ECLI:NL:RBDHA:2026:3416

ECLI:NL:RBDHA:2026:3416

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer NL25.39238
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

mvv regulier. Syrie. Jongvolwassenenbeleid, bijkomende elementen van afhankelijkheid. WI 2022/7. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.39238

V-nummer: [nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. D. de Vries),

en

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de door M.K. Mohammad (referent) voor eiseres ingediende aanvraag tot verlenen van een mvv. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Referent heeft voor eiseres op 6 november 2022 een aanvraag voor een mvv voor het doel ‘familie en gezin’ ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 25 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op 22 januari 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

3. Eiseres is geboren op [datum] en heeft de Syrische nationaliteit. Zij verblijft momenteel bij haar tante in Ad-Darbasiya, Syrië en beoogt verblijf bij haar vader (referent). Eiseres en referent stellen dat zij elkaar zijn kwijtgeraakt gedurende gevechten in Syrië in 2019. Referent heeft op 25 november 2019 een mvv gekregen in het kader van nareis asiel bij zijn minderjarige zoon, waarmee hij naar Nederland is gereisd. Ook de echtgenote van referent en hun twee andere zoons hebben een mvv gekregen om naar Nederland te reizen. Eiseres wil bij referent en haar gezin in Nederland verblijven.

Bestreden besluit

4. De minister stelt in zijn besluit dat de identiteit van eiseres en de familierechtelijke relatie tussen haar en referent voldoende aannemelijk zijn gemaakt. De minister heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat volgens hem de feitelijke gezinsband niet aannemelijk is gemaakt. De minister heeft zich namelijk op het standpunt gesteld dat eiseres niet valt onder het jongvolwassenenbeleid. Ook is er volgens de minister geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dit betekent dat er geen sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Omdat uit de beoordeling van de minister direct blijkt dat het bezwaar ongegrond is, heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Toetsingskader

5. De minister gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van het EVRM zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten:

In andere gevallen wordt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen alleen aangenomen als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen het meerderjarige kind en zijn of haar ouder(s). Deze elementen kunnen zijn: samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid en de gezondheid van betrokkenen.

Overwegingen

Over het als herhaald en ingelast beschouwen van eerder ingediende stukken

6. De rechtbank overweegt dat eiseres haar stelling dat al hetgeen zij eerder naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op het bezwaarschrift. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op deze bezwaren volgens haar niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook alleen richten op wat eiseres in beroep daarover heeft aangevoerd. De rechtbank verwijst ter onderbouwing hiervan naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).

Voldoet eiseres aan het jongvolwassenenbeleid?

7. In de uitspraak van 29 mei 2024 heeft de Afdeling overwogen dat de minister bij de beoordeling van elk van de vier cumulatieve vereisten van het jongvolwassenenbeleid alle relevante feiten en omstandigheden betrekt en een op het individuele geval toegespitste beoordeling maakt. De minister moet deze beoordeling maken in het licht van het in paragraaf C2/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) neergelegde vereiste dat een vreemdeling feitelijk tot het gezin van de referent behoort.

Partijen verschillen er niet over van mening dat is voldaan aan het hiervoor onder punt 5. genoemde eerste vereiste. De minister stelt echter dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is omdat aan de overige drie voorwaarden niet is voldaan. Eiseres voert aan dat zij wel voldoet aan de criteria van het jongvolwassenenbeleid. De rechtbank zal dat hierna beoordelen.

Eiseres voert aan dat zij tot aan het vertrek van haar ouders bij hen heeft gewoond. De scheiding van eiseres met haar ouders was niet vrijwillig. Zij stelt dat zij altijd met referent en de rest van haar gezin in gezinsband heeft samengeleefd.

Uit de Werkinstructie (WI) 2022/7 (Nader onderzoek in de nareisprocedure, inclusief DNA-onderzoek in de asielprocedure) volgt dat summiere antwoorden niet in het voordeel van de aanvrager van een mvv meewegen. De verklaringen moeten plausibel, aannemelijk en consistent zijn. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de verklaringen van eiseres, over de periode nadat referent en zijn gezin naar Nederland zijn vertrokken, te weinig overtuigingskracht hebben. De minister volgt referent niet in zijn relaas dat eiseres in 2019 bij een bombardement in het dorp Ad-Darbasiyah verdwaald raakte en haar ouders is kwijtgeraakt. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat eiseres, anders dan referent, heeft verklaard dat ze haar school moest verlaten toen de oorlog in Ras al-Ayn begon. Uit Google Maps blijkt dat de dorpen 60 kilometer uit elkaar liggen. De verklaring van eiseres over Ras al-Ayn komt niet overeen met de verklaring van referent over het bombardement in Ad-Darbasiyah. Eiseres heeft ook verklaard dat de school niet ver gelegen was van haar huis in Ad-Darbasiyah en dat ze meestal met vriendinnen van en naar school liep. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd waarom een zestienjarige de weg naar huis niet meer kon vinden. De enkele verklaring van eiseres dat zij doodsangsten uitstond, doet aan voorgaande niet af. Bovendien heeft de minister in zijn beoordeling mee mogen nemen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze vervolgens twee jaar is onderhouden door een Arabisch gezin. Eiseres heeft in dit kader zeer summier verklaard en heeft bijvoorbeeld de namen van de gezinsleden niet kunnen noemen. Dat referent ter zitting heeft toegelicht dat eiseres de vragen gedurende het gehoor nareis - vreemdeling niet correct heeft beantwoord, omdat ze het Arabische gezin had beloofd hun namen niet te noemen, doet hier niet aan af. Verder heeft de minister in het nadeel van eiseres mogen meewegen dat zij in het rapport gehoor nareis – vreemdeling veelvuldig antwoordt dat zij zich gebeurtenissen niet meer kan herinneren. Ter illustratie wijst de rechtbank op onderstaande passages uit dat gehoor:

“Hoelang heeft u bij het gezin verbleven?

Ik kan het mij niet herinneren. Ik was te jong.

Wat kunt u mij vertellen over dat gezin?

Wat wilt u weten?

Bijvoorbeeld uit hoeveel personen het gezin bestond.

Een normaal gezin. Een man, vrouw en kinderen. Ik kan het mij niet goed herinneren.

Hoe kan het dat u dat niet meer zo goed weet?

Het was een hele moeilijke periode voor mij. Ik was alleen maar aan het huilen. Ik miste mijn familie.

Wanneer bent u naar uw oma en tante gegaan?

Dat weet ik niet.

U gaf aan dat het moment dat de oorlog uitbrak ongeveer in 2019 was. Het is nu 2024 en u bent 21 jaar. Dan zou u op dat ongeveer moment 16 jaar zijn. Klopt dat?

Ik kan het mij niet herinneren. Ik weet het niet.

Wat kan u zich niet herinneren?

Hoe oud ik toen was.

Maar weet u het ook niet ongeveer?

Nee.”

De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft gesteld dat het niet aannemelijk is dat eiseres niet vrijwillig van referent is gescheiden. Ook is niet gebleken dat eiseres twee jaar bij een ander gezin heeft gewoond. Het is niet duidelijk waar ze heeft verbleven en daarom heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat ze niet zelfstandig heeft gewoond. De omstandigheid dat eiseres jong, bang en verdrietig was en zich daarom weinig kan herinneren van die periode doet aan voorgaande niet af. Evenmin is gebleken of aangetoond dat eiseres vanwege trauma niet meer kon verklaren dan dat eiseres nu heeft gedaan. Eiseres voldoet daarom niet aan het tweede cumulatieve vereiste van het jongvolwassenen beleid. De rechtbank volgt de minister dan ook in zijn stelling dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onder het jongvolwassenen beleid valt. De beroepsgrond slaagt niet.

Is sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie?

8. Eiseres betoogt dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie omdat er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn, met name tussen eiseres en haar vader en moeder. Eiseres heeft haar ouders hard nodig gelet op wat zij hebben meegemaakt.

Uit de uitspraken van de Afdeling van 27 maart 2024 volgt dat er familieleven kan bestaan tussen meerderjarige familieleden buiten het kerngezin, als er tussen hen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Het gaat er vooral om of sprake is van een op basis van objectieve of objectiveerbare feiten en omstandigheden vast te stellen afhankelijkheid tussen de betrokken volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke. De minister moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. In de beoordeling moeten, voor zover deze zijn aangevoerd, elementen zoals de financiële en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen, de banden met het land van herkomst, de mate van emotionele afhankelijkheid en de vraag of betrokkenen eerder hebben samengewoond een rol spelen. De bestuursrechter moet het onderzoek van de minister naar de relevante feiten en omstandigheden en de gegeven motivering of er gezinsleven bestaat, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft de minister beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres, referent en de overige gezinsleden, tot aan het aan moment dat referent uit Syrië is vertrokken, altijd hebben samengewoond. Zoals overwogen in 7.2. is echter niet gebleken dat de scheiding van eiseres en referent niet vrijwillig was. Dit betekent dat het in gezinsverband samenwonen slechts een lichte indicatie is dat er sprake kan zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Tot aan het moment dat referent naar Nederland vertrok, was eiseres, evenals de rest van het gezin, ook financieel afhankelijk van referent. De minister heeft bij de beoordeling terecht betrokken dat eiseres, na het vertrek van referent, niet structureel financieel door hem wordt ondersteund . De minister heeft eiseres tegen kunnen werpen dat zij zich met behulp van anderen, zoals haar tante, staande heeft kunnen houden sinds het vertrek van referent. Ook de emotionele afhankelijkheid is door de minister terecht in de besluitvorming betrokken. Daarbij heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er sprake is van een sterke band, die is versterkt door het leven in een oorlogsgebied, maar de gebruikelijke emotionele afhankelijkheid niet overstijgt en zij elkaar ook op afstand (emotioneel) kunnen ondersteunen. De omstandigheid dat eiseres ruim vijf jaar in Syrië verblijft zonder haar ouders en nu samen woont met haar tante die haar verzorgt, heeft de minister hierbij kunnen betrekken. Ook op het gebied van gezondheid en praktische afhankelijkheid heeft eiseres niets aangevoerd wat maakt dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Daarnaast heeft de minister mogen stellen dat eiseres meer banden heeft met Syrië dan met Nederland, waar zij enkel banden mee heeft omdat haar familie hier woont. Eiseres is geboren en getogen in Syrië en zij is daar naar school geweest. Eiseres kent de Syrische taal, cultuur en gewoontes.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister alle door eiseres aangedragen feiten en omstandigheden heeft betrokken en in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Door eiseres is niets aangevoerd waaruit blijkt dat de minister de afzonderlijke elementen niet goed heeft gewogen. Eiseres heeft ook niet duidelijk gemaakt hoe de samenhang tussen de elementen, die ieder afzonderlijk onvoldoende zwaarwegend zijn, tot een andere conclusie moet leiden.

Belangenafweging

9. Gelet op wat in 7 tot en met 8.3 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval geen belangenafweging meer hoeft plaats te vinden. Gelet op de eerder onder 8.1 genoemde uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024 hoeft de minister namelijk geen belangenafweging te maken wanneer hij terecht heeft gesteld dat er geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand wordt gelaten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

mr. J. Dijkstra, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?