ECLI:NL:RBDHA:2026:4135

ECLI:NL:RBDHA:2026:4135

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer NL25.46536
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat Zuid-Afrika een veilig derde land is voor eiser. Het is niet gebleken dat de situatie van asielzoekers en LHBTI-personen in Zuid-Afrika zodanig slecht is dat gesproken kan worden van een schending van artikel 3 van het EVRM.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.46536

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),

en

(gemachtigde: mr. C. van Breda).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 8 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 18 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Singh als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. De minister heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, omdat Zuid-Afrika voor eiser als veilig derde land wordt beschouwd. De minister stelt zich op het standpunt dat eiser een band heeft met Zuid-Afrika, omdat hij daar voor een periode van vijf jaar heeft verbleven en daar een asielaanvraag heeft ingediend. Op basis van deze asielaanvraag had hij van 2016 tot 2021 een verblijfsrecht, dat hij probleemloos elke drie tot zes maanden heeft kunnen verlengen. Eiser heeft niet onderbouwd dat het verkrijgen van verblijfsrecht in de toekomst problematisch zou zijn. Volgens de minister is het aannemelijk dat eiser opnieuw tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten en kan eiser daar opnieuw een asielaanvraag indienen. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat Zuid-Afrika voor eiser een veilig derde land is. Op basis van informatiebronnen wordt geoordeeld dat Zuid-Afrika een veilig derde land is en dat vreemdelingen daar worden behandeld op grond van de beginselen zoals genoemd in artikel 3.106a, eerste lid van het Vreemdelingenbesluit 2000. Zuid-Afrika leeft in de praktijd de verplichtingen uit de internationale mensenrechtenverdragen na en er zijn geen indicaties dat Zuid-Afrika het refoulementverbod schendt. De rechten van de asielzoekers worden vrijwel gelijkgesteld aan de eigen burgers, zij hebben namelijk toegang tot basisdiensten. Hoewel de minister uit eiser zijn verklaringen opmaakt dat er in Zuid-Afrika sprake is van moeilijke omstandigheden, is niet gebleken dat de situatie zodanig slecht is dat gesproken kan worden van een schending van artikel 3 van het EVRM. De minister ziet in de bronnen over de behandeling van de LHBTI-gemeenschap in Zuid-Afrika geen aanleiding om anders te concluderen. In juli 2024 is beoordeeld dat Zuid-Afrika een veilig derde land is, waarbij geen risicoprofielen of uitzonderingen zijn benoemd. Homoseksualiteit is sinds 1998 legaal, koppels met hetzelfde geslacht kunnen sinds 2006 trouwen en discriminatie jegens LHBTI-personen is illegaal sinds 1996. De minister acht eisers asielaanvraag daarom niet-ontvankelijk en legt eiser een terugkeerbesluit naar Zuid-Afrika op.

Toetsingskader

4. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan de minister een aanvraag niet-ontvankelijk verklaren als een derde land voor een vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. Uit paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) volgt dat bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt vormt. De minister weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De minister kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de minister op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.

De minister kan tegenwerpen dat een derde land voor een specifieke vreemdeling een veilig derde land is, indien deze vreemdeling een zodanige band heeft met dat land dat het voor hem redelijk is om daar naartoe te gaan. Het is daarbij in beginsel aan de minister om aan de hand van de verklaringen van een vreemdeling en eventuele overgelegde of anderszins verkregen documenten aannemelijk te maken dat deze vreemdeling een band heeft met het derde land. Het is vervolgens aan deze vreemdeling om dat te weerleggen.

Volgens vaste rechtspraak moet de minister daarnaast aannemelijk maken dat deze vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en moet zij daarvoor aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van deze vreemdeling, redenen aandragen waarom (weder)toelating in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens is het aan de desbetreffende vreemdeling om met tegenbewijs te komen waarmee hij voldoende aannemelijk maakt dat de door de minister geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land in zijn geval niet aanwezig zijn. Daarnaast is het aan deze vreemdeling om inspanningen te verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten tot het veilige derde land, tenzij de minister niet van hem mag verlangen dat hij opnieuw probeert toegang tot en verblijf in dat land te krijgen.

5. Tussen partijen is in geschil of Zuid-Afrika voor eiser als veilig derde land kan worden beschouwd. Eiser betwist niet dat hij een zodanige band heeft met dat land dat het voor hem redelijk is om daar naartoe te gaan en dat hij tot Zuid-Afrika zou worden toegelaten.

