[naam], verzoekster,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).
Samenvatting
1. Verzoekster heeft op 4 juli 2022 een aanvraag ingediend voor verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. De minister heeft met het besluit van 1 september 2022 dit verzoek afgewezen. Met het besluit van 27 januari 2023 is de minister bij de afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep van verzoekster,
op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde, een deskundige van verzoekster en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/870, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in dit verband heeft gemaakt met het indienen van haar verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 934,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, op 27 februari 2026, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: