ECLI:NL:RBDHA:2026:3922

ECLI:NL:RBDHA:2026:3922

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer C/09/695648 / JE RK 25-2077
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/695648 / JE RK 25-2077

Datum uitspraak: 27 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[pleegouder 1] ,

en

[pleegouder 2] ,

hierna te noemen: de pleegouders (oom en tante vaderszijde),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december 2025;

het nagezonden advies van de Raad voor de Kinderbescherming als bedoeld in artikel 1:265j, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) van 14 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij was [naam] namens de gecertificeerde instelling aanwezig.

De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de pleegouders wel juist zijn opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd over het verzoek. [minderjarige] heeft haar mening niet gegeven.

2. De feiten

De moeder is eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de pleegouders (oom en tante vaderszijde).

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 februari 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2026. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen tot aan meerderjarigheid. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

[minderjarige] bereikt op [datum] 2026 de leeftijd van achttien jaar. De gecertificeerde instelling heeft voor vijf dagen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verzocht. De gecertificeerde instelling heeft zorgen geuit over het toekomstperspectief van [minderjarige] na haar meerderjarigheid en het contact tussen [minderjarige] en de moeder. De kinderrechter is van oordeel dat deze zorgen nu niet meer maken dat sprake is van een zodanige ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] dat een ondertoezichtstelling voor de duur van vijf dagen noodzakelijk is. Het is de kinderrechter evenmin gebleken dat het voor de overgang van de benodigde hulpverlening na het bereiken van de achttiende verjaardag van [minderjarige] , om procesmatige redenen van belang is om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen. [minderjarige] is inmiddels aangemeld voor een 18-plus voorziening en begeleid wonen en er wordt, ook nadat zij meerderjarig wordt, actief gezocht naar een passende woonplek voor haar. Totdat er een passende plek is gevonden kan zij in het pleeggezin blijven, waar zij al geruime tijd woont. In januari 2026 is eveneens een verzoek tot mentorschap en bewindvoering bij de rechtbank ingediend, en dit loopt. Er wordt niet langer voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling. Daarmee ontbreekt tevens de grondslag voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Dit leidt ertoe dat het verzoek zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Veiga als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand