ECLI:NL:RBDHA:2026:4227

ECLI:NL:RBDHA:2026:4227

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer NL26.8368
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Eerste beroep – staandehouding – ophouding – ongegrond – geen proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.8368

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

(gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen zijn ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Verweerder heeft op 19 februari 2026 een verweerschrift ingediend. Op 23 februari 2026 hebben partijen nader op elkaars standpunten gereageerd. Partijen hebben zich desgevraagd akkoord verklaard met een schriftelijke behandeling van het beroep. De rechtbank heeft het onderzoek op 26 februari 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2001 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Uit het proces-verbaal M105 van 13 februari 2026 van de AVIM volgt dat eiser op die datum om 16:45 uur is opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw. Op grond van artikel 93, eerste lid, van de Vw, wordt dit voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld met een besluit.

3. Eiser stelt dat de aan de ophouding vooraf gegane staandehouding onrechtmatig is. Hij voert daartoe aan dat verweerder geen feiten of omstandigheden heeft genoemd die naar objectieve maatstaven reeds een vermoeden van illegaal verblijf opleveren. Voor zover eiser zich voorafgaand hieraan heeft moeten identificeren en hij toen strafrechtelijk is aangehouden, is onvoldoende gebleken wat de feitelijke toedracht en de aanleiding van de staandehouding was.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Het reeds genoemde proces-verbaal M105 vermeldt dat eiser, voorafgaand aan de ophouding, om 16:45 u, op de [adres] is staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vw vanwege het redelijke vermoeden dat hij illegaal in Nederland verblijft. Het proces-verbaal vermeldt verder dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dit vermoeden hebben ontleend aan telefonische informatie van even daarvóór (omstreeks 16:25 u) van collega-agenten van het [basisteam], die bij het natrekken van de bestuurder van een voertuig ter hoogte van de [adres] een signalering had gekregen dat deze bestuurder geen rechtmatig verblijf meer had in Nederland. Dit betrof [eiser], geboren op [datum] 2001, te [geboorteplaats], Marokko. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben zich toen bij de collega’s van het basisteam op genoemde locatie gevoegd en eiser daar gevraagd naar zijn identiteitsgegevens. Nadat eiser ook aan verbalisanten de eerder genoemde personalia had opgegeven is eiser staande gehouden op grond van de Vw. Hiermee is voldoende onderbouwd dat op het moment van de aan de ophouding vooraf gegane staandehouding op grond van de Vw een redelijk vermoeden bestond dat eiser illegaal in Nederland verblijft. Er is dan ook geen grond voor de conclusie dat de ophouding onrechtmatig moet worden geacht vanwege een onrechtmatige staandehouding.

5. Eisers bezwaar dat uit het proces-verbaal M105 niet duidelijk wordt wat de concrete aanleiding is geweest voor de eerdere staandehouding door agenten van het basisteam, is hierbij niet van betekenis. Uit het proces-verbaal M105 volgt dat deze agenten hebben gehandeld in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 en dus op een niet-vreemdelingenrechtelijke grondslag. Dit wordt niet verder getoetst door de bewaringsrechter.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 3 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?