025. Zij hebben de rechtbank verzocht de zitting te schrappen en vonnis te wijzen zonder verdere stukkenwisseling of toelichtingen.
Vervolgens is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.
2. De feiten
Triple A is een wereldwijde onderneming op het terrein van seksuele welzijnsproducten. Triple A is met name bekend geworden door haar luchtdrukvibrators die in verschillende uitvoeringen worden aangeboden onder de Satisfyer merken, waaronder de Satisfyer Pro 2 en de Satisfyer Penguin.
Triple A Finance is houdster van – onder meer – de volgende merkregistraties voor Uniemerken (hierna: de Satisfyer Merken):
a. het op 9 januari 2020 ingeschreven Uniebeeldmerk
met registratienummer 018106055 voor waren en diensten in klassen 3, 5, 10, 25 en 35 (waaronder massage apparaten, seksspeeltjes, vibrators en detailhandel diensten daarvoor);
het op 7 september 2020 ingeschreven Uniebeeldmerk
met registratienummer 018106065 voor waren en diensten in klassen 3, 5, 10, 25 en 35;
het op 1 april 2021 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Satisfyer’ met registratienummer 018324361 voor waren en diensten in onder meer klassen 9, 35, 38, 41, 42 en 45;
het op 19 juni 2024 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Satisfyer’ met registratienummer 018980692 voor waren en diensten in klassen 4, 11, 14, 16, 20, 21, 24, 25, 28 en 30;
het op 21 september 2022 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Pro 2’ met registratienummer 018693831 voor waren en diensten in klasse 10;
het op 31 mei 2022 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Penguin’ met registratienummer 018638160 voor waren en diensten in klasse 10;
het op 28 mei 2024 ingeschreven Uniebeeldmerk
met registratienummer 018984325 voor waren en diensten in klasse 10.
De Satisfyer-producten worden onder meer in de hele Europese Unie, waaronder Nederland, te koop aangeboden op de website www.satisfyer.com van Triple A Marketing en in winkels en online verkooppunten van wederverkopers en distributeurs.
[gedaagde] drijft sinds 1 maart 2024 een eenmanszaak in detailhandel, via internet, in overige non-food producten en in voedingsmiddelen en drogisterijwaren, onder de handelsnaam [handelsnaam] . [gedaagde] deed dat onder meer via een professioneel verkoopaccount op bol.com genaamd [verkoopaccount] , waarop hij onder andere een Satisfyer Pro 2 aanbood.
Bol.com heeft in oktober 2024 een testaankoop gedaan van een Satisfyer Pro 2 via het verkoopaccount op bol.com van [gedaagde] . Na bevestiging door Triple A op 23 oktober 2024 dat het om een namaakproduct ging, heeft bol.com de advertentie voor de Satisfyer Pro 2 op het verkoopaccount van [gedaagde] geblokkeerd.
Op 4 november 2024 heeft Triple A een testaankoop laten doen van een Satisfyer Penguin die door [handelsnaam] via bol.com werd aangeboden. Triple A heeft na de levering van de Satisfyer Penguin, op 6 november 2024, vastgesteld dat dit een namaakproduct betrof.
[gedaagde] bood hierna nog diverse Satisfyer-producten aan op zijn website ( [website] ), waaronder verschillende uitvoeringen van de Satisfyer Pro 2 en de Satisfyer Penguin. Ook adverteerde hij hiermee op Instagram, eBay en Amazon.
Op 27 oktober 2024 heeft Triple A een testaankoop laten doen van een Satisfyer Pro 2 via voormelde website van [gedaagde] . Na de levering op 30 oktober 2024 bleek dat sprake was van een namaakproduct.
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 11 november 2024 heeft de voorzieningenrechter [gedaagde] een ex parte-verbod opgelegd om inbreuk te maken op de Satisfyer Merken van Triple A, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000 per dag, met een maximum van € 100.000 en is verlof verleend tot het leggen van beslag tot afgifte en conservatoir bewijsbeslag. De deurwaarder heeft deze beschikking op 20 november 2024 aan [gedaagde] betekend en de beslagen gelegd. De deurwaarder heeft daarbij 905 namaakproducten in beslag genomen.
Op 10 december 2024 hebben de advocaten van Triple A toegang gekregen tot de beslagen administratie van [gedaagde] . In die administratie zijn inkoopfacturen (gericht aan [website] ) voor 5.872 namaak Satisfyer-producten via Alibaba aangetroffen. De inkoopwaarde daarvan was USD 39.875. [gedaagde] heeft daarnaast 3.000 namaak Satisfyer-producten besteld, waarvoor geen inkoopfacturen zijn aangetroffen in de administratie. Dit blijkt uit Alibaba screenshots die zijn opgenomen in de administratie. Deze orders stonden ten tijde van het beslag op onbetaald en onverzonden. Verder blijkt uit de administratie van [gedaagde] dat hij contact had met verschillende Chinese aanbieders en dat [gedaagde] bewust namaakproducten heeft ingekocht. Zo gaf [gedaagde] sommige leveranciers instructies om de Satisfyer-producten en verpakkingen beter na te maken. Verder blijkt uit in beslag genomen Excel-bestanden dat [gedaagde] in de periode van 11 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024 via bol.com 2.591 namaak Satisfyer Pro 2’s heeft verkocht.
Op 30 december 2024 heeft Triple A beslag gelegd op de vorderingen van [gedaagde] op Mollie B.V. en Stichting Mollie Payments. Dit beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 0,04.
3. Het geschil
in het incident
Triple A vordert bij provisioneel vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
A. [gedaagde] te bevelen binnen 48 uur na betekening van het (tussen)vonnis aan Triple A de in paragraaf 59 van de dagvaarding genoemde bescheiden en informatie, te weten:
de (Alibaba) accounts, advertenties en volledige contactgegevens van alle leveranciers van de vermeende Satisfyer-producten;
opgave van en alle communicatie met (voormalige) handelspartners (zoals de heer [naam] ) aangaande de handel in de vermeende Satisfyer-producten, of die communicatie nu via mail, sms, Alibaba, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
alle communicatie met de onder a genoemde leveranciers van de vermeende Satisfyer-producten, of dat nu via mail, sms, Alibaba, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
alle orders bij, overeenkomsten of afspraken met, facturen en creditnota’s van en bewijs van betalingen (i.e. bankafschriften) voor vermeende Satisfyer-producten aan leveranciers of enige tussenpersonen of platformen zoals Alibaba, inclusief payment receipts van Alibaba;
en volledige (Excel) inkoop-, voorraad en verkoop administratie met gespecificeerd welke vermeende Satisfyer-producten er wanneer, waar en in welke aantallen en tegen welke prijs zijn ingekocht, via welke verkoopkanalen zijn verkocht en welke aantallen nog in voorraad worden gehouden;
alle transport- en export- en importdocumentatie en alle correspondentie met leveranciers, de tussenpersonen en vervoerders van de vermeende Satisfyer-producten (bijvoorbeeld van UPS, DHL en/of andere verzenddiensten), waar onder andere uit blijkt wat de status is van de 3.000 namaakproducten die ten tijde van de beslaglegging nog niet zouden zijn geleverd;
alle on- en offline kanalen en platformen waar [gedaagde] de vermeende Satisfyer-producten heeft aangeboden, inclusief volledige informatie over accounts en de namen waaronder hij dat heeft gedaan, en eventuele overige partijen die daarbij betrokken zijn geweest;
opgave van eventuele professionele afnemers van vermeende Satisfyer-producten met volledige naam, contactperso(o)n(en) en adresgegevens en alle communicatie tussen [gedaagde] en deze professionele afnemers, of dat nu via mail, sms, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
facturen van en/of uitbetalingen door Amazon, eBay en bol.com en eventuele andere online en offline verkoopkanalen;
althans de door de rechtbank in goede justitie te bepalen bescheiden en informatie, ter inzage te geven en waar beschikbaar digitaal af te geven dan wel daarvan duidelijk leesbare onbewerkte afschriften te verstrekken aan Triple A, op straffe van een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het hiervoor bepaalde, althans zodanige dwangsommen als de rechtbank in goede justitie zal gelasten;
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding met betrekking tot de provisionele voorziening, met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 1019h Rv en met vermeerdering van de wettelijke rente tot aan de dag van voldoening.
Triple A legt aan haar provisionele vordering onder meer het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 194 Rv in samenhang met artikel 195 Rv wenst zij inzage in voormelde bescheiden en informatie, aangezien de beslagen administratie van [gedaagde] niet compleet is en de vragen om opheldering onbeantwoord zijn gelaten.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Triple A in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Triple A in de proceskosten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in de hoofdzaak
Triple A vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] te bevelen iedere inbreuk op de Satisfyer Merken en/of het faciliteren daarvan te staken en gestaakt te houden in de Europese Unie, in het bijzonder het (laten) vervaardigen, inkopen, invoeren, aanbieden, promoten, in de handel brengen, uitvoeren en/of anderszins verhandelen van namaakproducten of het voor deze doeleinden in voorraad hebben daarvan;
[gedaagde] te bevelen binnen 48 uur na betekening van het (tussen)vonnis aan Triple A de in paragraaf 59 van de dagvaarding genoemde bescheiden en informatie (zie vordering A onder a tot en met i in het incident), althans de door de rechtbank in goede justitie te bepalen bescheiden en informatie, ter inzage te geven en waar beschikbaar digitaal af te geven dan wel daarvan duidelijk leesbare onbewerkte afschriften te verstrekken aan Triple A, dan wel voor zover die afgifte en inzage al op grond van het provisioneel gevorderde bevel heeft plaatsgevonden, dat bevel te bekrachtigen in de hoofdzaak;
[gedaagde] te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, en voor de duur van ten minste twee maanden, de volgende rectificatie te plaatsen boven aan de website(s), zijn [instagram-account] en nog actieve verkoopaccounts waarop hij de namaakproducten heeft aangeboden, in zwart op een witte achtergrond, in hetzelfde lettertype en dezelfde grootte als de hoofdtekst (minimaal de grootte van Arial 14pt), in de op die websites beschikbare talen, zonder enige toevoeging of commentaar en zonder op enigerlei andere wijze aan doel en strekking van de rectificatie afbreuk te doen:
“De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van [invullen datum] beslist dat wij door het op de markt brengen van namaak Satisfyer-producten inbreuk hebben gemaakt op de Satisfyer merken. Deze producten mogen derhalve niet langer worden aangeboden, verkocht of geleverd, dan wel gebruikt of in voorraad gehouden. Wij hebben de handel in de namaakproducten gestaakt.”
dan wel een rectificatie met zodanige inhoud of vorm als de rechtbank Den Haag in goede justitie zal bepalen;
[gedaagde] te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, op eigen kosten, de totale hoeveelheid bij hem nog in voorraad zijnde en geretourneerde namaakproducten te (laten) vernietigen in het bijzijn van een deurwaarder en om aan de advocaten van Triple A een kopie van het vernietigingsrapport, ondertekend door de deurwaarder, te sturen;
[gedaagde] te bevelen per overtreding van het sub A tot en met D bepaalde aan Triple A een dwangsom te betalen van € 5.000 voor iedere dag (een gedeelte van een dag als een gehele gerekend) dat hij in strijd handelt met dit bevel, dan wel, ter keuze van Triple A bij overtreding van het bevel sub A, van € 1.000 per in strijd met dit bevel verkochte namaakproduct, althans zodanige dwangsommen als de rechtbank in goede justitie zal gelasten;
[gedaagde] te bevelen binnen twee weken na betekening van het vonnis, bij wege van voorschot op schadevergoeding, € 75.000 aan Triple A te betalen;
[gedaagde] te veroordelen om aan Triple A te vergoeden de schade die Triple A heeft geleden en onverhoopt nog verder zal lijden ten gevolge van de in de dagvaarding omschreven merkinbreuk, één en ander op te maken bij staat en te vereffenen zoals voorzien in de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de eerste dag van de verhandeling van de desbetreffende namaakproducten, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen dag, tot aan de dag van algehele voldoening en/of, zulks ter keuze van Triple A, de door [gedaagde] met de hier aan de orde zijnde handelingen genoten winsten aan Triple A af te dragen, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de eerste dag van de verhandeling door [gedaagde] van de desbetreffende namaakproducten, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen dag, tot aan de dag van algehele voldoening;
te verklaren voor recht dat [gedaagde] het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 11 november 2024 gewezen ex parte-inbreukverbod heeft overtreden en daarmee dwangsommen heeft verbeurd;
I. [gedaagde] te veroordelen in de volledige proceskosten van dit geding ex artikel 1019h Rv.
Triple A legt – verkort weergegeven – aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] met de verkoop van namaak Satisfyer-producten inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Triple A als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a UMVo.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Triple A in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Triple A in de proceskosten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling in de hoofdzaak en in het incident
Bevoegdheid
De vorderingen van Triple A zijn gebaseerd op de gestelde inbreuk op de Uniemerken van Triple A. Deze rechtbank is internationaal (en relatief) bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen, omdat [gedaagde] woonplaats heeft in Nederland (artikel 123 lid 1 in verbinding met artikel 124 aanhef en onder a en artikel 125 lid 1 UMVo in samenhang met artikel 3 van de Uitvoeringswet E.G.-verordening inzake het Gemeenschapsmerk). Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de gehele Europese Unie.
Merkinbreuk
Triple A grondt haar vorderingen op artikel 9 lid 2 sub a UMVo. Dit artikelonderdeel bepaalt dat de merkhouder gerechtigd is iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten te verbieden wanneer het teken gelijk is aan het merk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven.
Triple A stelt dat [gedaagde] door het importeren, exporteren, adverteren, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen dan wel daartoe in voorraad hebben van de namaak Satisfyer-producten, inbreuk maakt op de exclusieve merkrechten van Triple A. [gedaagde] betoogt dat hij niet wist dat hij merkrechten van Triple A zou hebben geschonden.
Triple A stelt dat [gedaagde] wel degelijk wist dat hij namaak Satisfyer-producten verkocht. Uit de administratie van [gedaagde] blijkt immers dat hij sommige leveranciers instructies gaf om de Satisfyer-producten en verpakkingen beter na te maken. Ook uit de testaankopen blijkt dat sprake was van namaakproducten. [gedaagde] heeft dit niet betwist.
Vast staat dat [gedaagde] in de periode van 11 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024 namaak Satisfyer-producten via bol.com te koop heeft aangeboden (hierna: de Inbreukmakende Producten). Ook staat niet ter discussie dat Triple A daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Gelet hierop staat vast dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de Satisfyer Merken als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a UMVo.
Inbreukverbod
Het voorgaande betekent dat de vordering tot het staken van de inbreuk in beginsel kan worden toegewezen.
Triple A Finance is merkhouder van de Satisfyer Merken en is daarom vorderingsgerechtigd. Triple A Marketing heeft niet onderbouwd waarom zij vorderingsgerechtigd is ten aanzien van de door Triple A ingestelde vordering. Daarom zal de vordering van Triple A Marketing worden afgewezen.
[gedaagde] heeft nog het volgende naar voren gebracht. [gedaagde] heeft zijn activiteiten inmiddels gestaakt. Hij heeft nooit de intentie gehad om de rechten van Triple A te schenden. De kwestie berust op een misverstand. [gedaagde] heeft zijn activiteiten ontplooid met toestemming van het UWV en is daarin niet goed begeleid. Er was geen sprake van grootschalige handel. [gedaagde] betwist dat hij 5.872 namaakproducten heeft verhandeld. [gedaagde] heeft de reguliere douanekosten betaald. Dat is volgens [gedaagde] een aanwijzing waaruit zijn goede wil blijkt en waaruit blijkt dat hij ervan uitging dat hij legitieme goederen invoerde.
Triple A stelt dat zij belang heeft bij een permanent verbod en bij een EU-wijd verbod, aangezien [gedaagde] de namaakproducten onder andere via Amazon ook buiten Nederland heeft aangeboden en verkocht. In de administratie van [gedaagde] zijn inkoopfacturen voor 5.872 namaakproducten via Alibaba aangetroffen. Triple A trof in de administratie geen andere leveranciers aan dan de Chinese counterfeiters en geen andere inkoopfacturen dan van die Chinese counterfeiters. Ook bij het beslag zijn geen echte Satisfyer-producten aangetroffen: de 905 in beslag genomen Satisfyer-producten zijn namaak.
Vast staat dat de deurwaarder 905 namaak Satisfyer-producten in beslag heeft genomen en dat [gedaagde] nadat bol.com de advertentie voor de Satisfyer Pro 2 op de account van [gedaagde] had geblokkeerd, nog diverse Satisfyer-producten op zijn website heeft aangeboden en daarnaast met die producten adverteerde op Instagram, eBay en Amazon. Hieruit leidt de rechtbank af dat geen sprake is van de verkoop van een enkel inbreukmakend product en dat Triple A Finance er niet zomaar op kan vertrouwen dat [gedaagde] de Inbreukmakende Producten niet meer zal aanbieden. De situatie dat er geen reële dreiging meer bestaat dat [gedaagde] in de toekomst inbreuk op de Satisfyer Merken zal maken, doet zich niet voor.
Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank [gedaagde] zal bevelen om iedere inbreuk op de Satisfyer Merken van Triple A Finance in de gehele Europese Unie te staken en gestaakt te houden. Een termijn alvorens het bevel ingaat na betekening acht de rechtbank niet nodig, omdat [gedaagde] zelf het standpunt inneemt dat hij de inbreuk al heeft gestaakt.
Nevenvorderingen
Zoals hiervoor is overwogen, is Triple A Finance merkhouder van de Satisfyer Merken en is zij daarom vorderingsgerechtigd. Triple A Marketing heeft niet onderbouwd waarom zij vorderingsgerechtigd is ten aanzien van de door Triple A ingestelde nevenvorderingen. Daarom zullen de nevenvorderingen van Triple A Marketing worden afgewezen.
Afgifte bescheiden
Triple A vordert, bij provisioneel vonnis en in de hoofdzaak, inzage en afschrift van alle overige administratie, correspondentie en documentatie die zich onder of in de macht van [gedaagde] bevindt en die betrekking heeft op het aanbod van en de handel in de namaak- producten. Het gaat om de onder randnummer 59 van de dagvaarding genoemde bescheiden en informatie, voor zover dit niet al onderdeel uitmaakte van de op 20 november 2024 beslagen administratie. Triple A onderbouwt haar vordering als volgt. De beslagen administratie is niet compleet en de vragen om opheldering zijn door [gedaagde] onbeantwoord gelaten. Triple A heeft ook bol.com, Amazon, eBay en de (voormalige) handelspartner van [gedaagde] aangeschreven om meer informatie te verkrijgen, maar daar is (nog) geen reactie op gekomen. Triple A stelt dat zij het volgende belang heeft bij haar vordering. Zij wenst de inbreuk en de daarvoor verantwoordelijke personen verder te onderbouwen zodat zij zendingen en achtergehouden voorraden van de namaakproducten op kan sporen, verdere handel in namaakproducten tot een halt kan roepen en haar (internationale) processtrategie kan bepalen. Met deze bescheiden zal Triple A meer inzicht verkrijgen in de duur en omvang van de handel in namaakproducten en de betrokken partijen daarbij. Triple A zal op basis daarvan alle betrokken partijen kunnen traceren en daar waar nodig verdere actie tegen ondernemen om de counterfeit handel tot een einde te kunnen brengen. Mede op basis van dit bewijs zal Triple A de volledige schade kunnen begroten.
