Rechtbank den haag
Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2026/04
Zaak-/rekestnummer: C/09/700188 / KG RK 26- 330
Beslissing van 25 februari 2026
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. F.C. Berg,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de vorderingen tot gevangenhouding in de zaken met parketnummers 09/327868-25, 09/018204-26 en 09/023014-26 tegen de verdachten:
[verdachte 1] ,
gedetineerd in P.I. [plaats 1] , locatie [locatie 1] ,bijgestaan door mr. L.C. van Leeuwen, advocaat te Leiden,
[verdachte 2] ,
gedetineerd in [instelling] ,bijgestaan door mr. N. van Heel, advocaat te Leiden,
en
[verdachte 3] ,
gedetineerd in P.I. [plaats 2] , locatie [locatie 2] ,bijgestaan door mr. J.H.S. Reukers, advocaat te Den Haag.
1. De procedure
Het verschoningsverzoek van de rechter is ingediend op 24 februari 2026.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.
2. Het verschoningsverzoek
De rechter heeft het verschoningsverzoek erop gebaseerd dat een nevenfunctie een aanleiding kan geven voor een gerechtvaardigde vrees voor (de schijn van) partijdigheid.
3. De beoordeling
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de vorderingen tot gevangenhouding door een andere rechter moet worden overgenomen.
4. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat het proces in de genoemde strafzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* de genoemde verdachten, p/a hun raadslieden mrs. L.C. van Leeuwen, N. van Heel en J.H.S. Reukers;
* de officier van justitie mr. N. Coenen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 25 februari 2026 door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier.