ECLI:NL:RBDHA:2026:3840

ECLI:NL:RBDHA:2026:3840

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer NL26.7346
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring eerste beroep, art 59-1-a Vw. De stelling dat eiser onnodig is staande gehouden omdat er geen risico op onttrekking bestaat, volgt de rechtbank niet. Eiser kon worden staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid van de Vw. Alle gronden zijn terecht aan de maatregel ten grondslag gelegd. Daarnaast terecht geen aanleiding voor een lichter middel. Eiser werkt niet mee aan zijn uitzetting en de medische omstandigheden zijn voldoende bij de oplegging van de maatregel betrokken. Gedurende het voortraject is er steeds een medisch deskundige aanwezig geweest, ook ontvangt eiser medische zorg in het DTC. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1. De minister heeft op 4 februari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het detentiecentrum in Rotterdam. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. Daar is ook een tolk verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser:

(zware gronden) 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiser:

(lichte gronden) 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Verder heeft de minister gemotiveerd waarom een minder dwingende maatregel (lichter middel) niet doeltreffend kan worden toegepast.

Hierna beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de maatregel van bewaring. Daarbij bespreekt zij de beroepsgronden en toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

Voortraject

3. Eiser stelt dat het binnentreden in zijn verblijf door meerdere opsporingsambtenaren disproportioneel is geweest. Dit was zeer aangrijpend voor eiser en heeft bij hem een epileptische aanval veroorzaakt. Onderweg naar het detentiecentrum in Rotterdam heeft hij nog twee epileptische aanvallen gehad. Het staande houden van eiser was daarnaast in het geheel niet nodig: eiser bevond zich in een asielzoekerscentrum en was net begonnen aan een psychiatrische behandeling. Er was daarom geen aanleiding voor het vermoeden dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken.

4. De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft op de zitting terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2025, waarin is geoordeeld dat het binnentreden met zeven opsporingsambtenaren op zichzelf niet disproportioneel is. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Daar komt bij dat uit het proces-verbaal van binnentreden blijkt dat er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot het binnentreden zonder toestemming; eiser werd immers aangetroffen in de gezamenlijke keuken van zijn afdeling. De stelling dat het staande houden van eiser onnodig was omdat er geen risico op onttrekking bestaat, volgt de rechtbank evenmin. Volgens het proces-verbaal van staande houden is eiser staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid van de Vw. Dit artikel bepaalt dat een persoon mag worden staande gehouden op grond van een (…) redelijk vermoeden van illegaal verblijf en ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Deze grondslag voor het staande houden is naar het oordeel van de rechtbank juist en van een risico op onttrekking hoeft geen sprake te zijn.

Grondslag

5. De rechtbank stelt vast, dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft nu aan eiser op

3 september 2025 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen is opgelegd. Dit besluit is in rechte vast komen te staan, nadat het beroep tegen het terugkeerbesluit op

20 november 2025 ongegrond is verklaard. Eiser valt daarom onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd. Daarnaast levert de aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw geen rechtmatig verblijf op.

Gronden

6. De rechtbank is van oordeel dat alle in de maatregel genoemde zware en lichte gronden aan de maatregel ten grondslag kunnen worden gelegd en dat deze, in samenhang gezien, voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en dat voldoende grond bestaat voor het standpunt van de minister dat een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, dan wel dat hij de voorbereiding van vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

Het is immers feitelijk juist dat eiser Nederland niet op voorgeschreven wijze is ingereisd (3a). Dat hij Nederland als asielzoeker is ingereisd, maakt dit niet anders. Niet is betwist dat aan eiser op 3 september 2025 een terugkeerbesluit is opgelegd waar hij geen gehoor aan heeft gegeven (3c). Ook feitelijk juist is dat eiser zich niet heeft ingespannen om identiteitsdocumenten te verkrijgen (3d). Dat hij geen documenten durft aan te vragen in zijn land van herkomst vanwege vrees voor vervolging, doet aan de feitelijke juistheid niet af. Eiser verklaart daarnaast in Nederland de juiste personalia te hebben opgegeven (3e). Deze personalia kunnen echter niet worden gecontroleerd doordat eiser geen documenten kan overleggen. Daarnaast blijkt uit het Franse claimakkoord dat hij in Frankrijk onder een andere naam en geboortedatum bekend staat. Ook deze grond is dus terecht tegengeworpen.

Verder wordt in de maatregel verwezen naar verschillende vertrekgesprekken, waarin eiser heeft verklaard niet bereid te zijn mee te werken aan zijn terugkeer naar Nigeria, omdat hij stelt ziek te zijn en om deze reden niet kan terugkeren. Hieruit blijkt dat eiser geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer (3i). Ook beschikt hij niet over een document als bedoeld in artikel 4.21 van het Vb (4a) heeft hij geen vaste woon- en verblijfplaats (grond 4c) en onvoldoende middelen van bestaan (4d).

Lichter middel

7. Eiser stelt dat een lichter middel volstaat. Eiser verbleef ten tijde van de inbewaringstelling in het asielzoekerscentrum en was daar net begonnen aan een psychiatrische behandeling. Daarom was er geen onttrekkingsrisico en kon worden volstaan met een meldplicht of gebiedsbeperkend maatregel.

Eiser stelt daarnaast dat er sprake is van ernstige medische problematiek. Zo is eiser bekend met epilepsie en heeft hij een posttraumatische stressstoornis. Eiser verwijst naar de door hem aan het dossier gevoegde artikel 64 Vw-aanvraag en het eveneens toegevoegde medisch dossier van eiser. Eiser stond op het punt te starten met een psychiatrische behandeling op het moment dat hij in bewaring werd gesteld. De bewaring is onevenredig zwaar voor eiser.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. Zoals hiervoor is overwogen, kunnen de gronden de maatregel van bewaring dragen. Hiermee is het risico op onttrekking gegeven. Eiser werkt daarnaast niet mee aan zijn uitzetting. Een meldplicht of verblijf op een vrijheidsbeperkende locatie ligt daarom niet voor de hand. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.

De rechtbank stelt verder vast dat de medische omstandigheden van eiser voldoende bij de beoordeling van de maatregel zijn betrokken. Ten tijde van de staande houding, overbrenging en het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling is er steeds medische zorg aanwezig geweest. De medisch verpleegkundige heeft voorafgaand aan de inbewaringstelling, bij aankomst in het detentiecentrum, eiser en zijn medicatie gecontroleerd. De rechtbank stelt daarnaast vast dat eiser nu gebruik maakt van een pieper waardoor direct kan worden ingegrepen mocht hij een epileptische aanval krijgen. Hieruit blijkt dat er goede medische zorg in het detentiecentrum aanwezig is en dat eiser deze zorg ook ontvangt. Daarnaast is in de maatregel aangegeven dat, indien de gespecialiseerde zorg in het detentiecentrum niet voldoende kan worden geboden, eiser overgeplaatst kan worden naar een regulier ziekenhuis, een penitentiair psychiatrisch centrum of een gesloten gezondheidsinstelling. In dit verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is of dat hij niet de juiste medische zorg ontvangt.

Voortvarendheid

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. De minister heeft op de zevende dag van de inbewaringstelling, namelijk op 10 februari 2026, een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Daarnaast blijkt uit het voortgangsrapport dat de minister voor 6 maart 2026 een presentatie heeft gepland voor de aanvraag van een laissez-passer.

Zicht op uitzetting

10. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Nigeria in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.

12. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Griffier

  • mr. H.A. van der Wal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?