[gedaagde] betoogt dat hij volledige inzage heeft gegeven in de administratie. [gedaagde] stelt dat Triple A niet laat zien welke gegevens ontbreken en dat Triple A geen aanvullende vragen heeft gesteld en niet om opheldering heeft verzocht.
Triple A heeft onder randnummer 59 van de dagvaarding, onder a tot en met i, gespecificeerd welke informatie zij vordert. Nu Triple A inzage in specifieke bescheiden en informatie vordert had van [gedaagde] verwacht mogen worden dat hij daarop zou ingaan. Hij moet concreet onderbouwen over welke onder randnummer 59 van de dagvaarding genoemde stukken of informatie hij al dan niet beschikt en in hoeverre Triple A daarin al inzage heeft verkregen. Een algemeen verweer volstaat niet, gelet op de specifieke bescheiden en informatie waarvan Triple A inzage vordert.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank de gevorderde inzage zal toewijzen. De termijn van nakoming wordt ter voorkoming van executiegeschillen bepaald op twee weken na betekening van het vonnis. De aanvang van de periode waarover inzage moet worden gegeven zal de rechtbank bepalen op 1 januari van het jaar waarin de eerste inbreuk is geconstateerd, te weten 1 januari 2024.
Nu de vordering in de hoofdzaak zal worden toegewezen, zal de provisionele vordering wegens gebrek aan belang worden afgewezen. Het betreft immers inhoudelijk dezelfde vordering. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken ten aanzien van de provisionele vordering.
Rectificatie
Triple A vordert rectificatie op de website(s), Instagram account en nog actieve verkoopaccounts van [gedaagde] om het publiek te informeren over de inbreuk en om verdere schade voor Triple A te beperken. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. De vordering tot rectificatie zal daarom als niet weersproken worden toegewezen.
Recall en vernietiging voorraad
Triple A heeft toegelicht dat de bij [gedaagde] in beslag genomen voorraad al is vernietigd en dat de vordering betrekking heeft op overige namaak Satisfyer-producten, die zich bij professionele afnemers bevinden of door consumenten zijn geretourneerd. [gedaagde] betoogt dat hij gebruik maakte van dropshipping en dat er daarom geen voorraden waren.
Vast staat dat de deurwaarder 905 namaak Satisfyer-producten in beslag heeft genomen, zodat [gedaagde] deze in ieder geval op voorraad heeft gehad. Dat [gedaagde] gebruik maakte van dropshipping strookt daar niet mee en blijkt nergens uit. De vordering tot afgifte ter vernietiging van de nog op voorraad zijnde Inbreukmakende Producten zal daarom worden toegewezen, voor zover [gedaagde] nog over voorraad van Inbreukmakende Producten beschikt.
Onder v.2.5. van de dagvaarding is een kopje opgenomen dat luidt: ‘Recall & vernietiging’. In het petitum van de dagvaarding is echter geen recall gevorderd. De rechtbank zal daarom niet oordelen en beslissen over een recall en zal de vordering tot vernietiging afwijzen voor zover deze ziet op (als gevolg van een recall) ‘geretourneerde’ Inbreukmakende Producten.
Dwangsom
Oplegging van de door Triple A gevorderde dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven bevelen, is aangewezen. De gevorderde dwangsom zal evenwel worden gemaximeerd zoals vermeld in de beslissing.
Schadevergoeding en/of winstafdracht en voorschot
Triple A vordert kort gezegd veroordeling van [gedaagde] om de schade te vergoeden (nader op te maken bij staat) en/of, ter keuze van Triple A, afdracht van de met de inbreuk gemaakte winst. Daarnaast vordert Triple A een voorschot van € 75.000 op de schadevergoeding.
Triple A onderbouwt haar vordering als volgt. Door de handel in namaakproducten lijdt Triple A ernstige en doorlopende schade. Zo leidt de handel in namaakproducten tot winstderving, omdat in plaats van de echte Satisfyer-producten de namaakproducten zijn verkocht. Triple A verzoekt het voorschot op de schade te begroten (op grond van artikel 6:104 BW) op basis van de door [gedaagde] genoten winst. Triple A begroot dat bedrag op ten minste € 75.000. Zij gaat daarbij uit van 5.872 verkochte producten, een inkoopprijs van € 6,59 en een verkoopprijs van € 27,10. De bruto winst per product is dan € 20,51 x 4.967 = € 101.873,17. Daarbij hanteert Triple A een hypothetische kostenmarge van 25%. Daarnaast heeft Triple A kosten gemaakt ter voorkoming of beperking van schade, vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en verkrijging van voldoening buiten rechte in de zin van artikel 6:96 BW. Triple A vordert vergoeding van deze kosten als onderdeel van haar schade, voor zover die kosten niet al (geheel) onder de proceskosten vallen. Verder lijdt Triple A reputatieschade, omdat de Inbreukmakende Producten van inferieure kwaliteit zijn. Ten slotte heeft [gedaagde] met zijn handelen een internationale keten van counterfeit gevoed waardoor Triple A ook grote schade lijdt. Triple A vordert verwijzing naar de schadestaatprocedure, omdat de omvang van de door Triple A geleden schade op dit moment nog onduidelijk is. Triple A vordert een voorschot op de schadevergoeding, omdat Triple A ernstig wordt benadeeld als zij de gehele looptijd van de schadestaatprocedure moet afwachten totdat zij haar schade vergoed krijgt. De werkelijke schade zal hoger liggen dan € 75.000.
