ECLI:NL:RBDHA:2026:3638

ECLI:NL:RBDHA:2026:3638

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer NL24.39287
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Eiser is afkomstig uit Rusland en behoort tot de Tsjetsjeense bevolkingsgroep. Hij heeft een asielaanvraag ingediend. Hij stelt dat hij vreest voor de Russische autoriteiten vanwege het feit dat hij is ondervraagd door de Russische autoriteiten in 2020 over de politieke activiteiten van zijn vader. Ook vreest eiser voor de Russische autoriteiten vanwege zijn eigen politieke overtuiging. Eiser wil dat Tsjetsjenië onafhankelijk wordt. Daarnaast is eiser bang dat de Russische autoriteiten hem naar het front in Oekraïne zullen sturen. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser vanwege de politieke activiteiten van zijn vader en van hemzelf te vrezen heeft voor de Russische autoriteiten. Daarnaast gelooft verweerder weliswaar eisers politieke overtuiging over het Tsjetjeense seperatisme, maar dat betekent dat niet dat sprake is van vluchtelingschap. Ook heeft eiser volgens verweerder geen persoonlijke vrees om gemobiliseerd te worden. De rechtbank volgt verweerder in zijn laatste twee standpunten niet. Het beroep is daarom gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.39287 (beroep)

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. T. Thissen)

en

(gemachtigde: mr. C.A. van Es).

1. Eiser is afkomstig uit Rusland en behoort tot de Tsjetsjeense bevolkingsgroep. Hij heeft een asielaanvraag ingediend. Hij stelt dat hij vreest voor de Russische autoriteiten vanwege het feit dat hij is ondervraagd door de Russische autoriteiten in 2020 over de politieke activiteiten van zijn vader. Ook vreest eiser voor de Russische autoriteiten vanwege zijn eigen politieke overtuiging. Eiser wil dat Tsjetsjenië onafhankelijk wordt. Daarnaast is eiser bang dat de Russische autoriteiten hem naar het front in Oekraïne zullen sturen.

Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser vanwege de politieke activiteiten van zijn vader en van hemzelf te vrezen heeft voor de Russische autoriteiten. Daarnaast gelooft verweerder weliswaar eisers politieke overtuiging over het Tsjetjeense seperatisme, maar dat betekent dat niet dat sprake is van vluchtelingschap. Ook heeft eiser volgens verweerder geen persoonlijke vrees om gemobiliseerd te worden. De rechtbank volgt verweerder in zijn laatste twee standpunten niet. Het beroep is daarom gegrond.

Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 17 september 2024 afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Russische nationaliteit , behoort tot de Tsjetsjeense bevolkingsgroep en is geboren op [geboortedatum] . Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2020 is eiser ondervraagd op het politiebureau over documenten naar aanleiding van politieke werkzaamheden van zijn vader in de jaren 90. Eisers vader had een hoge functie in de regering van Doedajev en hij steunde het beleid van Doedajev voor een onafhankelijk Tsjetsjenië. Eiser heeft op het politiebureau verklaard dat hij de documenten niet in zijn bezit had. Daarop heeft de Russische overheid gedreigd eiser aan te merken als homoseksueel. In Tsjetsjenië staat hier de doodstraf op. In 2023 is eiser uit Rusland vertrokken, nadat hij van zijn familie had vernomen dat de Russische autoriteiten naar zijn verblijfplaats hadden gevraagd. Verder heeft eiser enkele opmerkingen geplaatst op sociale media over dat Tsjetsjenië onafhankelijk moet worden, maar deze opmerkingen heeft eiser ook direct weer verwijderd. Bij terugkeer vreest eiser voor de Russische autoriteiten. Daarnaast vreest eiser dat hij bij terugkeer om politieke redenen naar het front in Oekraïne gestuurd zal worden.

Het bestreden besluit

4. Volgens verweerder bevat het relaas van eiser de volgende asielmotieven:

Verweerder gelooft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. Ook gelooft verweerder eisers problemen met de Russische autoriteiten. Verweerder vindt echter niet dat eiser hierdoor aan te merken is als vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser slechts één keer is ondervraagd door de Russische autoriteiten over gebeurtenissen van meer dan 25 jaar geleden. Na deze ondervraging is eiser snel vrijgelaten en de Russische autoriteiten hebben vervolgens geen contact meer met hem opgenomen. Niet is gebleken dat er vervolg is gegeven aan de bedreiging om eiser homoseksueel te verklaren. Bovendien is eiser in mei 2023 Rusland legaal uitgereisd en heeft hij hierbij geen problemen ondervonden. Eisers uitreis vond bovendien pas plaats drie jaar na zijn ondervraging, toen hij van zijn familie had vernomen dat de Russische autoriteiten slechts zijn verblijfplaats wilde weten. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat eisers zus is meegereisd met eiser naar Nederland en dat zij vervolgens zonder problemen weer is teruggereisd naar Rusland. Ook is zij nooit ondervraagd met betrekking tot de politieke activiteiten van hun vader. Eisers stelling in de zienswijze dat zijn zus inmiddels wel problemen ondervindt met de Russische autoriteiten, vindt verweerder tegenstrijdig met eisers eerdere verklaring dat zijn zus geen problemen ondervindt omdat zij een vrouw is. Verweerder vindt het om deze redenen niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer in Rusland te vrezen heeft voor de autoriteiten dan wel om aangemerkt te worden als homoseksueel.

