ECLI:NL:RBDHA:2026:3676

ECLI:NL:RBDHA:2026:3676

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer C/09/696724 KG ZA 25-1284
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Diverse vorderingen tegen crypto-exchangeplatform bij verstek toegewezen

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/696724 / KG ZA 25-1284

Vonnis in kort geding van 25 februari 2026

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam,

tegen:

1. MASK VIRTUAL ASSETS EXCHANGE LLC te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten,

2. MASK GLOBAL MARKET CO. LTD te Markham, Ontario, Canada,

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

Op 24 december 2025 heeft de advocaat van eiser onder overlegging van een conceptdagvaarding met negen producties verzocht een datum te bepalen voor een kort geding. De conceptdagvaarding vermeldde Mask Global Market Co. Ltd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten en Mask Global Market Co. Ltd te Markham, Ontario, Canada, als gedaagde partijen. De voorzieningenrechter heeft de zittingsdatum bepaald op 18 februari 2026 12.00 uur. Daarbij heeft de voorzieningenrechter met verkorting van de dagvaardingstermijn bepaald dat de dagvaarding uiterlijk op 23 januari 2026 diende te worden betekend.

Na overlegging van de producties 10 tot en met 12 op 30 december 2025 heeft de advocaat van eiser op 2 januari 2026 verzocht om Mask Virtual Assets Exchange LLC te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, te mogen dagvaarden. De advocaat van eiser heeft daarbij toegelicht dat hem is gebleken dat op het desbetreffende adres in Dubai geen entiteit met de naam Mask Global Market Co. Ltd meer staat ingeschreven, maar wel een entiteit met de naam Mask Virtual Assets Exchange LLC. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 2 januari 2026 gehonoreerd.

Eiser is vervolgens op 8 januari 2026 overgegaan tot het dagvaarden van gedaagden. Daarbij heeft de deurwaarder ten aanzien van beide gedaagden een exploot (met vertaling in de Engelse taal) met de daarbij gebruikelijke verzoeken gedaan aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank te Den Haag. Een kopie van dit exploot is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Daarnaast heeft de deurwaarder het exploot (met vertaling in de Engelse taal) per aangetekende brief verzonden aan de adressen van gedaagden. Ook heeft de advocaat van eiser de dagvaarding (met vertaling in de Engelse taal) op 29 december 2025 per e-mail verstuurd aan het e-mailadres [e-mailadres 1] en in cc aan het e-mailadres [e-mailadres 2]. In deze e-mail heeft de advocaat van eiser gedaagden expliciet gewezen op de datum van de zitting en de mogelijkheid tot het voeren van verweer. Tenslotte heeft eiser een samenvatting van het exploot doen publiceren in de Staatscourant.

Eiser stelt dat hij slachtoffer is geworden van een internationale vorm van fraude in cryptovaluta. Eiser heeft een blokchainanalyse laten uitvoeren en hieruit blijkt volgens hem dat de gestolen cryptovaluta althans een bedrag gelijk aan de waarde van die cryptovaluta via een swap is weggesluisd naar vijf gebruikersaccounts bij een door gedaagden onder de naam MaskEx geëxploiteerd crypto-exchangeplatform. Eiser is voornemens een bodemprocedure te starten tegen de personen en/of entiteiten achter deze accounts uit hoofde van onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling dan wel ongerechtvaardigde verrijking. Daarbij beschouwt eiser gedaagden in beginsel als neutrale partijen. Eiser vordert in dit kort geding – kort gezegd – gedaagden op een straffe van een dwangsom te bevelen de bewuste vijf accounts te bevriezen alsmede gedaagden op de voet van artikel 194 Rv te bevelen tot het delen van de NAW-gegevens van de personen/entiteiten op wiens naam de betreffende accounts zijn geregistreerd, zulks onder opgave van de zich op die accounts bevindende cryptovaluta en/of liquiditeiten en onder verstrekking van mutatieoverzichten, met compensatie van kosten. Volgens eiser zijn de gevorderde ordemaatregelen noodzakelijk om te voorkomen dat verhaalsmogelijkheden (activa die de vrucht zijn van een misdrijf) verloren gaan, hetgeen eiser kwalificeert als een dreigende onrechtmatige daad.

Eiser heeft ter zitting van 18 februari 2026 bij zijn eis volhard. Gedaagden zijn ter zitting niet verschenen.

2. De beoordeling van het geschil

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu gedaagden in respectievelijk de Verenigde Arabische Emiraten en Canada zijn gevestigd, heeft de zaak een internationaal karakter en dient de voorzieningenrechter ambtshalve te beoordelen of hij rechtsmacht heeft en zo ja, welke recht vervolgens van toepassing is.

Op grond van artikel 6 sub e van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht om van de hiervoor genoemde vorderingen van eiser kennis te nemen. Deze vorderingen zijn immers gestoeld op een beweerde onrechtmatige daad en het schadebrengende feit heeft zich in Nederland voorgedaan, in die zin dat de schade in Nederland (waar eiser woont) is ingetreden. Hoewel de gestelde fraude in cryptovaluta niet is gepleegd door gedaagden, handelen gedaagden onrechtmatig jegens eiser als zij de verlangde accountgegevens niet verstrekken. Eiser blijft immers in dat geval onbekend met de identiteit van de fraudeplegers en kan niet in rechte tegen hen optreden, hetgeen hem op onevenredige wijze in zijn verhaalsmogelijkheden zou schaden.