Zorgvuldigheid

6. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat het besluit onzorgvuldig is omdat de minister nadere vragen had moeten stellen over waarom eiser Zuid-Afrika niet veilig vond. Eiser heeft aan het einde van het nader gehoor op de vraag “Kunt u in een ander land een veilig onderkomen vinden, bijvoorbeeld Zuid-Afrika?” geantwoord: Zuid-Afrika is ook niet veilig, mensen daar nemen heft in eigen handen. Mensen vermoorden elkaar daar zomaar. In Zuid-Afrika kun je ook geen asiel aanvragen als je homo bent. Daarom kon ik er ook niet blijven, daar is het ook niet veilig.

De rechtbank overweegt dat deze verklaring op zichzelf lijkt uit te nodigen om daar nog vragen over te stellen, maar de gemachtigde van de minister heeft er ter zitting terecht op gewezen dat uit de eerdere verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor niet is gebleken dat hij niet veilig was in Zuid-Afrika. Eiser heeft tijdens het nader gehoor namelijk onder andere verklaard dat hij een asielaanvraag heeft gedaan in Zuid-Afrika, dat hij daar tussen de vier en vijf jaar heeft gewoond en dat zijn partner [naam] in 2018 of 2019 naar eiser in Zuid-Afrika is gegaan en zij daar ook hebben samengewoond. Uit deze verklaringen van eiser is niets naar voren gekomen waaruit blijkt dat eiser niet veilig zou zijn geweest. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld door niet verder in te gaan op de verklaring aan het einde van het gehoor.

Veilig derde land

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat Zuid-Afrika voor hem niet veilig is vanwege gerichte aanvallen op asielzoekers en individuen uit de LHBTI-gemeenschap en dat hij hiervoor geen bescherming van de autoriteiten kan krijgen. Eiser wijst hierbij op passages uit het Human Rights Report 2023 van het US State Department. Volgens eiser is in de door de minister gemaakte beoordeling of Zuid-Afrika als veilig land kan worden gezien, niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze het rapport is betrokken en welke informatie daarin van belang is voor de conclusie dat eiser in Zuid-Afrika zal worden behandeld op grond van de beginselen zoals genoemd in artikel 3.106a, eerste lid van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Daarnaast heeft eiser zes artikelen overgelegd om aan te tonen dat in de praktijk individuen uit de LHBTI-gemeenschap te maken hebben met fysieke agressie, verkrachting of moord, en eiser is een individu uit de LHBTI-gemeenschap. De minister heeft geen concreet standpunt ingenomen over de behandeling van de LHBTI-gemeenschap in de praktijk. De stelling dat homoseksualiteit legaal is, koppels met hetzelfde geslacht kunnen trouwen en dat discriminatie jegens LHBTI-personen illegaal is, maakt niet dat Zuid-Afrika een veilig land is voor individuen uit de LHBTI-gemeenschap.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat Zuid-Afrika een veilig derde land is voor eiser. De minister heeft in dat kader kunnen stellen dat eisers verklaring dat mensen elkaar zomaar vermoorden geen betrekking heeft op hem en dat eisers stelling dat je geen asiel kan aanvragen als je homoseksueel bent onjuist is aangezien hij heeft verklaard dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. De minister heeft verder meegewogen dat er moeilijkheden zijn, zoals de verklaring van eiser dat mensen brutaal waren en dat er geen AZC's zijn, maar dat deze niet duiden op mensenrechtenschendingen. Dat geldt ook voor de omstandigheden dat asielzoekers erg lang moeten wachten op een beslissing op hun aanvraag en zij hun documenten in de periode vaak moeten vernieuwen. Eiser heeft bronnen aangeleverd ter onderbouwing van zijn standpunt dat Zuid-Afrika geen veilig land is voor mensen die behoren tot de LHBTI-gemeenschap. De minister heeft daar tegenover kunnen zetten dat homoseksualiteit in Zuid-Afrika legaal is, discriminatie van LHBTI-personen verboden is en dat in Zuid-Afrika wordt gewerkt aan het bestrijden van discriminatie van onder andere LHBTI-personen. De minister wijst in dat kader op de herziene nationale interventiestrategie, die ook ziet op verruiming van toegang tot alle mensenrechten voor LHBTI-personen en de daarvoor opgerichte Rapid Response Team. Daarnaast wijst de minister er op dat er in 2022-2023 veroordelingen zijn geweest voor haatmisdrijven jegens LHBTI-personen. Volgens de minister blijkt ook niet dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten onwelwillend zijn om bescherming te bieden. Daarnaast heeft eiser geen concrete individuele omstandigheden aangevoerd in het gehoor, zienswijze of beroepsgronden waarmee hij aannemelijk maakt dat Zuid-Afrika voor hem niet veilig is en het voor hem niet mogelijk is gebleken om bescherming te krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte

geconcludeerd dat Zuid-Afrika een veilig derde land is voor eiser. De minister heeft eisers

asielaanvraag daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Eiser

krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Lenstra

Griffier

  • mr. N.J. Biswane

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?