ECLI:NL:RBDHA:2026:3952

ECLI:NL:RBDHA:2026:3952

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 09/046040-24 (dagvaarding I), 09/346325-25 (dagvaarding II, ttz.gev.) en 21/002612-22 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De verdachte is als medeplichtige betrokken geweest bij twee zeer ernstige ontploffingen. Ook is de verdachte als medepleger betrokken geweest bij een andere ontploffing. Hij was hierbij een soort “facilitator”. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in verdovende middelen. De verdachte is ook schuldig aan wapenbezit. Tevens heeft de verdachte geprobeerd beroepsmatig gas- en/of alarmpistolen om te bouwen tot vuurwapens, zodat deze geschikt zijn om scherpe patronen mee af te vuren met de bedoeling deze aan anderen te verkopen. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek. Vorderingen benadeelde partijen toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/046040-24 (dagvaarding I), 09/346325-25 (dagvaarding II, ttz.gev.) en 21/002612-22 (tul)

Datum uitspraak: 2 maart 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [plaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 16 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C. Stolk en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.C. Jonge Vos naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de twee dagvaardingen, die op de terechtzitting van 16 februari 2026 zijn gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. De bewijsbeslissing

Inleiding

De strafzaak tegen de verdachte is onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek, genaamd Palermo.

Dat onderzoek is gestart op basis van TCI-informatie dat de verdachte mogelijk in vuurwapens en harddrugs zou handelen.

Gedurende het onderzoek, waarbij onder meer informatie uit mobiele telefoons is verzameld, (vertrouwelijke) gesprekken in de auto van de verdachte zijn opgenomen en uitgeluisterd, en observaties zijn verricht, is het vermoeden ontstaan dat de verdachte betrokken is geweest bij verschillende geweldsincidenten in België, waarbij bij diverse panden explosieven tot ontploffing zijn gebracht, dan wel brand is gesticht. Het vermoeden is dat de verdachte niet zelf de uitvoerder is geweest van deze geweldsincidenten, maar dat hij – onder andere – personen heeft benaderd om als chauffeur te fungeren, de uitvoerders van deze geweldsincidenten heeft vervoerd naar de auto(‘s) die bij de geweldsincidenten gebruikt werd(en), auto’s heeft geregeld of klaargezet voor de uitvoerders, en informatie en instructies aan de uitvoerders heeft gegeven vlak voor en na de geweldsincidenten.

Ook is het vermoeden ontstaan dat de verdachte zich bezig zou houden met de handel in verdovende middelen en met het transformeren van gas- dan wel alarmpistolen tot echte vuurwapens.

De verdachte is op 16 oktober 2024 aangehouden. Tevens heeft er die dag een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de partner van de verdachte en in de woning van de grootmoeder van de verdachte. In beide woningen werd een (omgebouwd) vuurwapen aangetroffen. Het vermoeden is dat deze vuurwapens van de verdachte zijn.

De verdachte wordt – kort samengevat – verweten dat hij:

- als medepleger, dan wel als medeplichtige, betrokken is geweest bij vijf ontploffingen bij verschillende panden in België (dagvaarding I, de feiten 1 tot en met 5);

- twee (omgebouwde) vuurwapens voorhanden heeft gehad (dagvaarding I, feit 6);

- voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten aanzien van de productie en/of de handel in harddrugs (dagvaarding I, feit 7);

- als medepleger, dan wel als medeplichtige, heeft gepoogd vuurwapens te transformeren en/of te vervaardigen en daarvan een gewoonte of beroep heeft gemaakt (dagvaarding II).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het bij dagvaarding I onder 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde, en dat het bij dagvaarding I onder 1 primair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 6 en 7 en bij dagvaarding II primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het bij dagvaarding I onder 1 primair, 3 primair en subsidiair, 4 primair, 5 en bij dagvaarding II primair ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Hij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het bij dagvaarding I onder 1 subsidiair, 2 primair, 4 subsidiair, 6 en 7 en bij dagvaarding II subsidiair ten laste gelegde.

Voor zover nodig zal de rechtbank hieronder ingaan op de verweren van de verdediging.

