ECLI:NL:RBDHA:2026:3583

ECLI:NL:RBDHA:2026:3583

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 09/281404-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Taakstraf voor de duur van 80 uren en daarnaast een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Afwijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/281404-24

Datum uitspraak: 24 februari 2026

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 10 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Polderman en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. W.A. Koers naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Wassenaar als verkeersdeelnemer, namelijk alsbestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg,Landscheidingsweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijtenverkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- heeft gereden met een (veel) te hoge snelheid, althans zijn snelheid niet heeftaangepast aan het overige verkeer en/of- met die te hoge snelheid een voor hem rijdende Audi rechts heeft ingehaald,althans doende was in te halen en/of (vervolgens/daarbij)- met een aanmerkelijk snelheidsverschil inliep op een voor hem (langzamer)rijdende Citroën en/of (vervolgens)- tegen de (linker)achterkant van die Citroën is gebotst en/of (vervolgens)- tegen die (links naast hem rijdende) Audi is gebotst en/of (vervolgens)- op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen en(vervolgens/aldaar) (frontaal) in botsing is gekomen met een Jaguar welke werdbestuurd door [betrokkene] , waardoor (een) ander(en) te weten de bestuurder vaneen Jaguar en/of de passagier van de Nissan (genaamd 1) [betrokkene] en/of 2) [getuige 1][getuige 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten ad 1) een (aantal) ribbreuk(en) en/of een(aantal) breuk(en) van de lendenwervels en/of een wond op het voorhoofd en/of ad2) een ingeklapte long en/of een (aantal) ribbreuk(en), of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening vande normale bezigheden is ontstaan.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Wassenaar als bestuurder van een voertuig(auto), daarmee rijdende op de weg, de Landscheidingsweg,- heeft gereden met een (veel) te hoge snelheid, althans zijn snelheid niet heeftaangepast aan het overige verkeer en/of- met die te hoge snelheid een voor hem rijdende Audi rechts heeft ingehaald,althans doende was in te halen en/of (vervolgens/daarbij)- met een aanmerkelijk snelheidsverschil inliep op een voor hem (langzamer)rijdende Citroën en/of (vervolgens)- tegen de (linker)achterkant van die Citroën is gebotst en/of (vervolgens)- tegen die (links naast hem rijdende) Audi is gebotst en/of (vervolgens)- op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen en(vervolgens/aldaar) (frontaal) in botsing is gekomen met een Jaguar welke werdbestuurd door [betrokkene] , waardoor (een) ander(en) te weten de bestuurder vaneen Jaguar en/of de passagier van de Nissan (genaamd 1) [betrokkene] en/of 2) [getuige 1][getuige 1] )invullen1, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werdveroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werdgehinderd, althans kon worden gehinderd.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit en heeft zich met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Feitelijke toedracht van het verkeersongeval

Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 5 januari 2024 heeft zich op de Landscheidingsweg in Wassenaar een verkeersongeval voorgedaan. De verdachte reed, als bestuurder van een personenauto, een Nissan, op de Landscheidingsweg te Wassenaar in de richting van Leidschendam. De Landscheidingsweg bestaat uit twee rijbanen die ieder zijn onderverdeeld in twee rijstroken. Op de Landscheidingsweg geldt een maximum snelheid van 70 km/h en een maximum snelheid van 50 km/h vlak voor de kruispunten waar het verkeer wordt geregeld door verkeerslichten. De verdachte reed na de verkeerslichten die de kruising van de Landscheidingsweg met de Witteburgerweg regelen op de linkerrijstrook achter een andere auto, een Audi. Vóór de Nissan en de Audi reed op de rechterrijstrook een Citroën. De verdachte is met zijn auto naar de rechterrijstrook gegaan en heeft geprobeerd de Audi rechts te passeren. Eenmaal op de rechterrijstrook liep de verdachte met de aldus verhoogde snelheid in op de Citroën van een van de betrokken partijen, waardoor hij weer terug naar de linkerrijstrook wilde gaan. De verdachte heeft zijn auto naar links gestuurd en vervolgens is zijn auto in botsing gekomen met de Citroën en de Audi. De verdachte heeft met zijn auto zowel de linkerachterkant van de Citroën die voor hem reed, als de rechtervoorkant van de Audi die inmiddels links naast de auto van de verdachte reed, geraakt. Door deze botsingen is de verdachte de macht over het stuur verloren, is de Nissan over de middenberm geraakt en op de weghelft met tegemoetkomend verkeer uit de richting Leidschendam terechtgekomen. De Nissan is vervolgens frontaal in botsing gekomen met een tegenligger die daar op de rechterrijstrook reed, te weten een Jaguar.

