ECLI:NL:RBDHA:2026:3961

ECLI:NL:RBDHA:2026:3961

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer NL26.8305
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep – terugkeerbesluit – te laat beroep ingesteld – niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.8305

(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),

en

(gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).

Procesverloop

Bij besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag buiten behandeling gesteld en aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft op 13 februari 2026 beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit.

De rechtbank heeft eiser op 18 februari 2026 verzocht om kenbaar te maken wat de reden is van de overschrijding van de in het bestreden besluit opgenomen beroepstermijn van één week. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft verweerder op 18 februari 2026 verzocht om kenbaar te maken op welke wijze het terugkeerbesluit aan eiser is uitgereikt. Verweerder heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 22 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. De rechtbank merkt ambtshalve het volgende op. Eiser heeft op 13 februari 2026 beroep ingesteld tegen het besluit van 23 december 2025 voor zover hierin een terugkeerbesluit is opgenomen. In dit geval bedraagt de beroepstermijn één week. Dit betekent dat eiser uiterlijk 30 december 2025 het beroep had moeten instellen. Het beroepschrift is ingediend op 13 februari 2026 en dus te laat.

3. Hieraan kan voorbij worden gegaan als in alle redelijkheid niet kan worden gezegd dat eiser ‘in verzuim’ is. Dit wil zeggen dat de termijnoverschrijding hem niet wordt aangerekend.

4. Eiser voert aan dat geen sprake is van een rechtsgeldig terugkeerbesluit en dus ook geen sprake kan zijn van een termijnoverschrijding, omdat niet uit het dossier blijkt dat het terugkeerbesluit aan eiser is uitgereikt. Eiser was niet op de hoogte van het terugkeerbesluit. Daarbij wordt in het terugkeerbesluit volstaan met de motivering dat eiser hierover geen zienswijze heeft gegeven, terwijl dit voor eiser feitelijk onmogelijk was.

5. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval niet gebleken dat de overschrijding van de beroepstermijn eiser niet moet worden aangerekend. Uit het bestreden besluit en uit de aanbiedingsbrief van verweerder volgt genoegzaam dat een afschrift van het bestreden besluit op het ACS in [plaats] ter inzage is gelegd op een daartoe bestemde plek. Daarbij heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat hiertoe aanleiding bestond omdat eiser zich niet beschikbaar heeft gehouden voor zijn asielaanvraag, er geen verblijfsadres van eiser bekend was en het bestreden besluit niet in persoon aan eiser kon worden uitgereikt. Ook was er geen gemachtigde van eiser bekend bij verweerder. Middels de terinzagelegging van het bestreden besluit op de locatie in [plaats] en de melding van de terinzagelegging doordat deze is opgehangen op de daartoe bestemde plek, kan worden vastgesteld dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig bekend is gemaakt. Dit geldt namelijk als een bekendmaking in de zin van artikel 3:41, tweede lid, van de Awb. Tevens is deze wijze van bekendmaking conform het beleid dat is neergelegd in paragraaf C1/2.13 van de Vc.

6. Voorts heeft verweerder het inreisverbod op 5 januari 2026 gepubliceerd in de Staatscourant. Verweerder heeft in dit kader voldoende gemotiveerd dat het inreisverbod niet zelfstandig kan bestaan en dat de publicatie hiervan in de Staatscourant als een publicatie van een meeromvattende beschikking behoort te worden aangeduid. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser, door zich niet beschikbaar te houden en te vertrekken tijdens zijn asielprocedure, het risico heeft aanvaard dat de volledige tekst van het onderliggende terugkeerbesluit hem niet persoonlijk bereikt.

Conclusie

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?