ECLI:NL:RBDHA:2026:4360

ECLI:NL:RBDHA:2026:4360

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer NL25.43437
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep niet tijdig, asiel, afwijzend besluit, besluit ingetrokken, beroep gegrond, overschrijding 21-maandentermijn, beslistermijn van 8 weken voor nieuw besluit

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43437

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd opnieuw heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Eiser heeft de aanvraag op 28 juli 2023 ingediend. Bij uitspraak van 7 april 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, de minister opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken.1 De minister heeft de aanvraag op 13 augustus 2025 afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Op 7 oktober 2025 heeft de minister het besluit ingetrokken. Eiser heeft de rechtbank op 21 oktober 2025 bericht dat hij het beroep wenst te handhaven in de vorm van een beroep tegen het niet tijdig opnieuw beslissen op de aanvraag.

Overwegingen

Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?

1. Zaaknummer NL25.3104, niet gepubliceerd.

2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?

3. Soms kan van een betrokkene niet worden verwacht dat hij eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de minister het besluit van 13 augustus 2025 heeft ingetrokken en het niet redelijk is om dan van eiser te verwachten dat hij een ingebrekestelling aan de minister stuurt. Ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling is het beroep van eiser dus ontvankelijk. De rechtbank stelt verder vast dat de minister tot op heden nog geen nieuw besluit op de aanvraag heeft genomen. Het beroep is kennelijk gegrond.

Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?

4. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.4

5. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.5 Dat de beslistermijn van 21 maanden6 waarbinnen de behandelingsprocedure dient te worden afgerond inmiddels is overschreden, is één van de aspecten die de rechtbank in deze afweging meeweegt. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag bekend moet maken.

6. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.7 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 37.500,-.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat de minister binnen acht weken alsnog een nieuw besluit op de aanvraag bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.

8. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze vergoeding bedraagt in totaal € 934,-. Dit bedrag bestaat uit 1 punt (ter waarde van € 934,-) met wegingsfactor 1 voor het inhoudelijke beroepschrift. Dit laatste omdat het beroep oorspronkelijk was gericht tegen een inhoudelijk asielbesluit en niet tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

4 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.

5 ECLI:NL:RVS:2020:1560.

6 Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.

7 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 04 maart 2026

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Skerka

Griffier

  • mr. A.W. van Eerden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?