ECLI:NL:RBDHA:2026:4123

ECLI:NL:RBDHA:2026:4123

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer NL25.47619
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel, tweede aanvraag, geloofwaardigheid LHBTI, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47619

(gemachtigde: mr. M.F. Kiers),

en

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de tweede asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft namelijk de lesbische gerichtheid van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verder is in de eerdere asielprocedure al een oordeel gegeven over de medische aandoening van eiseres. Dat eiseres dat nu bestempeld als het zijn van intersekse, doet daar niet aan af. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 23 mei 2023 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere procedure

3. Eiseres heeft op 20 oktober 2020 haar eerste aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Aan deze aanvraag lag ten grondslag dat eiseres in Tanzania gediscrimineerd wordt vanwege sociaal culturele gronden. Zij heeft namelijk een aangeboren medische aandoening (MRKH-syndroom), waardoor zij geen kinderen kan krijgen. De relaties van eiseres werden om deze reden steeds verbroken. Een vrouw die niet gehuwd is en geen kinderen heeft wordt niet geaccepteerd in Tanzania. Deze aanvraag heeft de minister bij besluit van 18 mei 2021 afgewezen, waarbij de minister het asielrelaas van eiseres geloofwaardig heeft geacht, maar zich op het standpunt heeft gesteld dat zij daardoor niet kan worden aangemerkt als vluchteling of een reëel risico op ernstige schade loopt, omdat geen sprake is van dusdanig ernstige discriminatie dat eiseres helemaal geen bestaansmogelijkheden heeft in Tanzania. De minister heeft verder in dit besluit aan eiseres geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 verleend. Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 30 mei 2023 staat dit besluit in rechte vast.

Huidige aanvraag

4. Eiseres heeft aan haar huidige aanvraag ten grondslag gelegd dat zij gevaar loopt omdat zij niet tijdig is teruggekeerd naar Tanzania. Daarnaast is eiseres lesbisch en heeft zij een relatie gehad met een vrouw. Ook hierdoor loopt eiseres gevaar in Tanzania, omdat een relatie met hetzelfde geslacht daar strafbaar is. Verder heeft eiseres bij haar tweede aanvraag nieuwe medische informatie overgelegd.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen vanwege een te late terugkeer naar Tanzania;

3. problemen vanwege lesbische gerichtheid.

De minister acht het eerste motief geloofwaardig. De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiseres de (toekomstige) problemen vanwege haar gestelde lesbische gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft haar asielmotief namelijk niet volledig onderbouwd met objectieve documenten, daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is op grond van artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiseres niet voldaan heeft aan sub c van dat artikel. De verklaringen van eiseres vormen namelijk, volgens de minister, geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook het derde asielmotief is ongeloofwaardig geacht. De minister concludeert dat eiseres, gelet op het geloofwaardige motief, niet kan worden aangemerkt als vluchteling en ook geen reëel risico op ernstige schade loopt.

Intersekse

6. Eiseres voert aan dat zij vanwege haar medische aandoening intersekse is. Daarmee valt zij onder een sociale groep en krijgt zij te maken met discriminatie in Tanzania. Eiseres wijst daarbij op een aantal linkjes en een brief van VluchtelingenWerk Nederland waaruit de positie van intersekse personen in Tanzania blijkt. Eiseres heeft eveneens een informatiebrief van het NNID, expertisecentrum seksediversiteit, overgelegd waarin wordt gesteld dat de term ‘intersekse’ verwijst naar de doorleefde ervaring van geboren zijn met een lichaam dat niet past in het huidige maatschappelijk beeld van man of vrouw; dat veel intersekse personen zichzelf eerst alleen aan de hand van hun medische diagnose, zoals bijvoorbeeld MRKH, leren kennen maar dat het leren kennen van het woord ‘intersekse’ van groot belang is voor zelfbegrip en -acceptatie.

De rechtbank stelt vast dat de medische aandoening in de eerste asielprocedure al aan bod is gekomen. De afwijzing van die aanvraag staat in rechte vast. Los van de vraag of er een onderscheid gemaakt kan worden tussen de medische aandoening en het zijn van intersekse, zijn alle problemen die eiseres naar aanleiding daarvan in de huidige procedure stelt gehad te hebben, in de eerste asielprocedure al besproken. In de eerste asielprocedure is door de minister ook beoordeeld of eiseres valt onder de sociale groep van mensen die deze aandoening hebben. De rechtbank is het met de minister eens dat in de huidige procedure door eiseres verder ook geen betekenisvol onderscheid is gemaakt tussen de medische aandoening MRKH en het zijn van intersekse. Eiseres wijst namelijk op dezelfde problemen en gevoelens als in de eerste asielprocedure. Ook uit de informatiebrief van het NNID blijkt niet van enig voor de onderhavige asielprocedure relevant verschil tussen de medische aandoening als zodanig en het zijn van intersekse. Daar komt, tot slot, bij dat de minister terecht heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk intersekse is, in die zin dat haar geslachtkenmerken niet volledig overeenkomen met de biologische definitie van man of vrouw. Uit haar verklaringen blijkt namelijk dat de aandoening in haar geval inhoudt dat zij een afwijking heeft aan haar baarmoeder. Eiseres heeft verder niet onderbouwd hoe die afwijking ertoe leidt dat zij intersekse is. Daar komt bij dat de minister heeft verwezen naar een artikel over de aandoening van eiseres, waarin wordt gesteld dat personen met MRKH niet worden geclassificeerd als intersekse omdat zij de vrouwelijke chromosomen en vrouwelijke genitalia hebben.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de lesbische gerichtheid?

7. Eiseres betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. De minister had rekening moeten houden met haar leeftijd, opleiding, land van herkomst, reden van haar asielaanvraag en trauma’s. De minister heeft ook onvoldoende rekening gehouden met de medische klachten van eiseres, omdat zij gelet op deze klachten jarenlang niet open kon zijn over haar gerichtheid.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat voldoende rekening is gehouden met het referentiekader en de medische situatie van eiseres. Daarbij wijst de rechtbank allereerst op het voornemen waarin het referentiekader van eiseres is opgenomen. Verder blijkt uit het advies van Bureau Medische Advisering (BMA) dat eiseres ondanks haar psychische klachten consistent kan verklaren. Daarnaast blijkt ook uit het gehoor niet dat eiseres onvoldoende kon verklaren over haar asielrelaas. Eiseres heeft verder niet onderbouwd op welke specifieke punten de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met dit kader en de medische klachten.

Mocht de minister de lesbische gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig achten?

8. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte haar gerichtheid niet geloofwaardig heeft geacht. Daarbij voert eiseres meerdere argumenten aan. Deze zal de rechtbank hieronder per argument bespreken.

Niet eerder asiel aangevraagd

Eiseres voert allereerst aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiseres niet al eerder, in 2019, een asielaanvraag in Nederland heeft gedaan. Eiseres heeft namelijk uitgelegd dat zij eerder andere mogelijkheden tot verblijf heeft onderzocht en daarvan gebruik heeft gemaakt, namelijk een studievisum en een zoekjaar. Voordat het zoekjaar afliep, heeft eiseres contact gehad met de IND waarbij het aanvragen van asiel ter sprake is gekomen. Daarnaast mag de minister niet tegenwerpen dat eiseres haar seksuele gerichtheid niet eerder heeft benoemd. Hierbij wijst eiseres op het arrest ABC en op de werkinstructie (WI) 2019/17.

Naar het oordeel van de rechtbank mag de minister wel degelijk tegenwerpen dat eiseres niet eerder asiel heeft aangevraagd op grond van haar lesbische gerichtheid. Uit de WI 2019/17 blijkt welleswaar dat de minister bij een opvolgende aanvraag niet mag tegenwerpen dat de gerichtheid niet eerder is genoemd, in die zin dat daardoor geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen. De opvolgende aanvraag kan dus niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard. Echter mag het feit dat eiseres haar gerichtheid niet eerder heeft benoemd, wel betrokken worden bij de (inhoudelijke) beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielmotief. Verder heeft de minister dit ook in het nadeel van eiseres mogen meewegen gelet op de omstandigheden van eiseres. Zij is namelijk al lange tijd in Nederland, eerst vanwege haar studie en daarna vanwege een zoekjaar. Vervolgens heeft eiseres een eerste asielaanvraag gedaan, waarbij zij haar lesbische gerichtheid niet heeft genoemd, maar wel op het laatste moment, namelijk tijdens de beroepsprocedure, een nieuw, ander asielmotief naar voren heeft gebracht, namelijk de problemen vanwege een late terugkeer naar Tanzania. Verder heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres ook niet eerder haar lesbische gerichtheid naar voren heeft gebracht nadat zij met een vrouwelijke collega betrapt is in Tanzania in 2019. De stelling van eiseres dat zij niet afwist van de mogelijkheid om asiel aan te vragen, hoefde het standpunt van de minister niet anders te maken. Daarbij heeft de minister terecht gewezen op het feit dat eiseres een hoog opgeleid persoon is van wie verwacht mag worden dat zij uitzoekt wat de mogelijkheden zijn wanneer zij problemen ervaart in het land van herkomst.