Beoordeling van de tenlastelegging

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 1

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen, met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat op 8 juni 2024 rond 4:00 uur een ontploffing heeft plaatsgevonden bij een juwelier aan [adres 1] te Antwerpen , België. Deze ontploffing is veroorzaakt door een persoon genaamd [naam 1] (hierna: [naam 1] ), waarbij gebruik is gemaakt van een Cobra vuurwerkbom, in combinatie met een brandbare vloeistof. [naam 1] is door [naam 2] (hierna: [naam 2] ) in een Renault Clio vanuit Nederland naar Antwerpen gereden.

Bij de ontploffing was sprake van gemeen gevaar voor goederen, en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten. Niet alleen is algemeen bekend en voorzienbaar dat een Cobra in combinatie met een brandbare vloeistof zeer gevaarlijk is, in dit geval heeft het gevaar zich ook daadwerkelijk verwezenlijkt. Er is forse schade ontstaan aan het pand van de juwelier en aan het hotel dat boven de juwelier is gevestigd. Door de ontploffing moest het hotel ontruimd worden. Vier hotelgasten hebben ademhalingsproblemen gekregen. Twee van de vier mensen moesten in het ziekenhuis nader onderzocht worden. Het verweer van de verdediging dat er geen sprake was van te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, wordt dan ook verworpen.

Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat de verdachte [naam 2] heeft benaderd om als chauffeur op te treden, waarbij aan hem een geldbedrag werd toegezegd. Hij heeft [naam 2] daarna naar de Renault Clio gebracht waarmee [naam 2] [naam 1] heeft opgehaald en naar België heeft gereden. Ook heeft de verdachte het adres van [naam 1] en het adres van de juwelier doorgestuurd. De verdachte wist dat in België een ontploffing – in ieder geval middels een Cobra – teweeg zou worden gebracht.

Anders dan de officier van justitie en gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de rol van de verdachte niet als medepleger kan worden gekwalificeerd. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering, en de verdachte heeft tijdens en na de ontploffing geen significante of wezenlijke bijdrage aan het feit geleverd. De verdachte stond tijdens of na de ontploffing niet in (nauw) contact met [naam 2] en/of [naam 1] en heeft geen instructies of informatie verstrekt. Sterker nog: uit de bewijsmiddelen valt niet af te leiden dat verdachte op enigerlei wijze met [naam 1] in contact stond. Na de ontploffing werd het filmpje van de ontploffing niet aan de verdachte, maar aan een ander persoon gestuurd. Tevens kan op grond van bewijsmiddelen niet in voldoende mate worden vastgesteld dat de verdachte als opdrachtgever verantwoordelijk was voor de uitbetaling van [naam 2] na de ontploffing. Op grond van de OVC-gesprekken kan niet uitgesloten worden dat de verdachte slechts als tussenpersoon bemoeienissen heeft gehad met het uitbetalen van [naam 2] en met het terugkrijgen van de schade die door de inbeslagname van de Renault Clio na de aanhouding van [naam 2] is ontstaan.

De rol van de verdachte is aldus vooral ondersteunend en faciliterend van aard geweest, terwijl zijn kennis van en bijdrage aan de tenuitvoerlegging van de ontploffing beperkt was. Er is dan ook onvoldoende reden om te oordelen dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met de andere betrokkenen.

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het bij dagvaarding I onder 1 primair ten laste gelegde.

Wel is de rechtbank van oordeel dat het aandeel van verdachte medeplichtigheid oplevert. Hieromtrent zijn door de raadsman ook geen verweren gevoerd.

Het bij dagvaarding I onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 2

De rechtbank acht het bij dagvaarding I onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen. Zij zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft het bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 3

De rechtbank acht het bij dagvaarding I onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte betrokken is geweest bij het huren van een auto via SnappCar, waarmee de uitvoerders van de ontploffing op 1 februari 2024 naar Sint-Niklaas te België zijn gereden.

Iedere andere directe of indirecte betrokkenheid van de verdachte voorafgaand, tijdens of na voornoemde ontploffing, dan wel van enige wetenschap van de verdachte over deze ontploffing, kan op grond van de bewijsmiddelen niet vastgesteld worden.

Weliswaar heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij wist dat de auto werd gehuurd om daarmee een “job” uit te voeren, maar heeft hij ook verklaard dat hij niet exact wist wat voor “job” dat betrof.

Hoewel het vermoeden is dat de verdachte gedurende de periode van het onderzoek Palermo zich bezig hield met verschillende soorten criminele en illegale activiteiten, kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de auto werd gebruikt om te rijden naar België alwaar een ontploffing zou worden gepleegd. Dat de bestuurder van de auto een week eerder betrokken is geweest bij een andere ontploffing in België, waarbij de verdachte wel enige betrokkenheid had (dagvaarding I, feit 4) maakt dit niet anders.

De gang van zaken rondom het huren, het gebruik en het terugbrengen van de gehuurde auto via SnappCar is merkwaardig te noemen en roept vragen op, maar hieruit kan niet met de vereiste mate van zekerheid enige betrokkenheid van de verdachte als medepleger of medeplichtige bij de ontploffing afgeleid worden.

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het bij dagvaarding I onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 4

De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat het bij dagvaarding I onder 4 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

De rechtbank acht het bij dagvaarding I onder 4 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen. Zij zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft het bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 5

De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat het bij dagvaarding I onder 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de verdachte van dit feit vrijgesproken moet worden.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 6

De rechtbank acht het bij dagvaarding I onder 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen. Zij zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft het bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van dagvaarding I, feit 7

De rechtbank acht het bij dagvaarding I onder 7 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen. Zij zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft het bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van dagvaarding II

De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen opgenomen, met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 met anderen, onder wie zijn neef, genaamd [naam 3] (hierna: [naam 3] ), betrokken is geweest bij het transformeren van gas- en/of alarmpistolen tot echte vuurwapens. De verdachte was hiervoor niet in het bezit van een erkenning.

De verdachte erkent dat hij de woning van zijn moeder ter beschikking heeft gesteld. In de woning werden de goederen voor het transformeren van de wapens die door de verdachte in Amsterdam zijn opgehaald en andere goederen opgeslagen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt bovendien dat de verdachte uitvoeringshandelingen heeft verricht met betrekking tot het vervaardigen en/of transformeren van wapens, zoals boren en/of zagen.

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken is ook gebleken dat de verdachte en [naam 3] gelijkwaardige rollen hadden bij het plegen van dit feit. De verdachte stuurde foto’s van de wapens naar [naam 3] , bij problemen vond er overleg plaats over een mogelijke oplossing en ook was er nauw contact over andere (praktische) zaken rondom het plegen van het feit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt.

Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat het transformeren van de wapens die in de woning van de moeder van de verdachte lagen, reeds was voltooid, zodat het bij een poging is gebleven. Wel blijkt uit de bewijsmiddelen dat het om twintig wapens ging die getransformeerd zouden worden en dat de wapens na transformatie zouden worden verkocht.

Gelet op de grote hoeveelheid en het beoogde winstoogmerk is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ook heeft gepoogd om van het plegen van dit feit een beroep te maken.

De rechtbank acht het bij dagvaarding II ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

Ten aanzien van dagvaarding I

1

[naam 2] en [naam 1] , tezamen en in vereniging, op 8 juni 2024 te Antwerpen, België, bij een pand gelegen aan [adres 1] , opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht immers

hebben die [naam 2] en [naam 1] een brandbare stof en een vuurwerkbom aangestoken en tot ontbranding gebracht, ten gevolge waarvan dat pand gedeeltelijk is verbrand, en daarvan

- gemeen gevaar voor het voornoemde pand en een pand in de omgeving, en

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor aldaar aanwezigen in voornoemd pand in de omgeving, te duchten was;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 6 juni tot en met 8 juni 2024 in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

- aan die [naam 2] te vragen naar België, Antwerpen, te rijden en

- een auto, Renault Clio, beschikbaar te stellen en

- die [naam 2] naar die auto te brengen en

- die [naam 2] in contact te brengen met [naam 1] en

- aan die [naam 2] te vragen om die [naam 1] te vervoeren naar België, Antwerpen, en

- aan die [naam 2] en [naam 1] het adres te geven waar de explosie moest plaatsvinden;

2

hij op 16 april 2024 te Borgerhout, België, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing te weeg te brengen aan een pand gelegen aan de [adres 2] te Borghout, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [adres 2] te Borgerhout, België, en aangrenzende panden en de in voornoemde panden aanwezige goederen en,- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten aanwezigen in voornoemde panden en passanten te duchten was met dat opzet

- met een auto naar Borghout is gereden en- een vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten flessen met snel ontbrandende vloeistof en een daar aan vastgemaakt explosief, een pyrotechnisch artikel type monster 100, mee heeft genomen en- naar de woning aan de [adres 2] is gelopen en- deze vuurwerk-brandstof-combinatie voor het voornoemd pand heeft neergezet en vervolgens heeft aangestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4

[naam 4] en [naam 5] , tezamen en in vereniging, op 24 januari 2024 te Kalmthout, België, bij een pand gelegen aan de [adres 3] te Kalmthout, België, opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht immers

hebben die [naam 4] en [naam 5] een brandbare stof en een vuurwerkbom aangestoken en tot ontbranding gebracht, ten gevolge waarvan dat pand gedeeltelijk is verbrand, en daarvan

- gemeen gevaar voor het voornoemde pand en panden in de omgeving, en

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners en aldaar aanwezigen in het voornoemde pand en panden in de omgeving, te duchten was;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 24 januari 2024 tot en met 1 februari 2024 in Nederland,

opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

- die [naam 5] en [naam 4] te instrueren over de wijze van uitvoering van voornoemde explosie en- het adres te verstrekken waar voornoemde explosie moet plaatsvinden;

6

hij op 16 oktober 2024 te ’s-Gravenhage- vuurwapens van categorie III, te weten een pistool, merk Blow, en een pistool merk/model Zoraki 917, voorhanden heeft gehad;

7

hij in de periode van 30 juni 2024 tot en met 14 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en bewerken en verwerken en verkopen van een hoeveelheid van- een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en- een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en- een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst Ivoor te bereiden,zich en anderen middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, hebbende verdachte en zijn mededaders, met meerdere personen inlichtingen uitgewisseld over de prijs en beschikbaarheid en kwaliteit en productie van cocaïne en MDMA en methamfetamine;

Ten aanzien van dagvaarding II

hij in de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 te Zoetermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, zonder erkenning vuurwapens van categorie III te transformeren

en van dit feit een beroep te maken,- voorwerpen, te weten een boormachine en een zaag en lijm en ijzeren buizen, heeft aangeleverd, en- heeft geboord in de loop van een of meer gas- en/of alarmpistolen, en- een woning, gelegen aan het [adres 4] te Zoetermeer, ter beschikking heeft gesteld,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht, gelet op de persoon van de verdachte, zijn bekennende proceshouding en zijn persoonlijke omstandigheden, een fors lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist, op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte is als medeplichtige betrokken geweest bij twee zeer ernstige ontploffingen. Ook is de verdachte als medepleger betrokken geweest bij een andere ontploffing. Hoewel de verdachte niet een van de directe uitvoerders was van deze drie ontploffingen, heeft hij als een soort “facilitator” een essentiële en onmisbare rol gehad.

De uitvoerders van de ontploffingen hebben op drie verschillende dagen midden in de nacht explosieven tot ontploffing gebracht bij drie panden in België. Bij een van de ontploffingen moest een bovengelegen hotel ontruimd worden en kregen vier mensen ademhalingsproblemen, waarvan er twee in het ziekenhuis behandeld moest worden. Bij de twee andere ontploffingen waren in de woningen de bewoners, waaronder kinderen, aanwezig. Dat de aanwezigen in voornoemde panden er zonder (lichamelijk) letsel vanaf zijn gekomen is een omstandigheid die niet aan het handelen van de verdachte is te danken, maar aan het adequate handelen van de ter plaatse gekomen hulpverleners. Door de ontploffingen is daarnaast grote schade ontstaan.

