[naam 1] , verzoekster,
geboren op [geboortedatum 1] ,
V-nummer: [nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [nummer 2]
[naam 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [nummer 3]
allen van Nigeriaanse nationaliteit,
hierna: verzoekers,
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 28 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.5069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.