ECLI:NL:RBDHA:2026:3415

ECLI:NL:RBDHA:2026:3415

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-01-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer NL25.50983
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Eiseres stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum]. Zij heeft op 7 mei 2025 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is bij beschikking van 13 oktober 2025 afgewezen als ongegrond. Ook heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiseres uitgevaardigd, waarin staat dat zij Nederland binnen vier weken moet verlaten en moet terugkeren naar Somalië. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres gestelde problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. Ook komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet onder het risicoprofiel ‘alleenstaande vrouw’ valt en dat zij daarom bescherming kan genieten in Somalië. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij op individuele basis per (vissers)boot veilig kan terugreizen naar Marka.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50983

V-nummer: [#],

(gemachtigde: mr. L. Sinoo),

en

(gemachtigde: mr. A.E. Van Midden).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. Eiseres stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. Zij heeft op 7 mei 2025 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is bij beschikking van 13 oktober 2025 afgewezen als ongegrond. Ook heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiseres uitgevaardigd, waarin staat dat zij Nederland binnen vier weken moet verlaten en moet terugkeren naar Somalië. Eiseres heeft hier beroep tegen ingesteld.

3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

4. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft op 20 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen twee weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij stelt uit Somalië te zijn gevlucht voor Al Shabaab, omdat zij van haar oom verlangden dat hij haar aan iemand binnen Al Shabaab zou uithuwelijken. De oom van eiseres heeft ervoor gezorgd dat zij uit Somalië kon vluchten (met hulp van een mensensmokkelaar) en hierdoor is hij vermoord. Eiseres stelt bij terugkeer naar Somalië een reëel risico te lopen op ernstige schade. Zij vreest opgespoord te worden door Al Shabaab. Daarnaast vreest eiseres voor herbesnijdenis, aangezien haar stiefmoeder/-tante haar opnieuw wil laten besnijden.

Het bestreden besluit

6. Verweerder heeft in het asielrelaas van eiseres de volgende asielmotieven onderscheiden:

1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;

2. Problemen met Al Shabaab; en

3. De vrees voor herbesnijdenis.

Alleen het eerste asielmotief is door verweerder geloofwaardig geacht. Het tweede en derde asielmotief zijn niet geloofwaardig geacht. De problemen met Al Shabaab zijn door verweerder ongeloofwaardig bevonden. Verweerder stelt dat eiseres dit asielmotief niet met objectieve documenten heeft onderbouwd. Ook vindt verweerder dat dit asielmotief niet alsnog geloofwaardig kan worden geacht op basis van haar verklaringen, omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hiermee is niet voldaan aan de eis van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw. Ook het derde asielmotief is door verweerder niet geloofwaardig geacht. Volgens verweerder loopt eiseres bij terugkeer naar Somalië daarom geen risico op ernstige schade.

Heeft verweerder de problemen van eiseres met Al Shabaab ongeloofwaardig kunnen achten?

7. Verweerder stelt dat hij niet aan eiseres heeft tegengeworpen dat zij haar asielrelaas niet met documenten heeft onderbouwd. Daarom heeft verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling van dit element van het asielrelaas gedaan op basis van de verklaringen van eiseres. Vervolgens stelt verweerder dan dat de verklaringen van eiseres met betrekking tot de problemen met Al Shabaab en de moord op haar oom geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hiermee is volgens verweerder niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, Vw.

Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom dit element van het asielrelaas ongeloofwaardig wordt geacht. Zij baseert dit op het volgende.

Handelwijze Al Shabaab

8. Verweerder is ingegaan op de vraag of de oom van eiseres een gevaar vormt voor Al Shabaab en de vraag of de verklaringen van eiseres stroken met hetgeen in het Algemeen Ambtsbericht staat vermeld over de handelwijze van Al Shabaab. Volgens verweerder is het opmerkelijk dat Al Shabaab, volgens de verklaringen van eiseres, tweemaal naar de oom van eiseres zou hebben gebeld om hem te waarschuwen. Uit de beschikbare algemene en specifieke informatie over Al Shabaab blijkt namelijk dat Al Shabaab dreiging en geweld inzet zonder waarschuwing vooraf, aldus verweerder. Ook betoogt verweerder dat de oom van eiseres een gevaar vormt voor de ideologische belangen van Al Shabaab, omdat de organisatie in haar belangen wordt geschaad doordat de oom het huwelijk weigert. Daarom zou het volgens verweerder voor de hand liggen dat de oom van eiseres zou worden behandeld als alle andere tegenstanders van Al Shabaab.

De rechtbank volgt eiseres in haar stelling dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat de oom van eiseres een gevaar zou vormen voor de ideologische en economische belangen van Al Shabaab. De enkele stelling van verweerder dat de weigering van de oom om eiseres uit te huwelijken daarvoor voldoende is, volgt de rechtbank niet. De verwijzing in het voornemen naar het rapport van ODI, heeft verweerder immers laten vallen en uit pagina 29 van het Algemeen Ambtsbericht, waar verweerder naar verwijst, volgt dit niet. Alleen al daarom is het niet opmerkelijk dat de oom tweemaal is gebeld met een waarschuwing en/of bedreiging. Ook is verweerder voorbijgegaan aan het door eiser genoemde artikel van [naam 2] waarin staat dat uit landeninformatie niet naar voren komt dat er één enkele modus operandi of een vastgesteld proces van escaleren bestaat bij het effectueren van dreigementen door Al Shabaab. Er zijn juist uiteenlopende voorbeelden van hoeveel tijd Al-Shabaab een slachtoffer geeft. Verweerder heeft daarom, naar oordeel van de rechtbank, onvoldoende gemotiveerd dat het niet geloofwaardig is dat de oom van eiseres telefonisch is gewaarschuwd.

Opsporing van eiseres in Marka

9. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt hoe Al Shabaab haar binnen een dag heeft kunnen opsporen toen zij op de vlucht voor Al Shabaab vanaf het huis van haar nicht naar Marka was vertrokken. Hierbij verwijst verweerder naar het Algemeen Ambtsbericht waarin staat de vraag of Al Shabaab een persoon opspoort, afhangt van de soort problemen die de persoon heeft met Al Shabaab, en de bereidheid die Al Shabaab heeft om tijd en middelen te investeren in het vinden van de persoon.

De rechtbank is van oordeel dat uit het ambtsbericht inderdaad volgt dat de opsporing van een persoon door Al Shabaab tijd kan kosten. Op grond van het door eiseres aangevoerde artikel van [naam 2] kan echter de conclusie worden getrokken dat Al Shabaab een zeer sterk netwerk aan informanten heeft en dat het daarom niet uitgesloten is dat Al Shabaab binnen een dag kon weten waar eiseres naartoe was vertrokken Dat, zoals verweerder stelt, dit artikel alleen betrekking heeft op het afpersen tijdens het innen van belasting en het rekruteren van mensen, kan worden gevolgd, maar dit kan niet afdoen aan het in dit artikel geconstateerde feit dat Al Shabaab een zeer sterk netwerk aan informanten heeft. Het standpunt van verweerder dat het opsporen van iemand tijd kan kosten, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij binnen een dag door Al Shabaab is opgespoord.

De verklaringen van eiseres over haar woon- of verblijfplaats

10. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar eigen woonplaats. Tijdens het aanmeldgehoor is aan eiseres gevraagd met wie zij op het adres heeft gewoond waar zij als laatste woonde. Eiseres heeft hierop verklaard dat zij met haar nicht woonde, maar later verklaarde eiseres dat de nicht in Gendershe woont en eiseres in Marka woonde. Daarna is er gevraagd wie er op het adres is achtergebleven (na het vertrek van eiseres uit Somalië) en toen heeft zij verklaard dat de nicht er inmiddels niet meer woont. Volgens verweerder is sprake van tegenstrijdige verklaringen die niet zijn gecorrigeerd bij de correcties en aanvullingen.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het nader gehoor had moeten doorvragen op dit punt en eiseres had moeten confronteren met het feit dat zij niet eenduidig heeft verklaard over haar woon- of verblijfplaats en de personen met wie zij op dat adres woonde. Verder is eiseres in de zienswijze ingegaan op haar verwarring met betrekking tot het onderscheid tussen ‘verblijven’ en ‘wonen’. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit dan ook niet kunnen tegenwerpen.

Tussenconclusie

11. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres gestelde problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. De beroepsgrond slaagt.

Heeft verweerder de vrees van eiseres voor herbesnijdenis ongeloofwaardig mogen achten?

12. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het niet aannemelijk is dat eiseres opnieuw zal worden besneden. Eiseres heeft verklaard op de faraonische manier te zijn besneden; dit is de ernstigste vorm. In het voornemen en besluit heeft verweerder verwezen naar een Belgisch onderzoeksrapport, waarin wordt geconstateerd dat herbesnijdenis in geval van een faraonische besnijdenis slechts anekdotisch voorkomt. Indien herbesnijdenis als correctie plaatsvindt, dient dit in het eerste jaar na de initiële besnijdenis plaats te vinden, om tot een zogenaamd succesvol resultaat te komen. De enkele stelling van eiseres dat uit dit rapport wel blijkt dat herbesnijdenis mogelijk is, is naar oordeel van de rechtbank niet voldoende om in dit geval de vrees voor herbesnijdenis aannemelijk te achten. Het komt immers heel weinig voor en eiseres is inmiddels 30 jaar en de eerste besnijdenis heeft jaren geleden plaatsgevonden, toen eiseres acht of negen jaar oud was. Om de zelfde redenen acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de vrouw van de oom van eiseres (de stiefmoeder of stieftante) eiseres op haar dertigste opnieuw zou willen laten besnijden.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres geen alleenstaande vrouw is en dat zij bescherming kan genieten in Somalië?

13. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres geen alleenstaande vrouw is. Eiseres heeft volgens verweerder nog grootfamilie in Somalië. Aangezien de problemen van eiseres met Al Shabaab en de moord op de oom ongeloofwaardig zijn geacht, stelt verweerder zich op het standpunt dat eiseres nog een oom in Somalië heeft. Ook noemt verweerder de stiefmoeder/-tante van eiseres, de nicht van eiseres en de echtgenoot van haar nicht in het kader van grootfamilie. Verweerder ziet niet in waarom eiseres niet terug zou kunnen naar haar oom en zijn vrouw. Verder refereert verweerder aan de verklaringen van eiseres dat een vriend van haar oom [naam 3] ) haar heeft geholpen, hetgeen volgens verweerder tot de conclusie leidt dat zij een netwerk in Marka heeft. Tot slot benoemt verweerder dat eiseres enige bescherming zou kunnen krijgen van haar clan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet is aan te merken als alleenstaande vrouw. In het beleid voor alleenstaande vrouwen in Somalië is opgenomen dat verweerder alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel aanmerkt. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft, hangt volgens het beleid onder meer af van de aanwezigheid van grootfamilie. Tot de grootfamilie kunnen naast vader, moeder en kinderen ook grootouders, ooms, tantes, neven en nichten behoren – en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op kan terugvallen. De rechtbank heeft al eerder geconstateerd dat verweerder de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas (i.e. de problemen van eiseres met Al Shabaab en de moord op haar oom) beter moet motiveren. De geloofwaardigheid hiervan (bijvoorbeeld de aanwezigheid van de oom) heeft gevolgen voor de beoordeling van de vraag of eiseres grootfamilie heeft waar zij, gelet op haar individuele omstandigheden, op kan terugvallen. Ook dit zal verweerder dus opnieuw moeten beoordelen.

Voorts is het standpunt van verweerder dat eiseres ‘enige’ bescherming van haar clan zou kunnen krijgen naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om te concluderen dat eiseres bescherming kan genieten in Somalië. Eiseres heeft gesteld dat zij geen bescherming kan genieten vanuit haar clan. In het Algemeen Ambtsbericht wordt benoemd dat er voor vrouwen beperkte bescherming mogelijk is vanuit de clan, waarmee het standpunt van verweerder wordt gerelativeerd. Verweerder heeft daarom, naar oordeel van de rechtbank, onvoldoende beargumenteerd waarom eiseres in haar specifieke geval wel een beroep kan doen op bescherming door haar clan.

Hiermee komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet onder het risicoprofiel ‘alleenstaande vrouw’ valt en dat zij daarom bescherming kan genieten in Somalië.

Deze beroepsgrond slaagt.

Heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres veilig kan terugkeren naar Marka?

14. Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres via een boot op veilige wijze vanuit Mogadishu naar Marka kan reizen en dat dit niet leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Hoewel in het Algemeen Ambtsbericht Somalië wordt vermeld dat niet kan worden bevestigd dat er een publieke lijnverbinding per boot is, blijkt daaruit ook dat eiseres op individuele basis kan onderhandelen om mee te kunnen reizen op een (vissers)boot van Mogadishu naar Marka.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij op individuele basis per (vissers)boot veilig kan terugreizen naar Marka. Van eiseres kan als jonge, ongehuwde vrouw niet worden verwacht dat zij met vissers of andere (mannelijke) individuen zal onderhandelen om per boot van Mogadishu naar Marka te worden gebracht. Verweerder heeft zijn standpunt dat eiseres veilig kan terugkeren naar Marka om deze reden onvoldoende gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

15. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de aanvraag te nemen.

16. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken de tijd.

17. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 13 oktober 2025;

- draagt verweerder op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?