Verweerder gelooft eisers overtuiging omtrent het Tsjetsjeense separatistische gedachtegoed. Ook gelooft verweerder dat eiser kritische reacties heeft gezet onder filmpjes over Tsjetsjenië en dat hij deze direct weer heeft verwijderd uit vrees voor de consequenties hiervan. Verweerder vindt echter niet dat eiser door zijn politieke overtuiging aan te merken is als vluchteling. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet valt onder het risicoprofiel ‘politieke activisten en journalisten’ in Rusland, omdat eiser geen politiek activist of mensenrechtenactivist is of een persoon die actief is in de journalistiek. Verweerder verwijst naar IB 2024/10 en stelt zich op het standpunt dat er sprake moet zijn van significante kritiek op de politiek of van politieke activiteiten in of buiten Rusland. In eisers situatie is dit niet het geval. Eiser spreekt immers slechts met familieleden en vertrouwde mensen over zijn politieke opvattingen. Ook heeft eiser zich hierover niet geuit in Nederland. Tevens heeft eiser verklaard dat hij bij terugkeer naar Rusland op dezelfde manier zal leven als voorheen.

Eisers vrees voor mobilisatie heeft verweerder tenslotte niet op geloofwaardigheid onderzocht, omdat deze vrees ziet op een pure toekomstige gebeurtenis. Verweerder stelt zich op het standpunt dat volgens het Algemeen Ambtsbericht Russische federatie van maart 2023 alleen reservisten worden opgeroepen voor mobilisatie. Eiser is echter nooit opgeroepen voor de dienstplicht en daarom is eiser geen reservist. Daarnaast heeft de Russische overheid in oktober 2022 aangekondigd dat de mobilisatie is afgerond en wordt er nu nauwelijks meer gemobiliseerd. Het is volgens verweerder onduidelijk of er een nieuwe mobilisatieronde gaat plaatsvinden. Nu dit een zeer onzekere toekomstige gebeurtenis betreft, weegt dit in eisers nadeel mee met betrekking tot zijn gestelde vrees voor mobilisatie. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser pas in mei 2023 is vertrokken uit Rusland en dat hij niet heeft verklaard waarom hij niet al in februari 2022, op het hoogtepunt van de mobilisatie, is weggegaan. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat hoewel uit het rapport van de EUAA blijkt dat de kans aanwezig is dat Tsjetsjenen verplicht 'vrijwillig' worden gemobiliseerd, met name als zij zelf of hun familie politiek actief zijn of zijn geweest, eiser geen concrete informatie heeft overgelegd om aan te tonen dat ook hij dit gevaar loopt. Daarom vindt verweerder het niet aannemelijk dat de Russische autoriteiten hem om politieke redenen naar het front zullen sturen. Daarnaast heeft eiser ook verbleven in Ingoesjetië. Zoals eiser zelf ook heeft aangegeven, loopt eiser hier minder gevaar om door de Tsjetsjeense autoriteiten gepakt te worden en naar het front gestuurd te worden. Verweerder concludeert daarom dat eiser geen persoonlijke vrees heeft om gemobiliseerd te worden.

Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft verweerder eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser moet Nederland binnen vier weken verlaten.

Mocht verweerder concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn problemen met de Russische autoriteiten is aan te merken als vluchteling conform het Vluchtelingenverdrag dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade?

5. Eiser voert aan dat verweerder niet in zijn beoordeling heeft meegewogen dat eiser vreest voor de Russische autoriteiten vanwege de politieke activiteiten van zijn vader. Eisers vader was immers één van de meest vooraanstaande separatisten. Daarom zullen de Russische autoriteiten ook vermoeden dat eiser zelf separatistische sympathieën heeft.

Verder voert eiser aan dat verweerder zich niet op het standpunt kon stellen dat eiser niet is aan te merken als vluchteling, omdat hij maar één keer is ondervraagd door de Russische autoriteiten en hij daarna drie jaar probleemloos heeft geleefd in Rusland. Verweerder miskent hiermee dat de Russische samenleving als gevolg van de oorlog met Oekraïne de afgelopen jaren is veranderd en dat er nu sprake is van een verregaande repressie door de Russische autoriteiten van alle mogelijke politieke opposanten. Daarom was het na drie jaar gevaarlijker in Rusland dan eerder. Bovendien hebben de Russische autoriteiten na die drie jaar gevraagd naar eisers verblijfplaats. Daarom heeft eiser na drie jaar Rusland verlaten.

