ECLI:NL:RBDHA:2026:3420

ECLI:NL:RBDHA:2026:3420

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer NL26.7344
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring volgberoep. Zicht op uitzetting ontbreekt niet en er is geen aanleiding voor een lichter middel. Uit het medisch dossier van eiser blijkt dat hij medische zorg ontvangt in het detentiecentrum en er is niet gebleken dat deze zorg niet volstaat. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 1 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 17 februari 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst, zoals volgt uit de uitspraak van 19 januari 2026. In dit beroep is daarom van belang wat er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 16 januari 2026 is gebeurd.

Wat vindt eiser?

3. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De lp is al in maart 2025 aangevraagd en tot op heden is er geen lp afgegeven. Eiser beschikt niet over identiteitsdocumenten en het is daarom niet aannemelijk dat er nog een lp zal worden afgegeven. Dat eiser niet is verschenen op de geplande presentatie op 4 februari 2026 kan hem niet worden verweten, hij kon vanwege ziekte niet aanwezig zijn.

De bewaring valt eiser bovendien erg zwaar. Eiser heeft weliswaar toegang tot medische zorg, maar heeft desondanks veel pijnklachten. Hij heeft een bult in zijn nek waar hij mogelijk voor geopereerd moet worden. Eiser verwijst daarbij naar zijn medisch dossier. Daar komt bij dat eiser de laatste tijd niet zorgvuldig is onderzocht. Deze medische klachten maken de bewaring onevenredig zwaar voor eiser. Eiser geeft bovendien aan zich aan een meldplicht te willen houden, waardoor het opleggen van een lichter middel in de rede ligt.

Oordeel van de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijk termijn naar Algerije in algemeen niet ontbreekt. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor een ander oordeel. Hoewel de lp-aanvraag een langere looptijd heeft, is deze termijn nog niet zodanig lang dat op grond daarvan het zicht op uitzetting ontbreekt. Niet is gebleken dat Algerijnse autoriteiten hebben aangegeven geen lp voor eiser te zullen verstrekken. Daar komt bij dat eiser geen medewerking verleent. Het zicht op uitzetting is ook daarom in beginsel gegeven.

De rechtbank ziet daarnaast geen aanleiding voor het oordeel dat een lichter middel opgelegd moet worden. Uit het medisch van eiser blijkt dat hij medische zorg ontvangt in het detentiecentrum en er is niet gebleken dat deze zorg niet volstaat. De rechtbank is niet gebleken dat de bewaring voor eiser onevenredig zwaar is of er sprake is van detentieongeschiktheid. Dat de bewaring eiser zwaar valt, maakt dit niet anders.

Naar het oordeel van de rechtbank werkt de minister voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Zo heeft de minister op 3 februari 2026 geprobeerd een vertrekgesprek met eiser te voeren. Uit het verslag van dit gesprek blijkt dat eiser niet is verschenen, omdat hij geen zin had in het gesprek. Daarnaast is schriftelijk gerappelleerd aan de lp-aanvraag op 20 en 29 januari 2026. Dat eiser vanwege ziekte niet kon verschijnen op de geplande presentatie op 4 februari 2026 blijkt niet uit de voortgangsrapportage, waar wordt aangegeven dat eiser niet is komen opdagen.

De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Sijens

Griffier

  • mr. H.A. van der Wal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?