[gedaagde] betwist dat Triple A schade heeft geleden. Triple A heeft dit alleen gesteld, maar niet onderbouwd en aangetoond. Dat geldt ook voor de reputatieschade. Verder is er geen causaal verband tussen de gestelde schade en het vermeende handelen van [gedaagde] en is [gedaagde] dus niet aansprakelijk. De overzichten van Triple A vermelden slechts de bruto verkopen, zonder rekening te houden met eventuele retouren, annuleringen en andere kosten zoals verzend- en douanekosten. Hierdoor ontstaat een onvolledig beeld van de daadwerkelijk gegenereerde omzet en het aantal afgeleverde producten. Er is maar één bestelling via [website] verkocht, namelijk aan Triple A.
De rechtbank overweegt als volgt. Aan een beslissing tot verwijzing naar de schadestaatprocedure worden geen strenge eisen gesteld. Artikel 612 Rv bepaalt dat de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, de schade in het vonnis begroot, voor zover hem dit mogelijk is. Indien begroting in het vonnis niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding, op te maken bij staat. Voldoende voor de verwijzing naar de schadestaatprocedure is dat eiser de mogelijkheid van schade aannemelijk maakt. Aan dat vereiste is naar het oordeel van de rechtbank voldaan.
Vast staat immers dat [gedaagde] heeft gehandeld in namaak Satisfyer-producten, zodat aannemelijk is dat Triple A daardoor schade heeft geleden. Dit brengt mee dat de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure zal worden toegewezen. Ook de gevorderde winstafdracht zal worden toegewezen, met dien verstande dat de schadevergoedings- en winstafdrachtvordering slechts toewijsbaar zijn in ‘en/of’ vorm zoals door Triple A gevorderd, onder de voorwaarde dat ze niet cumulatief ten uitvoer worden gelegd.
De wettelijke rente over de schade kan in de schadestaatprocedure aan de orde komen.
Triple A vordert wettelijke rente over de af te dragen winst, vanaf de eerste dag van de verhandeling door [gedaagde] van de namaak Satisfyer-producten. Wettelijke rente is verschuldigd vanaf de datum waarop de verbintenis tot winstafdracht opeisbaar is geworden, dus vanaf de data waarop de verschillende merkinbreukmakende transacties hebben plaatsgevonden. Nu Triple A die gegevens niet voor de rechtbank inzichtelijk heeft gemaakt, zal de wettelijke rente over de af te dragen winst worden toewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Bij het toekennen van een voorschot op de schadevergoeding moet beoordeeld worden of een afweging van de materiële belangen het gevorderde voorschot rechtvaardigt, waarbij heeft te gelden dat dit doorgaans alleen het geval is, gelet op het restitutierisico, indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vast staat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.
Aan het vereiste dat het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld, is in het onderhavige geval niet voldaan. Triple A gaat in haar berekening immers uit van een schatting. Bovendien ziet de rechtbank niet in waarom Triple A niet de afloop van de schadestaatprocedure kan afwachten. De vordering tot betaling van een voorschot zal daarom worden afgewezen.
Verbeurde dwangsommen
Triple A vordert te verklaren voor recht dat [gedaagde] het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 11 november 2024 gewezen ex parte-inbreukverbod heeft overtreden en daarmee dwangsommen heeft verbeurd. Triple A legt hieraan het volgende ten grondslag. In voormelde beschikking heeft de voorzieningenrechter bevolen dat [gedaagde] met ingang van 48 uur na betekening van de beschikking iedere inbreuk op de Satisfyer Merken moet staken, onder oplegging van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000 per dag of gedeelte van een dag, met een maximum van € 100.000. Deze beschikking is op 20 november 2024 om 9:42 uur aan [gedaagde] betekend. Dit brengt mee dat het verbod op straffe van een dwangsom op 22 november 2024 om 9:42 uur van kracht was. [gedaagde] bleef de Satisfyer Pro 2 en de Satisfyer Penguin na 22 november 2024 aanbieden op zijn website. [gedaagde] stelde op 26 november 2024 dat het hem vrij stond de echte Satisfyer-producten te verkopen, maar uit zijn administratie blijkt niet dat hij echte Satisfyer-producten heeft ingekocht. [gedaagde] heeft het aanbod van de Satisfyer-producten op 30 november 2024, acht dagen nadat het verbod op straffe van een dwangsom is ingegaan, van zijn website verwijderd. Triple A verwijst ter onderbouwing naar haar productie 17. Daarnaast heeft [gedaagde] na 22 november 2024 de Satisfyer Pro 2 en de Satisfyer Penguin nog op eBay aangeboden, met een voorraad van honderden producten (productie 19 van Triple A). [gedaagde] heeft de Satisfyer Penguin tot kerst aangeboden. De advertentie voor de Satisfyer Pro 2 is pas enkele dagen voor het uitbrengen van de dagvaarding verwijderd. Uit de testaankopen en de beslagen administratie blijkt dat [gedaagde] alleen in namaak Satisfyer-producten heeft gehandeld.
[gedaagde] betoogt dat Triple A niet heeft aangetoond dat er tussen de ingangsdatum van het ex parte-verbod op 20 november 2024 en 29 november 2024 bewust merkinbreuk is gepleegd. De goederen op de website waren niet namaak. Er is maar één bestelling via [website] verkocht, namelijk aan Triple A. In het kader van de proportionaliteit was een ingebrekestelling voor de hand liggend geweest, aldus [gedaagde] .
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] zijn stelling dat de Satisfyer-producten die hij na 22 november 2024 heeft aangeboden niet namaak waren, niet heeft onderbouwd. Nergens valt uit af te leiden dat [gedaagde] ook heeft gehandeld in originele Satisfyer-producten, terwijl uit de testaankopen blijkt dat dit namaakproducten betroffen. Bovendien blijkt uit de administratie van [gedaagde] dat hij alleen in namaakproducten handelde. De producties 17 en 19 van Triple A tonen voldoende aan dat [gedaagde] vanaf 22 november 2024 niet is gestopt met het aanbieden van de namaak Satisfyer-producten op zijn website en op eBay. [gedaagde] heeft dit betwist, maar gelet op de inhoud van voormelde producties had hij dit concreet moeten onderbouwen en kan hij niet volstaan met een blote betwisting.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de dwangsommen zijn verbeurd. De vordering zal dan ook worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Triple A maakt op de voet van artikel 1019h Rv aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten. Blijkens de door Triple A overgelegde specificatie worden de door haar gemaakte proceskosten becijferd op een bedrag van € 25.086,50 aan honoraria en € 9.669,96 aan verschotten (waaronder beslagkosten en kosten in verband met het ex parte-verzoek). [gedaagde] heeft zich niet tegen een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv verweerd. Wel stelt hij dat het ex parte-verbod, het bewijsbeslag en de conservatoire derdenbeslagen disproportioneel waren en onterecht en dat er nooit serieus contact is geweest over een mogelijke oplossing.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt dan ook volledig aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘eenvoudige zaak’ met een maximumtarief van € 8.000. De rechtbank merkt de zaak aan als een eenvoudige zaak, gelet op de inhoud van de zaak en het aantal processtukken dat partijen hebben gewisseld. Nu het (maximum)tarief is gebaseerd op een volledige procedure inclusief een mondelinge behandeling die in dit geval geen doorgang heeft gevonden, ziet de rechtbank aanleiding daarop een korting van 20% toe te passen, zodat een bedrag van € 6.400 voor vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen. De rechtbank ziet in de door [gedaagde] naar voren gebrachte omstandigheden geen aanleiding voor matiging van voormeld tarief. Ook de opgevoerde bedragen van in totaal € 9.669,96 voor onder meer beslagkosten, kosten in verband met het ex parte-verzoek, opslag en vernietiging van de namaakgoederen en de kosten van de testaankoop worden toegewezen. [gedaagde] heeft deze vordering slechts bestreden door aan te voeren dat de beslaglegging onnodig was en onnodige kosten met zich heeft meegebracht. De rechtbank gaat echter aan dit betoog voorbij, nu de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd wordt toegewezen.
Het bedrag voor salaris advocaat van € 6.400 wordt verhoogd met de dagvaardingskosten van € 145,45, € 2.307 aan griffierecht en € 9.669,96 aan verschotten, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 18.521,95.
5. De beslissing
De rechtbank:
beveelt [gedaagde] iedere inbreuk op de Satisfyer Merken beschreven in 2.2 en/of het faciliteren daarvan te staken en gestaakt te houden in de Europese Unie, in het bijzonder het (laten) vervaardigen, inkopen, invoeren, aanbieden, promoten, in de handel brengen, uitvoeren en/of anderszins verhandelen van de Inbreukmakende Producten of het voor deze doeleinden in voorraad hebben daarvan;
beveelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan Triple A Finance, over de periode vanaf 1 januari 2024 tot de vonnisdatum, de volgende bescheiden en informatie ter inzage te geven en waar beschikbaar digitaal af te geven dan wel daarvan duidelijk leesbare onbewerkte afschriften te verstrekken aan Triple A Finance:
de (Alibaba) accounts, advertenties en volledige contactgegevens van alle leveranciers van de Inbreukmakende Producten;
opgave van en alle communicatie met (voormalige) handelspartners (zoals de heer [naam] ) aangaande de handel in de Inbreukmakende Producten, of die communicatie nu via e-mail, sms, Alibaba, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
alle communicatie met de onder a genoemde leveranciers van de Inbreukmakende Producten, of dat nu via e-mail, sms, Alibaba, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
alle orders bij, overeenkomsten of afspraken met, facturen en creditnota’s van en bewijs van betalingen (i.e. bankafschriften) voor Inbreukmakende Producten aan leveranciers of enige tussenpersonen of platformen zoals Alibaba, inclusief payment receipts van Alibaba;
en volledige (Excel) inkoop-, voorraad en verkoop administratie met gespecificeerd welke Inbreukmakende Producten er wanneer, waar en in welke aantallen en tegen welke prijs zijn ingekocht, via welke verkoopkanalen zijn verkocht en welke aantallen nog in voorraad worden gehouden;
alle transport- en export- en importdocumentatie en alle correspondentie met leveranciers, de tussenpersonen en vervoerders van de Inbreukmakende Producten (bijvoorbeeld van UPS, DHL en/of andere verzenddiensten), waar onder andere uit blijkt wat de status is van de 3.000 Inbreukmakende Producten die ten tijde van de beslaglegging nog niet zouden zijn geleverd;
alle on- en offline kanalen en platformen waar [gedaagde] de Inbreukmakende Producten heeft aangeboden, inclusief volledige informatie over accounts en de namen waaronder hij dat heeft gedaan, en eventuele overige partijen die daarbij betrokken zijn geweest;
opgave van eventuele professionele afnemers van Inbreukmakende Producten met volledige naam, contactperso(o)n(en) en adresgegevens en alle communicatie tussen [gedaagde] en deze professionele afnemers, of dat nu via e-mail, sms, WhatsApp, WeChat, Telegram, Instagram of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;
facturen van en/of uitbetalingen door Amazon, eBay en bol.com en eventuele andere online en offline verkoopkanalen met betrekking tot de Inbreukmakende Producten;
beveelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, en voor de duur van twee maanden, de volgende rectificatie te plaatsen boven aan de website(s), zijn [instagram-account] en nog actieve verkoopaccounts waarop hij de Inbreukmakende Producten heeft aangeboden, in zwart op een witte achtergrond, in hetzelfde lettertype en dezelfde grootte als de hoofdtekst (minimaal de grootte van Arial 14pt), in de op die websites beschikbare talen, zonder enige toevoeging of commentaar en zonder op enigerlei andere wijze aan doel en strekking van de rectificatie afbreuk te doen:
“De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 7 januari 2026 beslist dat wij door het op de markt brengen van namaak Satisfyer-producten inbreuk hebben gemaakt op de Satisfyer merken. Deze producten mogen derhalve niet langer worden aangeboden, verkocht of geleverd, dan wel gebruikt of in voorraad gehouden. Wij hebben de handel in de namaakproducten gestaakt.”
beveelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op eigen kosten, de totale hoeveelheid bij hem nog in voorraad zijnde Inbreukmakende Producten te (laten) vernietigen in het bijzijn van een deurwaarder en om aan de advocaten van Triple A Finance een kopie van het vernietigingsrapport, ondertekend door de deurwaarder, te sturen;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom aan Triple A Finance van € 5.000 voor iedere dag (een gedeelte van een dag als een gehele gerekend) dat hij in strijd handelt met de hiervoor onder 5.1 tot en met 5.4 opgenomen bevelen, dan wel, ter keuze van Triple A Finance bij overtreding van het bevel onder 5.1, van € 1.000 per in strijd met dit bevel verkochte Inbreukmakende Product, met in alle gevallen een maximum van totaal te verbeuren dwangsommen van € 200.000;
veroordeelt [gedaagde] om aan Triple A Finance te vergoeden de schade die Triple A Finance heeft geleden en onverhoopt nog verder zal lijden ten gevolge van de verhandeling van de Inbreukmakende Producten, één en ander op te maken bij staat en te vereffenen zoals voorzien in de wet, en/of, zulks ter keuze van Triple A Finance, de door [gedaagde] met de verhandeling van de Inbreukmakende Producten genoten winsten aan Triple A Finance af te dragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding (17 januari 2025), tot aan de dag van algehele voldoening, onder de voorwaarde dat de schadevergoedings- en winstafdrachtveroordeling niet cumulatief ten uitvoer worden gelegd;
verklaart voor recht dat [gedaagde] het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 11 november 2024 gewezen ex parte-inbreukverbod heeft overtreden en daarmee dwangsommen heeft verbeurd;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Triple A begroot op € 18.521,95;
verklaart dit vonnis, met uitzondering van 5.7, uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.
2339