Daarnaast kon verweerder eiser niet tegenwerpen dat hij zonder problemen Rusland is uitgereisd. Eiser was namelijk in beeld bij de Tsjetsjeense autoriteiten. Als voorzorgsmaatregel had hij een binnenlands paspoort uit Ingoesjetië aangevraagd, zodat hij niet voor Tsjetsjeen zou worden aangezien en daardoor niet via Tsjetsjenië hoefde te reizen.

De rechtbank volgt eiser hierin niet. Dat eiser heeft te vrezen voor de Russische autoriteiten enkel vanwege de rol van zijn vader en de eerdere problemen die hij heeft ondervonden, heeft verweerder niet aannemelijk kunnen vinden. Uit het voornemen en het bestreden besluit blijkt dat verweerder niet betwist dat eisers vader een hoge functie had in de regering van Doedajev en dat eiser in 2020 is ondervraagd naar aanleiding van de politieke activiteiten van zijn vader. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat hij na die ondervraging drie jaar lang niets meer heeft vernomen van de Russische autoriteiten. Verder overweegt de rechtbank dat verweerder in het voornemen de huidige situatie in Rusland heeft meegewogen en zich op het standpunt kon stellen dat eiser, nadat hij had vernomen dat de Russische autoriteiten naar zijn verblijfplaats hadden gevraagd, nog een aantal maanden zonder problemen in Rusland heeft gewoond. Daarnaast mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat niet wordt gevolgd dat eiser Rusland is uitgereisd met een Ingoesjetisch binnenlands paspoort, omdat eiser tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij voor zijn uitreis zijn Russisch, buitenlands paspoort heeft gebruikt.

De conclusie is dat verweerder mocht concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn problemen met de Russische autoriteiten is aan te merken als vluchteling of dat hij vanwege die problemen bij terugkeer naar Rusland een reëel risico loopt op ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet.

Mocht verweerder vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging te vrezen heeft voor vervolging door de Russische autoriteiten?

6. Eiser voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser niet te vrezen heeft voor vervolging in Rusland vanwege zijn politieke overtuiging. Volgens eiser had verweerder niet mogen oordelen dat het verwijderen van reacties op sociale media afbreuk doet aan de intensiteit van eisers politieke overtuiging. Bij het achterwege blijven van uitingen in het land van herkomst moet immers worden gekeken naar de redenen waarom deze achterwege zijn gebleven. Eiser heeft verklaard dat hij vreest voor vervolging in Rusland en dat hij daarom zijn reacties onder de filmpjes heeft verwijderd. Verweerder had moeten beoordelen of deze vrees voor vervolging reëel is, alvorens te kunnen stellen dat dit afbreuk doet aan de intensiteit van de politieke overtuiging van eiser.

Eiser voert daarnaast aan dat verweerder had moeten beoordelen of eiser zijn politieke overtuiging in Rusland zou willen uiten. Eiser beroept zich hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 januari 2024. Dat eiser tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat hij zijn politieke overtuiging niet zal uiten, betekent niet dat hij zijn politieke overtuiging niet wil uiten. Verweerder had daarom niet mogen oordelen dat eiser niet te vrezen heeft voor vervolging omdat hij zijn politieke overtuiging niet zal uiten.

De rechtbank volgt eiser. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. In IB 2024/10, met welk informatiebericht verweerder zijn werkwijze in zaken over de beoordeling van gestelde politieke overtuigingen heeft aangepast aan het beoordelingskader zoals dat is verduidelijkt in de voormelde uitspraak van 17 januari 2024 van de Afdeling, staat dat verweerder rekening moet houden met de vraag of, en zo ja: hoe, de vreemdeling zich bij terugkeer in zijn land van herkomst wil uiten, waarom hij zich op die manier wil uiten en wat de gevolgen daarvan zijn. In het geval dat de vreemdeling zich niet eerder op deze manier heeft geuit, moet verweerder bekijken waarom de vreemdeling dat nu wel wil doen. Ook moet verweerder beoordelen welk risico de vreemdeling loopt op basis van de voorgenomen uiting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze elementen niet goed beoordeeld. Verweerders standpunt in het verweerschrift dat de toets of eiser zijn politieke mening wil uiten, deel uitmaakt van de toets of eiser zijn mening zal uiten, kan de rechtbank zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet volgen. Ter zitting heeft de rechtbank de gemachtigde van verweerder gevraagd deze zin toe te lichten, maar de gemachtigde van verweerder was hiertoe niet in staat. Zonder nadere motivering kan de rechtbank niet volgen dat de wijze waarop verweerder eisers vrees voor vervolging op grond van zijn politieke overtuiging heeft getoetst, in overeenstemming is met wetgeving, jurisprudentie en met het beleid van verweerder zoals geformuleerd in IB 2024/10.

Verder overweegt de rechtbank dat verweerder zich bij de beoordeling van eisers politieke overtuiging niet op het standpunt mocht stellen dat eisers keus om zijn geuite kritiek op sociale media te verwijderen, omdat hij het niet waard vond om risico te lopen voor hemzelf en zijn familie, afbreuk doet aan de gestelde intensiteit van eisers politieke overtuiging. Uit dit standpunt volgt immers dat eiser zijn leven en dat van zijn familieleden op het spel had moeten zetten om te laten zien hoe sterk zijn politieke overtuiging is. Naar het oordeel van de rechtbank legt verweerder met dit standpunt de lat te hoog. Uit het arrest S&A tegen Nederland van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023 volgt immers dat verweerder niet mag vereisen dat de politieke overtuiging zo diepgeworteld is bij de vreemdeling, dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst het uiten ervan niet achterwege zou kunnen laten en zo het risico loopt slachtoffer te worden van daden van vervolging.

De beroepsgrond slaagt.

Mocht verweerder vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Rusland te vrezen heeft voor mobilisatie?

7. Eiser voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser niet te vrezen heeft voor mobilisatie. Volgens eiser gebruikt het Russische leger mannen als kanonvoer en moet het leger steeds nieuwe soldaten vinden. Bovendien heeft verweerder zelf aangegeven dat de kans aanwezig is dat specifiek Tsjetsjenen verplicht 'vrijwillig' worden gemobiliseerd. Dat eiser volgens verweerder geen concrete informatie heeft dat ook hij dit gevaar loopt, betwist eiser. Eiser is immers zelf Tsjetsjeen en daarmee loopt hij dus ook risico. Daarenboven heeft verweerder erkend dat de kans op mobilisatie met name aanwezig is als de Tsjetsjeen of zijn familieleden politiek actief zijn geweest. Eiser voert aan dat zijn vader op het allerhoogste politieke spectrum actief is geweest en streed voor een onafhankelijk Tsjetsjenië. Vanwege dit feit loopt eiser nog een groter risico dan andere Tsjetsjenen. Eiser is al eens opgepakt en ondervraagt over de politieke activiteiten van zijn vader, dus de Russische autoriteiten hebben eiser in het vizier. Bovendien is eiser naar het westen gevlucht en dit zal hem bij terugkeer evenmin in dank worden afgenomen. Daarom is eisers vrees voor mobilisatie wel degelijk reëel.

De rechtbank volgt eiser in deze beroepsgrond. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. In het voornemen stelt verweerder zich inderdaad op het standpunt dat de kans aanwezig is dat Tsjetsjenen verplicht ‘vrijwillig’ worden gemobiliseerd, met name als zij zelf of hun familieleden politiek actief zijn of zijn geweest. Vervolgens stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser vanwege de politieke activiteiten van zijn vader niet te vrezen heeft voor de Russische autoriteiten en dat de Russische autoriteiten eiser daarom niet om politieke redenen naar het front zullen sturen. In het bestreden besluit herhaalt verweerder zijn standpunt dat het politiek verleden van eisers vader niet maakt dat eiser direct risico loopt op mobilisatie en dat eiser geen concrete persoonlijke informatie heeft over dat hij dit gevaar zou lopen. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt van verweerder niet strookt met verweerders constatering dat Tsjetsjenen verplicht ‘vrijwillig’ worden gemobiliseerd, met name als hun familieleden politiek actief zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is het politiek verleden van eisers vader juist concrete persoonlijke informatie op basis waarvan een direct risico op mobilisatie voor eiser zou kunnen worden aangenomen. Dat eiser na de ondervraging in 2020 drie jaar lang niets meer heeft vernomen van de Russische autoriteiten, maakt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf nog niet dat de Russische autoriteiten eiser niet in het vizier zouden kunnen hebben voor mobilisatie vanwege de politieke activiteiten van zijn vader en eisers vlucht naar het westen. In het licht van de politieke functies van eisers vader en eisers vlucht naar het westen moet verweerder nader motiveren waarom niet is gebleken dat eiser niet persoonlijk heeft te vrezen voor de in de landeninformatie zogenoemde verplicht ‘vrijwillige’ mobilisatie en waarom in die vrees geen grond gelegen is voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor vier weken.

Het beroep is gegrond en daarom krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,-, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen (€ 934,- per punt met wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 17 september 2024;

- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. Kos

Griffier

  • mr. S.L. Clemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?