Psycholoog nodig om gerichtheid aan te dragen

Eiseres voert verder aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat eiseres wel aan haar zus heeft verteld over haar gerichtheid, maar dit niet heeft verteld tijdens haar eerste asielaanvraag. Het is namelijk niet vreemd dat zij dit wel aan haar zus heeft verteld, , ondanks dat eiseres te vrezen heeft vanwege haar gerichtheid. Met haar zus kon eiseres namelijk alles delen omdat zij een sterke band hebben. Daarnaast was eiseres op dat moment veilig in Nederland. De minister heeft daarnaast ten onrechte gesteld dat het vreemd is dat eiseres stelt te vrezen voor haar gerichtheid en een psycholoog nodig heeft om zich te kunnen uiten, terwijl zij in Tanzania kussend met een vrouw is betrapt. Het kussen heeft namelijk niets te maken met het zich kunnen uiten, omdat dit ziet op een intieme setting met de veronderstelling dat niemand dat ziet.

Naar het oordeel van de rechtbank werpt de minister niet ten onrechte aan eiseres tegenwerpen dat zij in 2019 wel aan haar zus heeft verteld over haar lesbische gerichtheid, maar dat niet aan de minister heeft verteld tijdens haar eerste asielprocedure. Hierbij is van belang dat eiseres enerzijds verklaart te vrezen vanwege haar gerichtheid en een psycholoog nodig heeft om zich hierover te kunnen uiten, terwijl zij wel kussend in een openbaar park is betrapt met een vrouw in een land waar dat voor grote problemen kan zorgen en in datzelfde land ook meerdere lesbische relaties heeft gehad. Dit heeft de minister vreemd mogen vinden. Daarnaast komt dit niet overeen met de huidige aarzelingen van eiseres. Dat eerst de gesprekken met de psycholoog er volledig voor hebben gezorgd dat eiseres over haar gerichtheid durfde te praten, mocht de minister daarom niet overtuigend achten.

Uiten van gerichtheid

Eiseres is daarnaast van mening dat de minister ten onrechte de verklaringen van eiseres over het uiten van haar gerichtheid tegenstrijdig heeft geacht. Eiseres heeft namelijk de worsteling met haar gerichtheid, het accepteren daarvan en het openbaar kunnen maken voldoende inzichtelijk gemaakt. Het is onduidelijk wat meer van eiseres verwacht wordt. Verder begrijpt eiseres niet dat de minister de conclusie trekt dat het feit dat eiseres relaties heeft onderhouden in Tanzania, niet getuigt van terughoudendheid. Uit het relaas blijkt namelijk dat eiseres de relaties in het geheim heeft gehad. Dit wijst dus op een grote mate van terughoudendheid.

De minister acht terecht tegenstrijdig dat eiseres enerzijds verklaart dat zij zichzelf en haar gerichtheid niet naar de buitenwereld kan uiten omdat zij dit nog niet voldoende geaccepteerd zou hebben, terwijl zij ook verklaart haar gerichtheid in 2022 volledig geaccepteerd te hebben. De minister mocht van eiseres verwachten dat zij, na lange tijd in Nederland te hebben verbleven, meer kan verklaren en kan duiden waar zij staat. Daarnaast stroken de verklaringen van eiseres dat zij nog ‘in de kast’ zit en trauma’s die zij in Tanzania heeft opgelopen nog moet verwerken, niet met de verklaringen dat zij in Tanzania lesbische relaties is aangegaan en in het openbaar gekust heeft met een vrouw. Hieruit blijkt niet de terughoudendheid die eiseres steeds aanvoert voor het feit dat zij (volgens de minister) niet voldoende kan verklaren.

Verklaringen relaties met mannen

Eiseres voert aan dat haar verklaringen over relaties met mannen door de minister ook ten onrechte tegenstrijdig zijn geacht. Eiseres heeft de situatie namelijk uitgebreid toegelicht. Er zijn meerdere mogelijkheden om van iemand te houden en eiseres zocht een dekmantel voor haar seksuele gerichtheid.

