Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats Gouda
CJIB-nummer: 260514265
Registratienummer team straf: 11430299 MB VERZ 24-22543
Uitspraakdatum : 4 februari 2026
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres], nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. B. de Jong (Skandara)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 januari 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is [naam] ter zitting verschenen.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 289,00 (inclusief administratiekosten) wegens niet zoveel mogelijk rechtshouden op een andere weg dan een autoweg of autosnelweg op 24 augustus 2023.
Beroepsgronden en standpunten
De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene bestrijdt de gedraging en bovendien heeft hij ook een andere sanctie gekregen voor dezelfde gedraging. Dit is in strijd met het ne bis in idem beginsel en daarom kan de sanctie niet in stand blijven. Voorts voert gemachtigde aan dat de redelijke termijn is overschreden en dat dit tot een strafkorting van 25% zou dienen te leiden. Tot slot wordt een proceskostenvergoeding verzocht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep deels gegrond te verklaren. De vertegenwoordiger heeft daarover in het bijzonder aangevoerd dat de andere sanctie al lang geleden vernietigd is op verzoek van de betrokkene en dat er dus geen reden is om nu deze sanctie te vernietigen. Wel is de redelijke termijn overschreden en verzoekt de vertegenwoordiger dan ook de boete te matigen met 25%.
Oordeel
Het beroep is ongegrond.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging is verricht. De kantonrechter twijfelt niet aan de verklaring van de verbalisant.
Gedragingen als de onderhavige gelden niet als een strafbaar feit in de zin van het Wetboek van Strafrecht. Ingevolge artikel 2 de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) zijn voorzieningen van een strafrechtelijke of strafvorderlijke aard uitgesloten. Ook het ne-bis-in-idem beginsel mist toepassing. De Wahv kent niet een met die regeling vergelijkbaar beginsel. In het midden kan daarom blijven of sprake is van een dubbele veroordeling. Het door betrokkene gewenste gevolg – vernietiging van de beschikking(en) – kan die stelling daarom ook niet hebben. In de ten tijde van de gedraging geldende Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (2010A006) is wel voorzien in een regeling teneinde de cumulatie van administratieve sancties te beperken. Die regeling houdt in dat, om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen, per gebeurtenis aan de betrokkene voor ten hoogte drie overtredingen een sanctie wordt opgelegd.
Vast wordt gesteld dat sprake is van “een gebeurtenis” als bedoeld in de aanwijzing en dat de andere administratieve sanctie reeds is vernietigd. Het verweer van betrokkene kan dan ook geen stand houden.
De kantonrechter constateert dat de redelijke termijn van berechting bij de kantonrechter is overschreden. De lange duur van de procedure is niet aan betrokkene toe te rekenen. De kantonrechter zal het sanctiebedrag dan ook matigen met 25% gelet op het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Dit komt neer op een matiging tot € 210,00, exclusief administratiekosten.
Er zijn geen andere omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot verdere matiging van de opgelegde boete.
Proceskosten
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
Gelet op de aard van de zaak wordt wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. De kantonrechter zal het bedrag na toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vermenigvuldigen met factor 0,25, overeenkomstig artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv. De Hoge Raad heeft op 24 juni 2025 geoordeeld dat dit niet in strijd is met het discriminatieverbod (ECLI:NL:HR:2025:985). Van bijzondere omstandigheden die in de weg staan aan deze vermenigvuldiging, is de kantonrechter niet gebleken.
Samengevat zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van: (2 x 934 x 0,5 x 0,25) = € 233,50.
Beslissing
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.W. Zijlstra, kantonrechter, bijgestaan door
D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.