[naam], eiser
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op het bezwaar van 18 juli 2024.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet
aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.
Beoordeling door de rechtbank
Zijn de beroepen ontvankelijk en gegrond?
2. Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van 25 juni 2024. De minister moet uiterlijk beslissen binnen negentien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaar is verstreken. De laatste dag om een bezwaarschrift in te dienen was 23 juli 2024. De uiterlijke termijn om te beslissen op het bezwaar was
3 december 2024. Eiser heeft de minister op 25 juli 2025 in gebreke gesteld. Eiser heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
3. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
4. Omdat de minister nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de minister dit alsnog moet doen. De minister dient binnen twee weken een besluit bekend te maken op het bezwaar van eiser. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank een andere termijn geven. De rechtbank ziet, gelet op de tijd die is verstreken sinds het bezwaarschrift is ingediend, geen aanleiding om de beslistermijn te verlengen.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
5. Eiser heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op bezwaar neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, en de minister binnen twee weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen op het bezwaar. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.
7. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank voor eisers gezamenlijk vast op € 467,-.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.