De minister werpt terecht tegen dat eiseres verschillend heeft verklaard over haar relaties met mannen. In de huidige procedure verklaart eiseres namelijk dat zij geen gevoelens voor mannen heeft gehad, terwijl zij in de eerste procedure heeft aangegeven van een jongen te hebben gehouden. Ook heeft eiseres in de eerste procedure aangegeven relaties met mannen te zijn aangegaan. In de huidige procedure verklaart eiseres dat zij enkel in 2012 een relatie heeft gehad met een man en dat de relatie een dekmantel was voor de lesbische gerichtheid van eiseres. De rechtbank constateert dat deze verklaringen zonder meer tegenstrijdig zijn en daar komt bij dat eiseres geen toelichting geeft over waarom ze in de eerste procedure niets heeft verklaard over de dekmantel. Daarnaast heeft zij toen ook niets verklaard over de aard van de relaties, namelijk dat het geen liefdesrelaties maar vriendschappelijke relaties zouden zijn.

Gevoelens voor vrouwen

Verder voert eiseres aan dat de minister ten onrechte stelt dat zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar gevoelens voor vrouwen. Eiseres heeft namelijk wel inzichtelijk en uitgebreid verklaard over haar gevoelens voor vrouwen. Daarbij verwijst eiseres naar pagina 13 van het gehoor opvolgende aanvraag.

De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres veel details benoemt over gebeurtenissen en ontmoetingen, maar geen inzicht geeft in haar gevoelens voor vrouwen. Aan eiseres zijn in het gehoor vragen gesteld die een opening gaven om over haar gevoelens te vertellen. Het is aan eiseres om hierover te verklaren en haar gerichtheid daarmee aannemelijk te maken.

Relatie met [persoon A]

Met betrekking tot de relatie met [persoon A] betoogt eiseres dat de minister ten onrechte stelt dat deze relatie niet aannemelijk is gemaakt. Waarbij eiseres allereerst opmerkt dat zij terughoudend is geweest met het noemen van haar naam vanwege de privacy. Verder heeft eiseres deze relatie weldegelijk aannemelijk gemaakt, zij heeft namelijk foto’s en WhatsAppgesprekken overgelegd. Hoewel die kunnen wijzen op een vriendschap, kunnen ze ook wijze op een liefdesrelatie. Het is onduidelijk wat van eiseres nog meer verwacht wordt om de relatie aannemelijk te maken.

De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres haar liefdesrelatie met [persoon A] niet aannemelijk heeft gemaakt. Daartoe overweegt de minister terecht dat de door eiseres overgelegde foto’s een dergelijke relatie niet aannemelijk maken en uit de inhoud van de WhatsApp-gesprekken niet valt op te maken of daadwerkelijk sprake is van een liefdesrelatie.

Verklaringen over [persoon B]

Eiseres voert verder aan dat de minister de verklaringen over [persoon B] ten onrechte als neutreaal heeft beoordeeld. Verder heeft eiseres over [persoon B] wel voldoende verklaard, zij heeft namelijk de vragen beantwoord zoals deze door de hoormedewerker zijn gesteld. Daarbij zijn geen vragen gesteld over eventuele gevoelens, waardoor de minister niet aan eiseres kan tegenwerpen dat zij daarover niet heeft verklaard. De minister had eiseres daarover eventueel aanvullend kunnen horen en anders hadden de verklaringen over [persoon B] positief mee moeten wegen.

De rechtbank begrijpt het standpunt van de minister zo dat hij dit punt niet in het voordeel en niet in het nadeel van eiseres heeft willen meewegen omdat te weinig informatie is verkregen over de gestelde relatie met [persoon B]. Verder heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat wat eiseres wel heeft verklaard, onvoldoende authentiek is. Eiseres heeft namelijk enkel over gebeurtenissen verklaard en niet zozeer over gevoelens. Terwijl aan haar bijvoorbeeld wel is gevraagd wat [persoon B] zo bijzonder maakt, waarmee een opening is gegeven om te verklaren over gevoelens. Ondanks dat tijdens het gehoor niet is doorgevraagd heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank voldoende ruimte gekregen om haar verhaal naar voren te brengen. Daarbij komt dat eiseres in de correcties en aanvullingen, de zienswijze en de beroepsgronden ook de mogelijkheid heeft gehad om nadere onderbouwing naar voren te brengen ten aanzien van de relatie met [persoon B]. Eiseres heeft dit echter niet gedaan en heeft ook in beroep niet aangegeven wat zij nog meer had willen verklaren over [persoon B]. Door de verklaringen van eiseres niet in haar nadeel mee te wegen, is de minister eiseres in feite tegemoet gekomen.

