ECLI:NL:RBDHA:2026:3608

ECLI:NL:RBDHA:2026:3608

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer NL25.35725
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Artikel 31, eerste lid, Vw – Ethiopië – Tigray-bevolkingsgroep – Amhaars – TPLF – etniciteit niet geloofwaardig geacht – kopieën identiteitskaarten ouders onvoldoende geacht – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.35725

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. N. Wouters),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 29 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is aanwezig [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren [geboortedag] 1999 en de Ethiopische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 6 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij behoort tot de Tigray-bevolkingsgroep. Hij is in 2021 in zijn [woonplaats] gearresteerd door leden van de militie Fano en gedurende twintig dagen gedetineerd, omdat jonge mannen van Tigray-afkomst ervan werden verdacht banden te hebben met het TPLF. Eiser vreest bij terugkeer naar Ethiopië opnieuw te worden gearresteerd of gedood door Fano en/of de federale autoriteiten, dan wel gevaar te lopen als gevolg van de veiligheidssituatie aldaar.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar acht zijn gestelde etniciteit en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd en tegenstrijdig verklaard over het ontbreken van zijn identiteitskaart. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat eisers verklaringen over zijn etnische achtergrond, zijn gestelde arrestatie door Fano en de daaropvolgende detentie onvoldoende samenhangend en aannemelijk zijn. Nu eisers gestelde etniciteit en de daaruit voorvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn geacht, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat in de regio Amhara sprake is een binnenlands gewapend conflict, maar dat dit van een relatief laag niveau van willekeurig geweld is. Eiser heeft geen individuele omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.

3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartegen aan dat verweerder zijn gestelde etniciteit ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft hem ten onrechte tegengeworpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn identiteitskaart. Daarbij is sprake van een onjuiste interpretatie van zijn verklaringen en heeft hij zijn identiteitskaart verloren. Verder heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat hij geen Tigrinya spreekt, terwijl daarover tijdens de gehoren geen gerichte vragen zijn gesteld. Ook het proces-verbaal van verhoor bij de AVIM berust op een onjuiste weergave. Verweerder heeft bij de beoordeling van zijn etnische achtergrond en zijn verklaringen over zijn arrestatie en detentie onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader. Eiser heeft naar zijn vermogen verklaard en, gelet op zijn achtergrond, mocht verweerder geen verdergaande detaillering verlangen. Daarnaast heeft verweerder de veiligheidssituatie in zijn herkomstgebied onvoldoende betrokken bij de beoordeling. In de aanvullende beroepsgronden heeft eiser kopieën van de identiteitskaarten van zijn ouders overgelegd, waaruit volgt dat zij afkomstig zijn uit de regio Tigray. Ook heeft hij recente landeninformatie van VluchtelingenWerk Nederland van 12 november 2025 overgelegd, waaruit volgt dat de veiligheidssituatie in Tigray is verslechterd en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. De voorwaarden voor de beoordeling van een asielrelaas zijn neergelegd in artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn en zijn overgenomen in artikel 31 van de Vw. Uit deze bepalingen volgt dat het uitgangspunt is dat de vreemdeling de door hem gestelde feiten en omstandigheden aannemelijk maakt. Daarbij wordt betrokken dat verklaringen niet altijd volledig met documenten kunnen worden onderbouwd en dat ook andere bronnen, zoals landeninformatie, en de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling een rol spelen. Voormelde uitgangspunten zijn uitgewerkt in paragraaf C1/4.4 van de Vc en WI 2024/6. Daarin is onder meer bepaald dat verweerder bij de beoordeling rekening houdt met het referentiekader van de vreemdeling, waaronder zijn leeftijd, achtergrond, opleidingsniveau en overige persoonlijke omstandigheden.

5. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen omtrent zijn etniciteit geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over het ontbreken van zijn identiteitskaart. Zo heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat hij zijn identiteitskaart is verloren. Tijdens het nader gehoor heeft eiser, naar aanleiding van de vraag of zijn identiteitskaart bij zijn echtgenote lag, bevestigend geantwoord. Vervolgens heeft eiser verklaard dat hij geen contact heeft met zijn echtgenote en dat hij de identiteitskaart heeft achtergelaten toen hij na zijn vrijlating uit Ethiopië is gevlucht. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser deze tegenstrijdigheden niet heeft gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen.

