RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.43446 en NL25.43447
[eiser] , eiser en [eiseres] , eiseres, en hun minderjarige kinderen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. (hierna gezamenlijk: eisers)
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
(gemachtigde: mr. J.M. Sanchez Rhemrev).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 3 september 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eisers stellen van Colombiaanse nationaliteit te zijn en dat eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1995 en eiseres op [geboortedatum 2] 1997. De asielaanvraag is ook ingediend ten behoeve van hun minderjarige kinderen. Eisers hebben aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd dat eiser zich namens de politieke partij [naam van de partij] kandidaat had gesteld voor de landelijke verkiezingen in 2023 voor de functie van raadslid van district [district] . Eiser heeft samen met eiseres en zijn zoon campagne gevoerd voor de verkiezingen. Eiser is tijdens de campagne en ook op de dag van de verkiezingen gebeld door een onbekend telefoonnummer. Tijdens het eerste gesprek werd hem door iemand met een kunstmatig vervormde stem verteld dat hij moest stoppen met zijn politieke activiteiten en in het tweede telefoongesprek werd hem verteld dat hij een militair doelwit is verklaard. Daarnaast was een poster van hem gevandaliseerd met de handtekening van de ELN. Eisers zijn toen tot ongeveer halverwege november 2023 zoveel mogelijk binnen gebleven en hen werd als oplossing geboden om naar Duitsland te gaan. Nadat er nog een brief voor hun appartement lag, waarin stond dat eiser tot militair doel was verklaard en ze zouden starten met represailles, hebben eisers op 30 november 2023 de beslissing genomen om te vluchten. In de tussentijd hebben zij zich schuil gehouden bij de moeder van eiseres. De moeder van eiseres heeft eisers verteld dat na hun vertrek de woning was bekleed met een vlag van de ELN. Eisers vrezen bij terugkeer voor de ELN.
De bestreden besluiten
4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig zijn. De geloofwaardigheid van de politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende problemen heeft de minister in het midden gelaten.
Volgens de minister is bij de beoordeling van het asielmotief op voorhand gebleken dat indien de verklaringen geloofwaardig zijn, deze niet leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. De minister wijst hierbij op het Informatiebericht 2022/102 Afdelingsuitspraken inzake de pilot afdoen op zwaarwegendheid. De minister legt aan deze conclusie ten grondslag dat de vrees niet aannemelijk is, omdat er geen sprake is van een sterke politieke overtuiging. Uit de verklaringen blijkt namelijk niet dat eiser bij terugkeer naar Colombia weer politiek actief zal zijn of dat dit belangrijk voor hem is. Daarnaast komt uit de beweegredenen om deel te nemen aan de [naam van de partij] niet naar voren dat eiser sterk politiek gedreven wordt. Eiser kan maar summier verklaren welke idealen van de partij maakte dat hij zich gemotiveerd voelde en kan verder nauwelijks toelichten waar de partij nog meer voor staat. Verder acht de minister het niet aannemelijk dat eiser zich bij terugkeer naar Colombia weer verkiesbaar zal stellen voor een politieke partij.
Gronden van beroep
5. Eisers stellen zich op het standpunt dat de minister hun asielaanvragen ten onrechte heeft afgewezen als ongegrond. Zij voeren, kort samengevat, aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is gekozen voor de toepassing van de werkwijze waarbij de aanvraag wordt afgedaan op zwaarwegendheid. Daarnaast zijn eisers van mening dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft.
Afdoen op zwaarwegendheid
6. Eisers stellen zich op het standpunt dat de minister hun asielaanvraag ten onrechte slechts heeft beoordeeld op zwaarwegendheid en daarbij dan ook ten onrechte de geloofwaardigheid in het midden heeft gelaten. Eisers verwijzen naar uitspraken van de Afdeling over de pilot en stellen dat moet worden voorkomen dat toepassing daarvan zorgt voor een (minder) zorgvuldig onderzoek tijdens de aanvraagfase. Verder moet worden voorkomen dat de werkwijze willekeurig wordt toegepast. Eisers wijzen hierbij ook op het verstrijken van de beslistermijn en stellen dat deze manier van afdoening in dat geval niet mag worden toegepast. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de vraag of er binnen de beslistermijn alsnog een zorgvuldige geloofwaardigheidsbeoordeling kan worden gemaakt. Volgens eisers heeft de minister deze werkwijze toegepast om te voorkomen dat er een dwangsom moet worden betaald. Eiser stellen ook dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom gekozen is voor deze werkwijze. De redenen voor toepassing van deze werkwijze die zijn genoemd in het beleid en de uitspraak van de Afdeling zijn niet van toepassing in de zaak, dus moet de minister dat beter motiveren. Eiser wijst ook op andere aanvragen van mensen met de Colombiaanse nationaliteit, die wel inhoudelijk zijn beoordeeld.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te concluderen dat de minister de geloofwaardigheid in het midden heeft gelaten en een zwaarwegendheidsbeoordeling heeft gemaakt om dwangsommen te voorkomen. Dat de beslistermijn reeds was verstreken staat niet in de weg aan een zwaarwegendheidsbeoordeling, zolang de minister deugdelijk onderzoek verricht. Daarnaast stelt de minister niet ten onrechte in het besluit dat het beroep bij de rechtbank niet onder de 21-maandentermijn valt en dat er binnen de 21 maanden een besluit is genomen. Verder overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat de minister aanvragen van andere vreemdelingen met de Colombiaanse nationaliteit wel op geloofwaardigheid heeft beoordeeld, niet maakt dat de minister gehouden is om dat in alle zaken van vreemdelingen met de Colombiaanse nationaliteit te doen. De beroepsgrond slaagt niet.
Zwaarwegendheid politieke overtuiging
7. Verder stellen eisers zich op het standpunt dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat de verklaringen van eiser niet zwaarwegend genoeg zijn om te leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Volgens eisers heeft de minister onvoldoende onderzoek verricht. Het is eisers niet duidelijk waarom eiser spontaan zou moeten verklaren dat hij de wens heeft om zich opnieuw verkiesbaar te stellen. Eiser heeft uitgelegd dat hij politiek actief en een verkiesbare kandidaat was en dat hij is gestopt en gevlucht door de bedreigingen en dus niet door eigen vrije wil. Daaruit vloeit voort dat eiser in zijn land van herkomst een sterke (politieke) overtuiging had en die uitte door zich kandidaat te stellen. De minister heeft daarom ook ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft.
Bij een beoordeling op de zwaarwegendheid waarbij de geloofwaardigheid in het midden is gelaten, moet de minister de verklaringen van eisers als uitgangspunt nemen. Dat betekent in dit geval dat er in de beoordeling vanuit moet worden gegaan dat eiser zich kandidaat heeft gesteld voor de verkiezingen, hij campagne heeft gevoerd met de voormalig president en dat hij bedreigd is door de ELN vanwege zijn politieke activiteiten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister ten onrechte geconcludeerd dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben omdat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer opnieuw politieke activiteiten zou verrichten en omdat er geen sprake is van een sterke politieke overtuiging. Eiser heeft verklaard dat hij vanwege de bedreigingen is gestopt met politieke activiteiten en dat het bij terugkeer onmogelijk zou zijn om zijn politiek ideeën te uiten, omdat hij vreesde dat ze hem en zijn gezin zullen vermoorden of ontvoeren. Hij vindt de veiligheid van zijn vrouw en kinderen belangrijker. Gelet op deze verklaringen kan de minister niet aan eiser tegenwerpen dat hij bij terugkeer niet opnieuw politieke activiteiten zou verrichten. Uit de verklaringen blijkt namelijk dat eiser zich noodgedwongen terughoudend zou opstellen en, zoals de minister in het bestreden besluit erkend, dat mag niet van eiser worden verwacht. Verder heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben omdat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft. Bij de beoordeling van de gestelde vrees voor vervolging wordt niet alleen de sterkte van de overtuiging betrokken, maar ook de eventueel geloofwaardige verrichte activiteiten. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom een zwaarder gewicht wordt toegekend aan eisers verklaringen waarom hij zich verkiesbaar heeft gesteld dan aan de activiteiten die hij daadwerkelijk heeft verricht. Een sterke politieke overtuiging uit zich immers in daden. Daarnaast heeft de minister ook in het kader van de sterkte van de politieke overtuiging niet kunnen tegenwerpen dat eiser heeft verklaard dat hij is gestopt met het verrichten met politieke activiteiten en hij bij terugkeer ook niet opnieuw politieke activiteiten zou verrichten.
Conclusie en gevolgen
8. De minister heeft ten onrechte aan eisers tegengeworpen dat eiser bij terugkeer niet opnieuw politieke activiteiten zou verrichten. Daarnaast heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben omdat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft. De beroepen zijn daarom gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. De minister zal een nieuw besluit op de aanvragen van eisers moeten nemen en daarbij rekening moeten houden met deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt de minister in de door eisers gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de
door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het
indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per
punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- bepaalt dat de minister nieuw besluiten neemt met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.