Seksuele relatie met nichtje

Met betrekking tot het incident met het nichtje van eiseres voert zij allereerst aan dat de minister in dit kader ten onrechte teveel waarde heeft gehecht aan het M-35-O formulier waarin eiseres dit incident heeft benoemd. Zij heeft dit incident namelijk enkel benoemd op het formulier omdat werd gevraagd naar nieuwe gebeurtenissen die hebben geleid tot de opvolgende asielaanvraag en niet omdat eiseres hierdoor achter haar gerichtheid zou zijn gekomen. Verder is de tegenwerping van de minister dat niet is onderbouwd dat eiseres zichzelf niet als lesbienne kon leren kennen vanwege het incident met haar nichtje, volgens eiseres onbegrijpelijk. Eiseres heeft in dat kader enkel verklaard dat dit incident bij haar het besef heeft doen ontstaan dat een relatie met een vrouw gevaarlijk is en geheim moest blijven.

Het wekt volgens de rechtbank geen verbazing dat de minister waarde heeft gehecht aan het M-35-O formulier, omdat daar de nieuwe redenen voor de opvolgende aanvraag worden aangevoerd. Eiseres heeft in dat kader zelf het incident met haar nichtje benoemd als belangrijke reden voor haar opvolgende aanvraag. Daarbij komt dat de minister niet heeft betwist dat het incident niets te maken heeft met het besef van eiseres dat zij zich aangetrokken voelt tot vrouwen. De minister heeft enkel, en niet ten onrechte, tegengeworpen dat deze gebeurtenis geen aanleiding heeft gegeven voor een nadere zoektocht, nu uit het gehoor blijkt dat eiseres wel moeite deed om vrouwen te leren kennen.

Kennis LHBTI-groepen in Nederland en kennis LHBTI in Tanzania

Met betrekking tot de kennis van eiseres over LHBTI-groepen in Nederland wijst eiseres erop dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat de kennis van eiseres niet overtuigend is. Het is namelijk niet vreemd dat zij enkel de letters LHBT noemt, omdat in ieder land de aanduiding anders is. Daarnaast heeft niet iedere lesbienne behoefte aan het actief deelnemen aan groepen. Verder is niet doorslaggevend of eiseres kennis heeft over LHBTI in Tanzania en had hierbij rekening moeten worden gehouden met het gegeven dat eiseres al lange tijd in Nederland is. Eiseres heeft verder verklaard over eigen ervaringen, ervaringen van anderen en zij heeft algemene informatie overgelegd.

De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over haar kennis van LHBTI-groepen in Nederland niet overtuigend zijn. Daarbij heeft de minister niet zozeer tegengeworpen dat eiseres niet alle letters heeft genoemd, maar werpt de minister tegen dat zij geen specifieke LHBTI-organisaties heeft weten te noemen. De minister heeft met betrekking tot de kennis over de situatie van LHBTI in Tanzania niet ten onrechte gesteld dat die kennis erg algemeen is zodat dit niet zwaar genoeg weegt om de gerichtheid van eiseres geloofwaardig te achten. Eiseres heeft namelijk enkel verklaard dat een doodstraf staat op homoseksualiteit. Dat eiseres in de zienswijze naar voren brengt dat zij een aantal mensen kent die vervolgd zijn en incidenten kan benoemen, maakt dat niet anders. Ook dat eiseres al lange tijd in Nederland verblijft, maakt dit niet anders. Eiseres komt namelijk uit Tanzania en heeft daar lange tijd verbleven, zodat de minister van haar mocht verwachten dat zij meer kennis heeft over de situatie van LHBTI.

Conclusie

Gelet op voorgaande heeft de minister niet ten onrechte de lesbische gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig geacht. Eiseres heeft niets ingebracht tegen de geloofwaardigheidsbeoordeling van het tweede asielmotief (de problemen vanwege een te late terugkeer naar Tanzania). De beoordeling van dit asielmotief staat daarom niet ter discussie.

Inreisverbod

9. Eiseres betoogt dat de minister geen inreisverbod mocht opleggen omdat zij een beginnende relatie heeft en een inreisverbod de mogelijkheden voor verblijf bij haar partner doorkruist. Op de zitting is door eiseres aangevoerd dat deze relatie inmiddels verbroken is. Daarmee is het belang voor deze grond komen te vervallen. De rechtbank zal hier daarom geen oordeel over geven.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Loof

Griffier

  • mr. K.H.M.M. Otten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?