ECLI:NL:RBDHA:2026:3951

ECLI:NL:RBDHA:2026:3951

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer NL25.43308
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

terugkeerbesluit – derdelander Oekraïne – terugkeer naar Nigeria – niet gesteld of onderbouwd dat sprake is van een beschermenswaardig familie- of privéleven – niet gebleken dat eiser bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade – beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.S. Yap),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

In het besluit van 15 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar zijn land van herkomst.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het voornemen geuit om uitspraak te doen zonder een zitting te houden. Eiser heeft hierop instemmend gereageerd. Verweerder heeft niet binnen de gegeven termijn gereageerd. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [datum] 1992 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit.

2. Ten tijde van de inval in Oekraïne door Rusland op 24 februari 2022 verbleef eiser rechtmatig in Oekraïne op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning. Na zijn vlucht naar Nederland vanwege deze inval heeft hij tijdelijke bescherming gekregen op grond van de facultatieve bepaling van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) als een zogenoemde ‘derdelander Oekraïne’. Omdat er onduidelijkheid ontstond over de vraag of de tijdelijke bescherming van de ‘derdelanders Oekraïne’ eerder beëindigd mag worden dan die van ontheemden met de Oekraïense nationaliteit, heeft verweerder de gevolgen van de beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming bevroren. Deze bevriezingsmaatregel is per 4 september 2025 gestopt.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser beroept zich op het recht op familie- en privéleven zoals neergelegd in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden EVRM en stelt dat verweerder daar geen rekening mee heeft gehouden bij het nemen van het bestreden besluit. Verweerder diende volgens eiser ambtshalve aan artikel 8 van het EVRM te toetsen. Ook voert eiser aan dat hij niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst omdat hij daar een reëel risico op ernstige schade loopt zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. In het arrest van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038, in de zaak Kaduna en Abkez en de daarop gevolgde einduitspraken (ECLI:NL:RVS:2025:1827, ECLI:NL:RVS:2025:1829 en ECLI:NL:RVS:2025:1836 en ECLI:NL:RBAMS:2025:4843) is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van ‘derdelanders Oekraïne’ eerder dan die van Oekraïners mag worden beëindigd, zij het niet vóór 4 maart 2024. Met het bestreden besluit is de tijdelijke bescherming van eiser na die datum beëindigd. Niet is gebleken dat eiser op dat moment of sindsdien in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, dan wel dat hij een aanvraag daartoe heeft lopen. Het bestreden besluit vermeldt dat hij binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar Nigeria. Daarmee voldoet het bestreden besluit aan de vereisten van de Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn).

5. Op grond van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn moet bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit rekening worden gehouden met het familie- en gezinsleven. Eiser heeft niet gesteld en onderbouwd dat hij beschermenswaardig familie- of privéleven heeft opgebouwd zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De enkele stelling dat eiser inmiddels een aantal jaren in Nederland woont en werkt is daarvoor onvoldoende. Verweerder was dan ook niet gehouden tot een nadere motivering van dit onderdeel van het bestreden besluit. Verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan verweerder aanleiding had moeten zien om eiser ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.

6. Verder is niet gebleken dat eiser bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Hierbij weegt de rechtbank ook mee dat de asielaanvraag van eiser bij besluit van 19 september 2024 is afgewezen als ongegrond. Het beroep hiertegen is door deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 14 februari 2025 ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2025:2174). Eiser heeft hiertegen geen hoger beroep ingesteld. Eiser heeft verder geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die doen vermoeden dat terugkeer naar Nigeria kan leiden tot schending van het non-refoulementsbeginsel. Het dossier en ook de algemene bekende situatie van Nigeria geven evenmin aanknopingspunten voor deze conclusie.

7. Dit leidt tot de conclusie dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand.

8. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.F. Bethlehem

Griffier

  • mr. R. de Mul

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?