De verdachte, zijn bijrijder [getuige 1] , en de bestuurder van de Jaguar, [betrokkene] hebben door deze botsing ernstig letsel opgelopen.

Juridische toets

Aan de verdachte is overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WvW) ten laste gelegd. Op grond van dit artikel, voor zover hier van belang, is het eenieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander zwaar lichamelijk wordt toegebracht.

Of sprake is van schuld en de mate van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat sprake is van schuld kan niet zonder meer uit de ernst van de gevolgen van een ongeval worden afgeleid. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is (pas) sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Daarnaast geldt dat een tweeledig causaal verband moet kunnen worden vastgesteld om tot een bewezenverklaring op grond van artikel 6 WVW te kunnen komen. Allereerst moet vastgesteld kunnen worden dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg van de gedragingen van de verdachte. Daarnaast moet vastgesteld kunnen worden dat een ander als gevolg van dat ongeval zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Verkeersfouten en schuld van de verdachte De rechtbank is van oordeel dat de verdachte twee verkeersfouten heeft gemaakt. In de eerste plaats heeft hij, nadat hij besloten had om met zijn auto naar de rechterrijstrook te gaan, zijn snelheid verhoogd. In de tweede plaats heeft de verdachte daarna zijn auto naar links gestuurd, zonder tijdig te kijken of dit kon en aldus zonder voldoende te anticiperen op de mogelijkheid van aanwezigheid van verkeer op de linkerrijstrook naast hem. Hij heeft de Audi, die inmiddels links van hem reed, over het hoofd gezien, terwijl hij daarmee wel rekening had moeten houden.

De rechtbank stelt vast dat alle getuigen verklaren over het verhogen van de snelheid van de Nissan nadat deze naar de rechterrijstrook was gegaan en het inlopen van de Nissan op de auto, de Citroën, voor hem. Deze verklaringen zijn voorts voldoende eensluidend ten aanzien van de poging van de verdacht weer naar links in te sturen terwijl dat niet kon.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, acht de rechtbank voor haar vaststelling van de fouten van de verdachte het rijgedrag van de Audi niet van belang. Evenmin acht zij van belang dat de bestuurder van de Audi het ongeval had kunnen voorkomen als deze met een snelheid van (slechts) 50 km per uur zou hebben gereden. Volgens de verdediging heeft de Audi zijn snelheid verhoogd en het gat tussen hem en de Citroën a.h.w. “dichtgereden”, zodat verdachte niet weer naar de linkerrijbaan kon gaan. De verdediging vindt voor die visie steun in het door de politie verrichte Forensisch onderzoek op de plaats van het ongeval. Deze hypothese doet echter niet af aan de verkeersfouten die de verdachte zelf heeft gemaakt. Rechts inhalen is in de gegeven situatie - zonder file - niet toegestaan. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte, rijdende achter de Audi, niet anders kon dan naar de rechterrijstrook gaan en dat hij daar zijn snelheid moest verhogen ter voorkoming van een gevaarlijke verkeerssituatie. De verdachte heeft zijn snelheid wel verhoogd en geen, althans onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij, komende van de rechterrijstrook, niet (weer) naar de linkerrijstrook kon gaan. Dit mocht van hem wel worden verwacht. In die situatie, waarbij de verdachte ervoor heeft gekozen op de rechterrijbaan zijn snelheid te verhogen, kan ook niet worden gezegd dat de verdachte ter vermijding van een botsing met de Citroën naar links ‘moest’ sturen. De verdachte heeft met andere woorden zichzelf in die situatie gebracht.

De verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien deze verkeersfouten een schuldverwijt in de zin van artikel 6 WvW worden gemaakt. Wat betreft de mate van schuld overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat het rijgedrag van de verdacht niet is aan te merken als roekeloos. Wel is de rechtbank van oordeel dat de aard en de ernst van de gedragingen van de verdachte maken dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid in de zin van art. 6 WvW. Verdachte heeft afwijkend verkeersgedrag vertoond en een groot risico genomen door de Audi van rechts te willen passeren en geen rekening te houden met de mogelijkheid dat de Audi zich op de linkerrijstrook bevond toen hij met verhoogde snelheid op de Citroën inliep en naar links wilde insturen.

Causaal verband tussen gedragingen van de verdachte en verkeersongeval

De rechtbank stelt vast dat het verkeersongeval zonder de gedragingen van de verdachte niet zou hebben plaatsgevonden. Bovendien kan het ongeval in redelijkheid aan de verdachte worden toegerekend. Daarbij merkt de rechtbank op dat eventuele verkeersfouten van een ander in beginsel niet aan die toerekening in de weg staat. Hoewel denkbaar is dat een verkeersfout van een andere weggebruiker onder bijzondere omstandigheden zodanig bepalend is voor het ontstaan van het ongeval dat het, mede in verhouding tot de (lichtere) schuld van de verdachte, niet redelijk is het ongeval aan (de schuld van) de verdachte toe te rekenen, volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat van dergelijke bijzondere omstandigheden hier geen sprake is.

Zwaar lichamelijk letsel

Uit de medische gegevens in het dossier blijkt dat het slachtoffer [betrokkene] onder meer verschillende ribbreuken en botbreuken van de lendenwervels heeft opgelopen, met een geschatte genezingsduur van drie maanden bij ongecompliceerd verloop. Het slachtoffer [getuige 1] heeft onder meer ribbreuken en een ingeklapte long opgelopen, met een geschatte genezingsduur van zes tot twaalf weken. De rechtbank is van oordeel dat het beschreven letsel dat de slachtoffers hebben naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt en dat dit, ook gelet op de algemene gezichtspunten, kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Conclusie

De rechtbank komt tot de conclusie dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 5 januari 2024 te Wassenaar als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, Landscheidingsweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend

- heeft gereden met een (veel) te hoge snelheid en - met die te hoge snelheid een voor hem rijdende Audi rechts heeft ingehaald en - met een aanmerkelijk snelheidsverschil inliep op een voor hem (langzamer)rijdende Citroën en- tegen de linkerachterkant van die Citroën is gebotst en- tegen die links naast hem rijdende Audi is gebotst en

- op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen en aldaar frontaal in botsing is gekomen met een Jaguar welke werd bestuurd door [betrokkene] , waardoor anderen te weten de bestuurder van een Jaguar en de passagier van de Nissan genaamd 1) [betrokkene] en 2) [getuige 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten ad 1) ribbreuken en breuken van de lendenwervels en een wond op het voorhoofd en ad 2) een ingeklapte long en ribbreuken werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft de rechtbank bij bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van het feit

De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Door zijn rijgedrag is hij in botsing gekomen met twee andere (personen)auto’s waardoor hij vervolgens over de middenberm is geraakt en frontaal in botsing is gekomen met de auto van het slachtoffer [betrokkene] . [betrokkene] heeft door het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast hebben ook [getuige 1] , de bijrijder van de verdachte, en de verdachte zelf zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Slachtoffers van dit soort verkeersfeiten ondervinden daar vaak nog lang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering van [betrokkene] blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is en dat hij ook nog altijd fysieke en mentale klachten heeft.

De rechtbank kent bij haar strafoplegging hieraan zwaarwegende betekenis toe.

Het strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 6 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden die door en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. De verdachte heeft naar voren gebracht dat de gevolgen ook voor hem en zijn familie groot zijn geweest. Verder heeft hij aangegeven dat hij in juni 2024 weer deels aan het werk is gegaan. Voor dit werk heeft de verdachte zijn rijbewijs nodig, aangezien hij soms onregelmatige diensten werkt. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard open te staan voor mediation met het slachtoffer [betrokkene] als [betrokkene] daaraan (toch) behoefte mocht hebben.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt bij het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld een taakstraf voor de duur van 120 uur en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

In dit geval acht de rechtbank strafverlagend dat de redelijke termijn is overschreden. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat de verdachte zelf ook zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen door het verkeersongeluk.

De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig uur hechtenis en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden passend en geboden.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[betrokkene] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij in de gelegenheid stellen om zijn vordering alsnog nader te onderbouwen zou volgens de officier van justitie leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar haar brief van 6 februari 2026 met bijlagen bepleit om de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij afwijzen omdat de vordering, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de verdediging onvoldoende door de benadeelde partij is onderbouwd. Blijkens de mail van 15 januari 2026 van ASR aan de raadsvrouw van de verdachte is de volledige schade (inclusief smartengeld) geregeld omstreeks oktober 2025. De officier van justitie heeft mede naar aanleiding van deze mail de benadeelde partij met het oog op de behandeling ter terechtzitting gevraagd om onderbouwing van de gevorderde schade. Die onderbouwing is niet gekomen. De rechtbank overweegt dat het aan de benadeelde partij is om ter onderbouwing van zijn vordering voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat hij schade heeft geleden. Gelet op de met schriftelijke bescheiden gemotiveerde betwisting van de vordering voorafgaand aan de zitting, waarop de benadeelde partij desgevraagd door de officier van justitie geen nadere onderbouwing heeft verstrekt, is de conclusie van de rechtbank dat de vordering in het licht van die betwisting onvoldoende feitelijk is onderbouwd en in de gegeven situatie daarmee niet vatbaar is voor toewijzing (artikel 150 in verbinding met artikel 149 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De rechtbank zal de vordering dan ook afwijzen.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d Sr;

- 6, 175, 179 van de WvW.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 80 (tachtig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (veertig) DAGEN;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de

duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de ontzegging van de rijbevoegdheid niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op 2 (twee) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

de vordering van de benadeelde partij

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C. Ritsema van Eck- van Drempt, voorzitter,

mr. L.K. van Zaltbommel, rechter,

mr. H.M.P. Hillenaar, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I.C. Melieste, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 februari 2026.

Bijlage : Bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024005254, van de politie eenheid Den Haag, dienst regionale operationele samenwerking, afdeling infrastructuur, team verkeer, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 145).

1. Het proces-verbaal van verhoor betrokkene [betrokkene] , opgemaakt op 26 januari 2024, voor zover inhoudende (p. 82-86):

Ik reed op de N14 richting Den Haag. De tegenpartij kwam via de verhoogde

middenberm op mijn weghelft terecht. Wij zijn toen frontaal tegen elkaar aan gebotst. Het was een witte Nissan.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , opgemaakt op 11 januari 2024, voor zover inhoudende (p. 31-37):

V: Wij begrepen dat u op die 5 januari 2024 in de auto zat bij [verdachte]

, klopt dat?

A: Ja.

V: Waar zat u in de auto?

A: Naast de bestuurder, rechts voorin.

V: Hoe heeft het ongeval plaats kunnen vinden?

A: Ik hoor dat hij gas geeft. Er zit een turbo op. Ik zie dat hij met een enorme snelheid op zijn voorganger reed. Ik zag dat wij de voorganger heel snel naderde. Ik dacht dit kan niet.

V: Meneer [verdachte] gaf gas, wat was er met die voorganger?

A: Toen hij gas gaf gingen we harder rijden en toen stuurde hij met zijn stuur naar

links.

V: De auto die voor u reed welke auto was dat?

A: Volgens mij was dat een witte.

V: Op welke strook reed die witte auto?

A: Rechts, recht voor ons.

V: Ik hoorde u vertellen dat u in uw ooghoek de auto zag rijden?

A: Op het laatste moment toen ik op mijn telefoontje op keek en dat ik merkte dat

[verdachte] gas gaf. Ik zag die voorganger op ons afkomen en toen zag ik die auto naast ons. Ik dacht wat je nu doet kan helemaal niet eens.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgemaakt op 20 januari 2024, voor zover inhoudende (p. 41-46):

V: U zat toen als passagier in de auto van meneer [getuige 3] , klopt dat?

A: Ja.

V: Waar zat u in de auto?

A: Naast de bestuurderskant, aan de rechterkant.

V: De auto van meneer [getuige 3] wat is dat voor een soort auto?

A: Een Audi.

V: De aanrijding wat kunt daarover vertellen?

A: We stonden volgens mij voor een stoplicht en die sprong weer op groen. We trokken op en toen was er een witte auto. En die reed iets voor ons, volgens

mij op de 2e baan. Het was een 2baans weg. Die auto reed zeg maar rechts voor ons.

Toen reden wij daar langzaam op in. De witte auto was het, toen zat er denk ik

ongeveer anderhalve meter a 2 meter er tussen ons. Toen kwam er een andere auto.

Die kwam van achter ons, de linkerbaan kwam die richting ons. Omdat wij op

die andere auto inliepen konden wij niet meer naar de rechterbaan. Toen ging die

witte auto naar de rechterbaan toe en die haalde ons in via rechts en die wilde tussen ons en die auto die schuin rechts voor ons reed eigenlijk tussendoor.

Maar daar zat anderhalve meter tussen, dus dat paste niet. Die ging ook zo hard dat

die niet meer kon remmen, toen raakte die ons, aan mijn kant bij het wiel voor zeg

maar, daar reed die op in en toen vlogen wij over de middenberm heen. Die witte auto, die ons wilde inhalen, is ook over de middenberm voor ons langs geschoten. Die is toen op een Jaguar geklapt. Daar was niet zo veel meer van over.

V: Weet u wat de snelheid was van die witte auto die u op rechts aan het inhalen was?

A: Wij zouden ongeveer 50 hebben gereden, die reed zeker wel tussen de 80 en 90 denk ik.

V: De auto die geraakt werd, die schuin voor jullie reed, waar werd die auto

geraakt?

A: Links achter.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , opgemaakt op 8 januari 2024, voor zover inhoudende (p. 52-57):

Op 5 januari 2024 reed ik in het voertuig voorzien van het kenteken: [kenteken 1] . Ik reed op de N14 komende uit de richting van Scheveningen en ik reed in de richting van Leidschendam. Ik reed op de eerste rijstrook. Ter hoogte van het kruispunt de N14 met de Wittenburgerweg in Wassenaar, zag ik dat de verkeerslichten rood licht uitstraalde. Ik heb hier mijn voertuig tot stilstand gebracht. Ik zag vervolgens dat deze verkeerslichten groen licht uitstraalde en trok op met mijn voertuig. Ik reed nog steeds op de eerste rijstrook. Ik reed ongeveer 50 kilometer per uur met mijn voertuig. Ik zag voor mij op de tweede rijstrook een witte Citroen rijden. Dit rechts, schuin voor mij. Ik zag rechts van mij op de tweede rijstrook een witte Nissan rijden. Ik zag dat dit voertuig van achter mijn voertuig kwam vanaf de eerste rijstrook. Ik zag dat dit voertuig mij rechts probeerde in te halen. Het openstuk tussen mijn voertuig en de witte Citroen welke rechts schuin voor mij reed betrof ongeveer 1,5 meter. Ik zag vervolgens dat de witte Nissan probeerde dit openstuk in te rijden om weer op de eerste rijstrook te komen. De witte Nissan probeerde mij dus rechts in te halen. Ik zag dat de witte Nissan met zijn rechtervoorkant de linker achterkant van de witte Citroen raakte. Ik remde vervolgens mijn voertuig. Ik zag en hoorde dat de witte Nissan met zijn linkerzijde mij hard raakte op de rechterzijde van mijn voertuig. Ik ben vervolgens door deze harde klap over de midden geleiding op de andere rijbaan beland. Ook de witte Nissan tolde voor mijn voertuig langs de andere rijbaan op. Ik denk dat de witte Nissan met ongeveer 90 a 100 kilometer per uur mij probeerde in te halen.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , opgemaakt op 5 januari 2024, voor zover inhoudende (p. 58-60):

Ik zag dat een voertuig, de [kenteken 2] mij via links inhaalde via rijstrook 1. Ik

schatte dat dit voertuig tussen de 80 en 100 kilometer per uur reed. Ik zag dat dit voertuig naar rijstrook 2 stuurde en via rechts een ander voertuig probeerde in te halen. Hierbij zag ik dat dit voertuig begon te slingeren tijdens zijn inhaalactie en de macht over het stuur verloor. Ik zag dat dit voertuig begon te wiebelen om te corrigeren en een voertuig voor mij raakte en vervolgens in een spin belandde.

Hierbij vloog het voertuig over de middenberm en raakte deze op de tegengestelde

weghelft. Hierdoor botste dit voertuig frontaal op een tegenligger.

6. Het proces-verbaal FO verkeer, Forensisch onderzoek plaats delict, opgemaakt op 6 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 1-20, exclusief bijlage):

Bij het verkeersongeval waren de volgende weggebruikers betrokken:

Een personenauto

Merk Audi, type S3, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , verder in dit proces-verbaal Audi genoemd.

Een personenauto

Merk Nissan, type Juke, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , verder in dit proces-verbaal Nissan genoemd.

Een personenauto

Merk Jaguar, type F-type, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , verder in dit proces-verbaal Jaguar genoemd.

Een personenauto

Merk Citroen, type C3, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , verder in dit proces-verbaal Citroen genoemd.

2. Uit onderzoek is gebleken dat het ongeval heeft plaatsgevonden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Provincialeweg N14, ter plaatse bekend als de Landscheidingsweg, gelegen buiten de bebouwde kom van en in de gemeente Wassenaar.

