ECLI:NL:RBDHA:2026:4237

ECLI:NL:RBDHA:2026:4237

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 25.58207 en 25.59539
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Beroepen niet-ontvankelijk. Advocaat niet gemachtigd om proceshandelingen te verrichten. Geen herstel van het verzuim na geboden termijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[betrokkene] , V-nummer: [nummer] , betrokkene

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.58207 en NL25.59539

(gestelde gemachtigde: mr. A. Habib-Portier)

en

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2025 (bestreden besluit 1) heeft de minister de uiterste overdrachtstermijn van [betrokkene] (betrokkene) op grond van de Verordening EU 604/2013 (Dublinverordening) verlengd met twaalf maanden omdat betrokkene gevangen is gezet.

Bij besluit van 26 november 2025 (bestreden besluit 2) heeft de minister aan betrokkene een overdrachtsbesluit opgelegd, waarin is vermeld dat hij wordt overgedragen aan Duitsland.

Op 27 november 2025 heeft mr. J.J. Eizenga namens betrokkene beroep ingesteld tegen het bestreden besluit 1 (NL25.58207). Op 30 november 2025 heeft mr. J.J. Eizenga de rechtbank bericht dat hij door betrokkene niet is gemachtigd en dat hij zich uit de zaak terugtrekt.

Op 3 december 2025 heeft mr. A. Habib-Portier, na contact met de rechtbank, zich bereid verklaard als gemachtigde op te treden in het beroep tegen het bestreden besluit 1.

Op diezelfde dag heeft mr. A. Habib-Portier namens betrokkene tegen bestreden besluit 2 beroep ingesteld (NL25.59539). Daarnaast heeft mr. Habib-Portier op 3 december 2025 namens betrokkene een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend (NL25.59540), dat connex is aan het laatstgenoemde beroep.

Op 11, 12 en 15 december 2025 heeft mr. A. Habib-Portier de beroepen van gronden voorzien.

De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Betrokkene is ter zitting niet verschenen. Wel zijn ter zitting verschenen mr. A. Habib-Portier en de gemachtigde van de minister.

Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst nadat is gebleken dat betrokkene (ook) mr. A. Habib-Portier niet heeft gemachtigd om namens hem op te treden.

De rechtbank heeft mr. A. Habib-Portier daarbij in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen één week alsnog contact te zoeken met betrokkene die in de Penitentiaire Inrichting (PI) in Nieuwegein zou verblijven en vervolgens binnen diezelfde week de rechtbank te informeren of betrokkene haar alsnog van de benodigde machtiging voorziet om onderhavige procedures te voeren. Daarbij heeft de rechtbank benoemd dat indien zij niet óf niet tijdig verneemt dat betrokkene mr. A. Habib-Portier op voornoemde wijze heeft gemachtigd, zij ervan uit zal gaan dat betrokkene haar niet wenst te machtigen en daaraan bovendien de gevolgen zal verbinden die haar geraden voorkomen.

Op 24 februari 2026 heeft mr. Habib-Portier de rechtbank bericht dat zij nog geen contact met betrokkene heeft kunnen krijgen en dat de rechtbank binnen één week nader zal worden geïnformeerd.

Bij bericht van 25 februari 2026 heeft de rechtbank vervolgens de minister bericht dat zij zich thans voldoende voorgelicht acht om uitspraak te doen zonder nader onderzoek ter zitting. Omdat de minister diezelfde dag heeft aangegeven dat een nader onderzoek ter zitting achterwege kan blijven, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vervolgens het onderzoek op 25 februari 2026 gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank moet ambtshalve de vraag beantwoorden of de beroepen tegen de bestreden besluiten ontvankelijk zijn.

2. Op grond van artikel 6:6 van de Awb – voor zover hier van belang – kan het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb wordt het bezwaar- of beroepschrift ondertekend en bevat het – voor zover hier van belang – ten minste de naam en het adres van de indiener. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2) wordt met ‘indiener’ bedoeld degene die voor zichzelf beroep instelt of degene namens wie beroep wordt ingesteld. Ondertekening van het beroepschrift dient als bewijs dat het geschrift door of namens de indiener is opgesteld. Is het beroepschrift niet door de indiener zelf (mede) ondertekend maar slechts door degene die bij het beroepschrift stelt daartoe te zijn gemachtigd, dan is daarmee dit bewijs niet geleverd indien bij dat beroepschrift geen schriftelijke machtiging wordt overgelegd. In zoverre kleeft dan aan het beroepschrift een gebrek.

4. Op grond van artikel 8:24, eerste lid, van de Awb kunnen partijen zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Op grond van het tweede lid van dat artikel kan de bestuursrechter van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Op grond van derde lid van dat artikel is het tweede lid niet van toepassing ten aanzien van advocaten.

5. In de systematiek van de Awb ligt aldus besloten dat bij advocaten van de vooronderstelling kan worden uitgegaan dat zij gemachtigd zijn door de betrokkene in het kader van de betreffende rechterlijke procedure, aangezien van een advocaat mag worden verwacht, mede gelet op de disciplinaire maatregelen die de Advocatenwet mogelijk maakt, dat hij niet voor iemand optreedt zonder daartoe opdracht te hebben gekregen. Dat wil dus zeggen dat in het geval van een advocaat ervan uit wordt gegaan dat het met de wil van de betrokkene in overeenstemming is dat die procedure wordt gevoerd. Om die reden wordt dus ook in beginsel niet naar een machtiging gevraagd.

6. Naar het oordeel van de rechtbank kan en moet van dat uitgangspunt worden afgeweken indien er evidente contra-indicaties zijn dat de machtiging voor de betrokkene geacht moet worden ontbreken. Dat sprake is van een uitgangspunt in dit verband, waarvan in bijzondere gevallen kan worden afgeweken, volgt naar het oordeel van de rechtbank bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 maart 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:916, onder 4.1).

7. Van dergelijke contra-indicaties is in het onderhavige geval sprake. Tijdens de zitting op 17 februari 2026 is de rechtbank namelijk duidelijk geworden dat noch mr. J.J. Eizenga, noch mr. A. Habib-Portier contact heeft gehad met betrokkene over het instellen van de beroepen en dus over het voeren van onderhavige procedures. Desgevraagd heeft mr. A. Habib-Portier ter zitting hierover toegelicht dat zij door de rechtbank is benaderd om de zaak met zaaknummer NL25.58207 van mr. J.J. Eizenga over te nemen, waarna zij in de gedingstukken van die zaak kennis nam van het bestreden besluit II. Daarom heeft zij diezelfde dag ook namens betrokkene beroep ingesteld tegen bestreden besluit II en daaraan connex een verzoek ingediend om ten behoeve van betrokkene een voorlopige voorziening te treffen. Verder heeft zij ter zitting verklaard dat zij wel heeft getracht om de verblijfplaats van betrokkene te achterhalen en in contact met hem te komen, door bij het Detentiecentrum in Rotterdam te informeren of eiser daar verblijft, maar dat dit geen resultaat heeft gehad. Zij weet niet waar eiser verblijft. De gemachtigde van de minister heeft daarop ter zitting medegedeeld dat volgens zijn gegevens betrokkene in de PI in Nieuwegein verblijft.

8. Gelet op deze tijdens de zitting bekend geworden feiten en omstandigheden heeft de rechtbank ter zitting het onderzoek geschorst om mr. A. Habib-Portier in de gelegenheid te stellen om uiterlijk binnen één week alsnog contact te zoeken met betrokkene en ook de rechtbank te informeren of betrokkene haar alsnog van de benodigde machtiging voorziet om onderhavige procedures te voeren. Zoals onder het procesverloop is benoemd heeft de rechtbank daarbij ter zitting de aanwezigen voorgehouden dat indien zij niet óf niet tijdig verneemt dat betrokkene mr. A. Habib-Portier op voornoemde wijze alsnog heeft gemachtigd, zij ervan zal uitgaan dat betrokkene haar niet wenst te machtigen en daaraan de gevolgen zal verbinden die haar geraden voorkomen.

9. In het bericht van mr. A. Habib-Portier van 24 februari 2026, dat als onderwerp vermeldt “telefonische storing PI Nieuwegein” heeft zij erop gewezen dat zij nog geen contact met betrokkene heeft kunnen krijgen en dat zij de rechtbank binnen één week nader zal berichten.

10. Nu binnen de door de rechtbank gestelde termijn niet alsnog de benodigde machtiging aan de rechtbank is verstrekt, gaat de rechtbank ervan uit dat mr. A. Habib-Portier niet door betrokkene is gemachtigd en dat betrokkene zelfs geen weet heeft van de lopende beroepsprocedures. Ook mr. J.J. Eisenga heeft immers aangegeven geen contact met betrokkene te hebben gehad. De rechtbank ziet geen aanleiding nadere berichtgeving van mr. A. Habib-Portier af te wachten, zoals zij heeft aangekondigd in haar bericht van 24 februari 2026. Ter zitting heeft de rechtbank immers zonneklaar gemaakt welke gevolgen zij eraan zal verbinden als zij de benodigde machtiging niet binnen één week ontvangt. Hieraan ligt mede ten grondslag dat mr. A. Habib-Portier al sinds 3 december 2025 in de gelegenheid was de verblijfplaats van betrokkene te achterhalen en in contact te treden met betrokkene. Gezien de aard van het bestreden besluit 1 had voor haar duidelijk kunnen en moeten zijn dat betrokkene strafrechtelijk gedetineerd zat en zij had op eenvoudige wijze – bijvoorbeeld via telefonisch contact met de minister – de verblijfplaats van betrokkene kunnen achterhalen en contact met hem kunnen zoeken. Anders dan zij ter zitting heeft betoogd, blijkt uit het dossier niet dat zij de minister schriftelijk expliciet heeft verzocht om de verblijfsgegevens van betrokkene. Ook is de rechtbank niet gebleken dat mr. A. Habib-Portier na de gestelde poging bij het Detentiecentrum Rotterdam, andere inspanningen heeft verricht om zijn verblijfplaats te achterhalen.

11. Nu het geconstateerde verzuim als bedoeld in artikel 6:5 van de Awb, ook nadat de rechtbank mr. A. Habib-Portier in dit kader een hersteltermijn van één week heeft gegeven, niet is hersteld, stelt de rechtbank vast dat mr. A. Habib-Portier niet is gemachtigd om namens betrokkene proceshandelingen te verrichten.

12. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. de Jong - Nibourg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.W. Venderbos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.J. de Jong - Nibourg

Griffier

  • mr. M.W. Venderbos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?