Dergelijke explosies zijn uiterst bedreigend en moeten zeer beangstigend zijn geweest voor de bewoners. Ook bij omwonenden en in de samenleving in het algemeen leiden dit soort explosies tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. Veelal heeft het teweegbrengen van een ontploffing tot doel personen te intimideren. De verdachte heeft zich daar niet om bekommerd en heeft met zijn handelen bijgedragen aan de ontstane angst, onrust en intimidatie. De rechtbank rekent dat de verdachte ernstig aan.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in verdovende middelen.

De handel in harddrugs heeft een bijzonder ontwrichtende invloed op de samenleving. Er gaan in deze handel grote sommen geld om, waardoor de financiële belangen van daders vaak groot zijn. Om die belangen te beschermen wordt (extreem) geweld dikwijls niet geschuwd. Vrijwel alle liquidaties die in het criminele circuit worden gepleegd, zijn direct of indirect het gevolg van conflicten in de onderwereld met betrekking tot deze drugshandel.

Verder geldt dat een aanzienlijk deel van vermogensdelicten zoals winkeldiefstallen en woninginbraken terug is te leiden naar de behoefte aan drugs bij armlastige gebruikers.

De verdachte is ook schuldig aan wapenbezit. Na zijn aanhouding heeft de politie op twee verblijfsadressen van de verdachte twee omgebouwde vuurwapens en daarbij behorende munitie aangetroffen. Op één van deze adressen waren vaak ook de minderjarige kinderen van de verdachte woonachtig. Tevens heeft de verdachte geprobeerd beroepsmatig gas- en/of alarmpistolen om te bouwen tot vuurwapens, zodat deze geschikt zijn om scherpe patronen mee af te vuren met de bedoeling deze aan anderen te verkopen.

Door het voorhanden hebben en door het in omloop brengen en houden van vuurwapens in de samenleving heeft verdachte de veiligheid van mensen in gevaar gebracht en de gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkt. Deze illegale wapens kunnen bovendien in handen vallen van criminelen die daarmee strafbare feiten, waaronder levensdelicten, kunnen plegen.

Al met al heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verschillende zeer ernstige strafbare feiten. Hij heeft gedurende de pleegperiode van (bij elkaar genomen) ongeveer tien maanden, op geen enkel moment stil gestaan bij de laakbaarheid van zijn handelen. Sterker nog, de verdachte leek steeds dieper in de criminele wereld te geraken, door naast zijn betrokkenheid bij de verschillende ontploffingen, zich ook bezig te houden met wapens en drugs. Hij heeft zich niets aangetrokken van de gevaren en de gevolgen ervan voor de slachtoffers van de ontploffingen in het bijzonder en de maatschappij in het algemeen. Het enige wat voor hem telde was – naar zijn zeggen – het aflossen van een schuld, bij iemand uit het criminele circuit waarin hij zich begaf.

Het strafblad van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 januari 2025.

Daaruit blijkt – onder andere – dat de verdachte op 14 februari en 5 september 2024 is veroordeeld wegens verschillende verkeersdelicten. De rechtbank zal, gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, rekening houden met deze veroordelingen.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 19 januari 2026. De reclassering adviseert bij een veroordeling van de verdachte hem een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een gedragsinterventie, te weten het volgen van een training cognitieve vaardigheden CoVa/CoVa-plus/Solo.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en op straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd, kan naar het oordeel van de rechtbank alleen worden volstaan met de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de verdachte zich gedurende een periode van ongeveer tien maanden in groepsverband schuldig heeft gemaakt aan verschillende zware en ernstige feiten. Slechts door ingrijpen van de politie is daaraan een einde gekomen.

De rechtbank acht oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren passend en geboden. Deze straf is lager dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank minder feiten bewezen heeft verklaard dan de officier van justitie had gevorderd. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de rol van de verdachte bij de bewezenverklaarde feiten. Hij had een ondersteunende en geen leidinggevende rol. Ook blijkt niet dat de verdachte uiteindelijk financieel heeft geprofiteerd van de bewezenverklaarde feiten.

Gelet op het voorgaande behoort een voorwaardelijk strafdeel, zoals door de reclassering geadviseerd, niet tot de mogelijkheden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.050,-, en te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

[benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en verzocht aan haar een gepast bedrag aan immateriële schade toe te wijzen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van 2.050,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 4 subsidiair bewezenverklaarde feit. Gelet op wat door de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 2.050,- .

De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.050,-, bestaande uit immateriële schade.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 24 januari 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte zal voor het bij dagvaarding I onder 4 subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.050,-,

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde 1] .

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 4 subsidiair bewezenverklaarde feit. Gelet op wat door de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid schatten op een bedrag van € 2.050,- . Daarbij heeft de rechtbank het toegewezen schadebedrag ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , tevens de dochter van de benadeelde partij, in overweging genomen.

De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.050,-, bestaande uit immateriële schade.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 24 januari 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte zal voor het bij dagvaarding I onder 4 subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.050,-,

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde 2] .

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 2 genoemde voorwerp zal worden verbeurdverklaard.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de inbeslaggenomen speedboot zal worden teruggegeven aan de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerp (een telefoon) verbeurdverklaren.

Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerpen aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het bij dagvaarding II primair bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen speedboot constateert de rechtbank dat dit niet strafrechtelijk beslag, maar conservatoir beslag betreft. Een beslissing van de rechtbank hieromtrent is dan ook niet mogelijk. De rechtbank zal verstaan dat er ten aanzien van de inbeslaggenomen speedboot geen strafrechtelijk beslag open staat.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 19 december 2024 gevorderd dat de bij parketnummer 21/002612-22 door het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden op 31 maart 2023 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van twee maanden, ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden.

Ter zitting van 16 februari 2026 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij voornoemde vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 19 december 2024 tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 31 maart 2023, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 36f, 45, 47, 48, 49, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;

- 10 a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

- 9, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

11. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1 primair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1 subsidiair, 2 primair, 4 subsidiair, 6 en 7 en bij dagvaarding II primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 subsidiair

medeplichtig aan het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplichtig aan het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

ten aanzien van feit 2 primair

medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

ten aanzien van feit 4 subsidiair

medeplichtig aan het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplichtig aan het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

ten aanzien van feit 6

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 7

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, zich of een ander middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen;

ten aanzien van dagvaarding II primair

medeplegen van poging tot handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet transformeren van wapens een beroep maken;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (ACHT) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

ten aanzien van de vorderingen benadeelde partijen:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 2.050,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 1];

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;

legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.050,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde 1];

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 2.050,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 2];

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;

legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.050,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [benadeelde 2];

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

ten aanzien van het beslag:

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerp, te weten:

2

1. STK Telefoontoestel(Omschrijving: PL1500-DHRAA24015_831211, Apple)

verstaat dat er geen strafrechtelijk beslag open staat ten aanzien van de inbeslaggenomen speedboot;

ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging:

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 31 maart 2023, gewezen onder parketnummer 21/002612-22, te weten gevangenisstraf voor de duur van 2 (TWEE) MAANDEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Snoeijer, voorzitter,

mr. R. Wieringa, rechter,

mr. C. Hofman, rechter,

in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 maart 2026.

Bijlage I: de tenlastelegging

Ten aanzien van dagvaarding I

1(Brandstichting/ontploffing in Antwerpen op 8 juni 2024)

hij op of omstreeks 8 juni 2024 te Antwerpen (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht, aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan [adres 1] , door een brandbare stof en/of een stuk professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan

- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam 2] en/of [naam 1] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen, tezamen en in vereniging, op 8 juni 2024 te Antwerpen (België) en/of in Nederland aan en/of bij een pand gelegen aan [adres 1] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht en/of brand heeft/hebben gesticht immers

heeft/hebben die [naam 2] en/of [naam 1] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aangestoken en/of tot ontbranding gebracht, in elk geval met open vuur in aanraking gebracht, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan

- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

tot en /of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 6 juni tot en met 8 juni 2024 te Den Haag, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

- aan die [naam 2] te vragen naar België (Antwerpen) te rijden en/of

- een auto (Renault Clio) beschikbaar te stellen en/of

- die [naam 2] naar die auto te brengen en/of

- die [naam 2] in contact te brengen met [naam 1] en/of

- aan die [naam 2] te vragen om die [naam 1] te vervoeren naar België (Antwerpen) en/of - aan die [naam 2] en/of [naam 1] het adres te geven waar de explosie/brandstichting moest plaatsvinden;

2(Brandstichting/ontploffing in Borgerhout op 16 april 2024)

hij en één of meer anderen op of omstreeks 16 april 2024 te Borgerhout (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging,, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing te weeg te brengen en/of brand te stichten aan/nabij een pand gelegen aan de [adres 2] te Borghout, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [adres 2] te Borgerhout (België) en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen en/of,- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) te duchten was met dat opzet

- met een auto naar Borghout is gereden en/of (vervolgens)- een vuurwerk-brandstof-combinatie(s), te weten (een fles of flessen met) snel ontbrandende vloeistof en/of een (daar aan vastgemaakt) explosief (een pyrotechnisch artikel type monster 100 ) mee heeft genomen en/of (vervolgens)- naar de woning aan de [adres 2] is gelopen en/of (vervolgens)- deze vuurwerk-brandstof-combinatie voor het voornoemd pand heeft neergezet en/of vervolgens heeft aangestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam 6] en [naam 7] en één of meer anderen op of omstreeks 16 april 2024 te Borgerhout (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing te weeg te brengen en/of brand te stichten aan en/of nabij een pand gelegen aan de [adres 2] te Borghout (België), terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [adres 2] te Borgerhout (België) en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen en/of,- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) te duchten wasmet dat opzet- met een auto naar Borghout is gereden en/of (vervolgens)- een vuurwerk-brandstof-combinatie(s), te weten (een fles of flessen met) snel ontbrandende vloeistof en/of een (daar aan vastgemaakt) explosief (een pyrotechnisch artikel type monster 100 ) mee heeft genomen en/of (vervolgens)- naar de woning aan de [adres 2] is gelopen en/of (vervolgens)- deze vuurwerk-brandstof-combinatie voor de voordeur van voornoemd pand heeft neergezet en/of vervolgens heeft aangestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk voorgenomen misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- aan die [naam 7] en/of anderen instructies te geven om naar Borghout te gaan en/of- voornoemde explosie/brandstichting te filmen en/of- vervoer en/of een chauffeur te regelen en/of

- het adres te verstrekken waar voornoemde explosie moet plaatsvinden en/of

- instructies te geven over de wijze van uitvoering en/of

- geld te geven aan die [naam 7] en/of anderen;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 april 2024 te Borgerhout (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht, aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan de [adres 2] , door een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofin elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

3(Brandstichting/ontploffing in Sint-Niklaas op 1 februari 2024)

hij op of omstreeks 1 februari 2024 te Sint-Niklaas (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht, aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan de [adres 5] , door een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen,ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofin elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam 4] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen, tezamen en in vereniging, op 1 februari 2024 te Sint Niklaas (België) en/of in Nederland aan en/of bij een pand gelegen aan de [adres 5] te Sint Niklaas, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht en/of brand heeft/hebben gesticht immers

heeft/hebben die [naam 4] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aangestoken en/of tot ontbranding gebracht, in elk geval met open vuur in aanraking gebracht, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan

- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

tot en /of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 31 januari 2024 tot en met 1 februari 2024 te Den Haag en/of Utrecht, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

- informatie te verschaffen over hoe je een auto huurt via een (web)applicatie (SnappCar) en/of

- samen met die [naam 4] en/of met één of meer andere naar Utrecht is gegaan om een/die auto (kenteken [kenteken] ) op te halen;

4(Brandstichting/ontploffing in Kalmthout op 24 januari 2024)

hij op of omstreeks 24 januari 2024 te Kalmthout (België) en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht, aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan de [adres 3] , door een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofin elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam 4] en/of [naam 5] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen, tezamen en in vereniging, op 24 januari 2024 te Kalmthout (België) en/of in Nederland aan en/of bij een pand gelegen aan de [adres 3] te Kalmthout (België) opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht en/of brand heeft/hebben gesticht immers

heeft/hebben die [naam 4] en/of [naam 5] en één of meer onbekend gebleven persoon/personen een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aangestoken en/of tot ontbranding gebracht, in elk geval met open vuur in aanraking gebracht, ten gevolge waarvan dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan

- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

tot en /of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 24 januari 2024 tot en met 1 februari 2024 te Den Haag en/of Utrecht, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

- die [naam 5] en/of [naam 4] en/of anderen te instrueren over de wijze van uitvoering van voornoemde explosie/brandstichting en/of- het adres te verstrekken waar voornoemde explosie moet plaatsvinden;

5(Brandstichting/ontploffing in Antwerpen op 12 en 25 december 2023)

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2023 tot en met 25 december 2023 te Antwerpen (België) en/of in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht,- aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan de [adres 6] (restaurant [bedrijfsnaam 1] ), en/of- aan/tegen (een) pand(en) gevestigd aan de [adres 7] ( [bedrijfsnaam 2] ), door (telkens) een brandbare stof en/of een stuk (professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen, ten gevolge waarvan (telkens) dat/die pand(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan (telkens)- gemeen gevaar voor het/de voornoemde pand(en) en/of meerdere althans één pand(en) in de omgeving, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) en/of aldaar aanwezige(n) van/in het/de voornoemde pand(en) en/of (een) pand(en) in de omgeving, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofin elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

6(Verhandelen/transformeren/overdragen/voorhanden hebben (vuur)wapens)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2023 tot en met 16 oktober 2024 te ’s-Gravenhage en/of Zoetermeer en/of Amsterdam en/of Arnhem, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- één of meer (vuur)wapens van categorie II en/of III, waaronder een pistool (merk Blow)(p. 417) en/of een pistool merk/model Zoraki 917, (p. 427), en/of munitie voorhanden heeft gehad;

7(Voorbereiding productie/handel harddrugs)

hij in of omstreeks de periode van 30 juni 2024 tot en met 7 september 2024 te ’s-Gravenhage, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (telkens) een hoeveelheid van- een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of- een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of- een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst Ivoor te bereiden en te bevorderen,zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), met meerdere personen inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of kwaliteit en/of productie van cocaïne en/of MDMA en/of methamfetamine;

Ten aanzien van dagvaarding II

(poging transformeren vuurwapens in beroep of gewoonte)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 te Zoetermeer en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zonder erkenning één of meer (vuur)wapens van categorie II en/of III en/of IV te transformeren en/of te vervaardigen

en/of van dit feit een beroep of gewoonte te maken,- voorwerpen (een boormachine en/of een zaag en/of lijm en/of ijzeren buizen) heeft aangeleverd, en/of- heeft geboord in (de loop van) een of meer gas- en/of alarmpistolen, en/of- een woning, gelegen aan het [adres 4] te Zoetermeer, ter beschikking te stellen en/of te houden,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

(medeplichtigheid transformeren vuurwapens in beroep of gewoonte)

[naam 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 te Zoetermeer en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zonder erkenning één of meer (vuur)wapens van categorie II en/of III en/of IV heeft/hebben getransformeerd en/of heeft/hebben vervaardigd, terwijl hij/zij van dit feit een beroep of een gewoonte heeft/hebben gemaakt, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 te Zoetermeer opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door- voorwerpen (een boormachine en/of een zaag en/of lijm en/of ijzeren buizen) aan te leveren, en/of- te boren in (de loop van) een of meer gas- en/of alarmpistolen, en/of- aan die [naam 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen voor het transformeren van vuurwapens een woning, gelegen aan het [adres 4] te Zoetermeer, ter beschikking te stellen en/of te houden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

(voorbereiding transformeren vuurwapens in beroep of gewoonte)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 te Zoetermeer en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het zonder erkenning transformeren en/of vervaardigen van één of meer (vuur)wapens van categorie II en/of III en/of IV en van dit feit een beroep of gewoonte maken (als bedoeld in de artikelen 9 en 55 van de Wet wapens en munitie), opzettelijk voorwerpen, te weten:- een of meer gas- en/of alarmpistolen,- wapenonderdelen,- een boormachine,- een zaag,- lijm en/of- ijzeren buizen,en/of een of meer ruimten, te weten een woonruimte (op het adres [adres 4] te Zoetermeer), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?