5. De Citroën, Nissan en Audi reden allen over de Provincialeweg N14 in de richting van Leidschendam.

De Jaguar reed over de Provincialeweg N14 in de richting van Den Haag.

De Citroën reed over de rechterrijstrook voor de Nissan en de Audi.

De Nissan en de Audi vertrokken bij de verkeerslichten van de kruising Landscheidingsweg - Witten burgerweg.

De Nissan bevond zich achter de Audi. De Nissan probeerde vervolgens de Audi rechts te passeren.

Vervolgens, gezien de snelheid van de Nissan, liep de Nissan in op de Citroën en moest de bestuurder van de Nissan van de rechterrijstrook wisselen naar de linkerrijstrook.

Bij het wisselen van rijstrook kwam de linker voorzijde van de Nissan tegen de rechter voorzijde van de Audi. (Gezien de Audi was dit aan de rechter achterkant van de wielkast van het voorwiel).

De bestuurder van de Nissan en die van de Audi verloren hierdoor de controle over hun voertuig.

De Nissan raakte in een slip en kwam met de rechter achterzijde in contact met de linker achterzijde van de Citroën om vervolgens via de verharde verhoogde rijbaanscheiding op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terecht te komen.

Daar reed de Jaguar op dat moment over de rechter rijstrook.

De Nissan kwam vervolgens met de linker zijde vol in aanrijding met de Jaguar om vervolgens op de linker rijstrook van die rijbaan in eindpositie te komen.

De bestuurder van de Audi kon zijn voertuig weer onder controle krijgen en bracht zijn voertuig in de eindpositie.

7. Het deskundigenverslag, op 27 maart 2024 opgemaakt en ondertekend door [naam 1] , Forensisch arts KNMG, voor zover inhoudende (p. 102-103):

Naar aanleiding van uw aanvraag medische informatie zijn gegevens ontvangen van: De heer [betrokkene] , geboren [geboortedatum 2] 1963.

1. Onderzoek, waargenomen letsel en behandeling

Betrokkene werd op 05-01-2024 gezien door de afdeling Traumachirurgie op de spoedeisende hulp van het HMC Westeinde na een verkeersongeval. De correspondentie vermeldt niet hoe betrokkene op de spoedeisende hulp is gekomen.

Op de spoedeisende hulp werd het volgende letsel waargenomen:

- Een schaafwond op de linkerknie;

- Een wond op het voorhoofd;

- Een afdruk van de gordel, 'seatbelt sign’ (niet nader gespecificeerd);

- Ribbreuken (onbekend hoeveel en op welke locatie);

- Botbreuken van de lendenwervels (onbekend hoeveel en op welke locatie).

De wond op het voorhoofd is op de spoedeisende hulp gehecht. Betrokkene kreeg pijnstilling voorgeschreven en hoefde niet te worden opgenomen in het ziekenhuis.

2. Genezing en genezingsduur

Bij controle na 10 dagen verliep het herstel naar verwachting. De behandelaar verwacht volledige genezing en schat de genezingsduur op 3 maanden.

3. Conclusie

Ribbreuken, botbreuken van de lendenwervels en een wond op het voorhoofd na een verkeersongeval. Volledige genezing wordt bij een ongecompliceerd beloop verwacht binnen 3 maanden.

8. Een deskundigenverslag, op 30 december 2024 opgemaakt en ondertekend door [naam 2] , Forensisch arts KNMG, voor zover inhoudende:

Naar aanleiding van uw aanvraag medische informatie zijn gegevens ontvangen van: Mevrouw [getuige 1] , geboren [geboortedatum 3] 1963.

De informatie is verstrekt door: HMC Westeinde.

Opgegeven toedracht: Verkeersongeval - 5 januari 2024.

Interpretatie van de ontvangen medische informatie:

1. Onderzoek, waargenomen letsel en behandeling

Er was sprake van de volgende letsels:

- Schaafwond aan het hoofd;

- Kneuzing en bloeduitstorting rechterhand (geen behandeling nodig);

- Bloeduitstorting onderbeen rechts;

- Kleine ingeklapte long links (geen behandeling nodig);

- Ribbreuken van twee ribben.

2. Genezing en genezingsduur

De behandelaar verwacht herstel na 6 weken tot 12 weken.

3. Conclusie

Er was sprake van meerdere letsels, waaronder ribbreuken, kneuzing en bloeduitstortingen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?