6. Verweerder heeft zich voorts niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser summier heeft verklaard over zijn gestelde etnische achtergrond. Uit het nader gehoor blijkt dat hij uitvoerig is bevraagd over kenmerken van de Tigray-bevolkingsgroep, waaronder tradities, feestdagen, gebruiken, eten en kleding. Eiser heeft hierover slechts in algemene zin verklaard. Zo heeft eiser een feestdag genoemd, maar hierover slechts beperkt kunnen verklaren, en heeft hij in algemene termen gesproken over uiterlijke kenmerken en taalgebruik. Dat eiser heeft verklaard dat hij is opgegroeid in de regio Amhara en dat zijn ouders hem weinig hebben verteld over hun achtergrond, heeft verweerder niet hoeven aanmerken als een afdoende verklaring voor het ontbreken van meer concrete en persoonlijke kennis, nu eiser zijn gestelde etniciteit aan zijn asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd.

7. De in beroep overgelegde kopieën van de identiteitskaarten van eisers ouders maken het vorenstaande niet anders. Verweerder heeft zich ter zitting niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze documenten bevestigen dat eisers ouders afkomstig zijn uit de regio Tigray, maar geen directe onderbouwing vormen van eisers eigen etniciteit. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser zelf summier heeft verklaard over zijn gestelde etnische achtergrond en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn eigen identiteitskaart. Verweerder heeft onder deze omstandigheden, in onderlinge samenhang, niet ten onrechte overwogen dat eiser zijn gestelde etniciteit niet aannemelijk heeft gemaakt.

8. Verweerder heeft zich evenmin ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn gestelde arrestatie en detentie onvoldoende concreet en inzichtelijk zijn. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser, hoewel hem herhaaldelijk is gevraagd om uitgebreid te verklaren over zijn aanhouding en detentie, hierover voornamelijk in algemene bewoordingen heeft verklaard. Zo heeft eiser verklaard dat gewapende mannen hem thuis hebben aangehouden en hem hebben meegenomen naar een politiebureau, waar hij twintig dagen in een cel heeft verbleven met andere mannen. Eiser heeft echter slechts beperkt kunnen verklaren over het verloop van de aanhouding, de wijze waarop hij werd behandeld en de concrete omstandigheden tijdens zijn detentie.

9. Verweerder heeft kenbaar betrokken dat eiser heeft verklaard nooit onderwijs te hebben gevolgd en ongeschoold werk te hebben verricht. Verweerder heeft zich echter niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat zijn referentiekader niet wegneemt dat van eiser mocht worden verwacht dat hij meer concrete verklaringen kon afleggen over een gebeurtenis die hem persoonlijk is overkomen en die de directe aanleiding vormde voor zijn vertrek uit Ethiopië. Het gaat hierbij om eigen ervaringen, waarover ook van een ongeschoolde vreemdeling mag worden verwacht dat hij daarover meer inzicht kan geven.

10. Anders dan eiser stelt, blijkt uit het nader gehoor niet dat verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd of zijn samenwerkingsplicht heeft geschonden. Uit het gehoor volgt dat eiser meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om zijn verklaringen nader toe te lichten en te concretiseren. Dat eiser stelt dat hem meer of andere vragen hadden moeten worden gesteld, maakt niet dat verweerder gehouden was het gehoor anders in te richten. Het is aan eiser om zijn relaas aannemelijk te maken. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de gestelde problemen als gevolg van eisers etniciteit niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.

11. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft daarbij als uitgangspunt genomen dat eiser afkomstig is uit [woonplaats] , gelegen in de regio Amhara. Daarbij heeft verweerder erop gewezen dat in de regio Amhara sprake is van een binnenlands gewapend conflict, maar dat het niveau van willekeurig geweld relatief laag is. Ter zitting heeft verweerder ter onderbouwing hiervan verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 20 januari 2026, waarin onder verwijzing naar recente gegevens van TOELT is overwogen dat het aantal dodelijke slachtoffers in 2025 nauwelijks afwijkt van de aantallen in 2023 en dat geen sprake is van een verslechterde veiligheidssituatie.

12. De rechtbank is van oordeel dat met de verwijzing naar de brief van VluchtelingenWerk van 12 november 2025 eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de regio Amhara sprake is van een hogere mate van willekeurig geweld dan waarvan verweerder is uitgegaan. Deze informatie ziet bovendien voornamelijk op de veiligheidssituatie in de regio Tigray en niet op de regio Amhara. Uitgaande van het relatief lage niveau van willekeurig geweld in de regio Amhara heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de enkele aanwezigheid van eiser aldaar onvoldoende is om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen, er moet sprake zijn van individuele omstandigheden die het risico daartoe verhogen. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser dergelijke risicoverhogende omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eisers gestelde etniciteit en de daarmee samenhangende problemen niet geloofwaardig zijn geacht. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade.

13. Verweerder heeft gelet op het voorgaande de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 23 februari 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eensbent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Griffier

  • mr. S. Mohandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?