Op grond van artikel 10:159 BW is Nederlands recht van toepassing.

Verstek

Gedaagden zijn niet verschenen. De voorzieningenrechter kan in spoedeisende gevallen in kort geding verstek verlenen tegen een niet verschenen buitenlandse partij, ook als – zoals in dit geval – nog niet kan worden vastgesteld dat alle betekeningsvoorschriften in acht zijn genomen. Vereist is dat zoveel mogelijk is gewaarborgd en kan worden vastgesteld dat de dagvaarding degene voor wie die is bestemd daadwerkelijk heeft bereikt en wel zo tijdig dat hij nog de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren. Dat is hier het geval. De advocaat van eiser heeft op 29 december 2025 een concept van de dagvaarding verzonden aan het e-mailadres [e-mailadres 1]. Ter zitting heeft de advocaat van eiser toegelicht dat dit concept Mask Virtual Assets Exchange LLC en Mask Global Market Co. Ltd als gedaagden vermeldt en dat dit concept ook overigens gelijkluidend is aan de uitgebrachte dagvaarding. Hoewel op deze e-mail geen reactie is gekomen, blijkt uit de door eiser overgelegde stukken dat de advocaat van eiser en gedaagden al eerder via dit e-mailadres over de onderhavige kwestie hebben gecorrespondeerd. Bij e-mails van 28 november 2025 en 14 december 2025 heeft de advocaat van eiser verzocht om de getraceerde gebruikersaccounts te bevriezen en opgave te doen van de bevroren tegoeden. Op 17 december 2025 heeft de advocaat van eiser via voormeld e-mailadres een reactie ontvangen waarin onder meer het volgende valt te lezen:

De advocaat van eiser heeft vervolgens op 23 december 2025 opnieuw een e-mail verzonden aan voormeld e-mailadres, waarin hij onder meer als volgt heeft bericht:

Gelet op de via het e-mailadres [e-mailadres 1] over de onderhavige kwestie gevoerde correspondentie, mag ervan uit worden gegaan dat de op 29 december 2025 door de advocaat van eiser aan dit e-mailadres gestuurde conceptdagvaarding door gedaagden is ontvangen en wel zo tijdig dat zij ruimschoots (ruim zeven weken) de mogelijkheid hebben gehad om verweer te voeren tegen hetgeen eiser vordert. Om die reden zal tegen gedaagden verstek worden verleend.

Toewijzing vorderingen

Het door eiser gevorderde komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.

Oplegging van de gevorderde dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen.

Nu gedaagden in dit geschil als neutrale partijen moeten worden aangemerkt, zal worden bepaald dat eiser in dit kort geding zijn eigen proceskosten draagt.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verleent verstek tegen gedaagden;

veroordeelt gedaagden om de accounts van de gebruiker(s) die zijn gekoppeld aan onderstaande blockchainadressen

[blockchainadres 1]

[blockchainadres 2]

[blockchainadres 3]

[blockchainadres 4]

[blockchainadres 5]

bevroren te houden dan wel te bevriezen dan wel de toegang van de gebruiker(s) tot deze accounts te beëindigen, dit binnen twee dagen nadat eiser dit vonnis alsmede de Engelse vertaling daarvan ter kennis van gedaagden heeft gebracht door toezending aan het e-mailadres [e-mailadres 1], althans heeft betekend, onder voorwaarde dat eiser binnen twee maanden na bekendmaking van de onder 3.4 bedoelde informatie een procedure entameert tegen de bedoelde gebruiker(s);

verbiedt gedaagden om de hiervoor bedoelde gebruiker(s) vooraf in kennis te stellen van deze ordemaatregel;

veroordeelt gedaagden om binnen vier dagen na kennisgeving van dit vonnis en de Engelse vertaling daarvan aan e-mailadres [e-mailadres 1], althans na betekening van het vonnis, per e-mail aan eiser mede te delen de volledige voornamen, achternaam, het adres, de postcode, de woonplaats en het e-mailadres van de gebruiker(s) die de onder 3.2 bedoelde accounts op zijn of haar naam heeft/hebben staan;

veroordeelt gedaagden om binnen vier dagen na het geven van uitvoering aan de onder 3.2 bedoelde veroordeling opgave te doen van het aantal en de soort cryptovaluta en/of liquiditeiten die door de maatregel zijn getroffen, zulks onder toezending van een gedateerde schermafbeelding van de bevroren accounts;

veroordeelt gedaagden om binnen vier dagen na toezending van het vonnis aan het e-mailadres [e-mailadres 1], althans na betekening van het vonnis, mutatieoverzichten te verstrekken over de periode vanaf 14 juli 2025 tot en met de datum van afgifte van de verklaring als bedoeld onder 3.5 inzake de accounts als bedoeld onder 3.2;

bepaalt dat gedaagden een dwangsom verbeuren van € 25.000,-- voor iedere (eerste) overtreding van de veroordelingen onder 3.2, 3.4 en 3.5 en van het verbod onder 3.3, te vermeerderen met een dwangsom van € 25.000,-- voor iedere dag dat een overtreding voortduurt, een en ander met een maximum van € 500.000,-- voor alle overtredingen gezamenlijk;

compenseert de proceskosten, in die zin dat eiser zijn eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

mw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?