ECLI:NL:RBDHA:2026:4373

ECLI:NL:RBDHA:2026:4373

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer NL25.48066
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep asiel. Nigeria. bekering/vrouwenbesnijdenis. Herhaalde aanvraag. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres 1] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.48066

V-nummer: [v-nummer 1]

mede namens haar minderjarige kind,

[eiseres 2] ,

V-nummer: [v-nummer 2] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

(gemachtigde: mr. G.J. Douma).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 24 september 2024 een (herhaalde) asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Aan eiseres is ook een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Het al aan eiseres opgelegde terugkeerbesluit geldt nog steeds.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres (bijgestaan door een tolk), mr. C.T.W. van Dijk, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere asielaanvraag

3. Eiseres heeft verklaard dat zij in haar land van herkomst mishandeld is vanwege haar bekering tot het Christendom. Daarnaast is zij bedreigd door [vrouw] , omdat eiseres haar nog geld schuldig was. Ook dreigt eiseres te worden besneden. Zij vreest verder dat haar dochter zal worden besneden bij terugkeer naar Nigeria.

4. Bij besluit van 29 september 2022 heeft de minister de aanvraag afgewezen als ongegrond. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De bekering en de problemen vanwege haar religie heeft de minister ongeloofwaardig geacht, evenals de problemen met haar oom en met [vrouw] . De minister vindt namelijk - kort gezegd - dat eiseres daarover summier, vaag, algemeen en tegenstrijdig heeft verklaard. De geloofwaardige elementen zijn niet te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag en verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege deze elementen bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade. Tot slot is de vrees voor vrouwenbesnijdenis van eiseres en haar dochter niet aannemelijk bevonden.

5. Bij uitspraak van 7 juli 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Daarin heeft de rechtbank overwogen dat de minister de door eiseres gestelde bekering en de problemen die zij daardoor stelt te hebben ondervonden niet geloofwaardig heeft kunnen achten. Over de problemen met [vrouw] heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat haar verklaringen ongeloofwaardig zijn. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiseres met haar verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar dochter het reëel risico lopen om te worden besneden bij terugkeer naar Nigeria. De Afdeling heeft op 1 september 2023 het door eiseres ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.

Huidige asielaanvraag

6. Eiseres heeft verklaard dat zij en haar dochter het risico lopen om bij terugkeer slachtoffer te worden van vrouwenbesnijdenis. Eiseres heeft bewijs dat haar oudere zus is besneden. Eiseres en haar dochter lopen dit gevaar ook. Eiseres heeft ook een doopakte ingebracht waarmee ze wil aantonen dat ze christen is. Tot slot heeft eiseres aangevoerd dat ze problemen heeft met [vrouw] , een mensensmokkelaar.

Besluitvorming

7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Het asielrelaas over haar bekering en haar conflict met [vrouw] en de problemen die zij daardoor zou hebben ondervonden, zijn in de eerste procedure al ongeloofwaardig geacht. Dat wat eiseres in haar opvolgende aanvraag naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een andere conclusie. Daarnaast is in de vorige asielprocedure haar vrees voor besnijdenis en de vrees voor besnijdenis van haar dochter niet aannemelijk geacht. Met de opvolgende asielaanvraag heeft eiseres niet alsnog aannemelijk gemaakt dat zij of haar dochter bij terugkeer zullen worden besneden. Eiseres heeft daarom geen gegronde vrees voor vervolging en zij loopt geen reëel risico op ernstige schade.

Beoordeling door de rechtbank

Problemen religie

Doopakte

8. Eiseres heeft aangevoerd dat door de minister ten onrechte onvoldoende waarde wordt gehecht aan de doopakte. Het klopt dat er wijzigingen zijn aangebracht in de doopakte, maar daar heeft zij een goede verklaring voor.

De rechtbank merkt allereerst op dat de gestelde bekering eerder ongeloofwaardig is bevonden. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom aan de doopakte niet de waarde kan worden gehecht die eiseres daaraan gehecht wil zien en dat de doopakte niet bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de gestelde bekering. Vaststaat dat Bureau Documenten het document negatief heeft beoordeeld. De enkele, niet nader onderbouwde, stelling van eiseres dat niet uitgegaan kan worden van dit onderzoek volgt de rechtbank niet. Uit het onderzoek van Bureau Documenten is gebleken dat verschillende gegevens op het document handmatig zijn gewijzigd en overgeschreven nadat het document is afgegeven. Zo zijn de doopdatum, de afgiftedatum, de leeftijd van eiseres, haar naam én de naam van haar ouders aangepast. Hierdoor kon door Bureau Documenten niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres geen deugdelijke verklaring heeft gegeven waarom er zoveel gegevens zijn gewijzigd op de doopakte. Niet valt in te zien dat er zoveel fouten zijn gemaakt bij het opstellen van de doopakte. De beroepsgrond slaagt niet.

Summier en algemene verklaringen over de bekering en de geloofsgroei

9. Eiseres heeft aangevoerd dat zij niet summier en algemeen is in haar verklaringen over het zijn van christen. Eiseres heeft wel degelijk uitgelegd wat maakt dat zij is bekeerd. Haar verklaringen duiden op een dieper gelegen innerlijke overtuiging en er heeft wel degelijk een verandering plaatsgevonden. De problemen vanwege haar religie zijn volgens eiseres dan ook ten onrechte ongeloofwaardig bevonden.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over de bekering tot het christendom en de daarmee samenhangende geloofsgroei ongeloofwaardig zijn. In de eerste plaats heeft eiseres tegenstrijdig verklaard. In het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiseres namelijk - op de vraag of er een verandering heeft plaatsgevonden in haar relatie met God of dat er nieuwe dingen zijn in haar relatie met God - verklaard dat zij nog steeds christen is, zij soms naar de kerk gaat en de Bijbel leest. In de correcties en aanvullingen daarentegen heeft zij verklaard dat er veel is veranderd omdat zij nu God kan prijzen, bidden en naar de kerk kan gaan, kan doen wat zij wil, terwijl dat in Nigeria niet mocht. Verder kan eiseres nog steeds niet uitleggen over wat maakt dat zij is bekeerd en hoe haar dat persoonlijk heeft geraakt. Zij blijft daarin steken in algemene verklaringen, door aan te geven dat haar hart het Christendom heeft geaccepteerd, zij daarvoor openstond en dit misschien een manier is hoe God haar leven heeft gepland. Haar verklaringen laten bovendien geen wezenlijke verandering zien in haar relatie tot het christendom, aangezien eiseres tijdens het nader gehoor van haar eerste asielaanvraag ook al heeft verklaard dat ze de God van het christendom wil dienen, zij naar de kerk kan gaan en kan gaan bidden. De beroepsgrond slaagt niet.

Referentiekader

10. Eiseres heeft op de zitting aangevoerd dat zij voldoende concreet heeft verklaard over haar geloofsovertuiging en dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Ten onrechte heeft de minister geen rekening gehouden met haar opleiding, leeftijd en haar culturele achtergrond.

Op de zitting heeft de gemachtigde van de minister zich primair op het standpunt gesteld dat het voor het eerst inbrengen van deze beroepsgrond op de zitting in strijd is met een goede procesorde. Subsidiair stelt de gemachtigde van de minister dat onvoldoende is onderbouwd wat maakt dat eiseres minder kon verklaren over haar geloofsgroei vanwege haar opleiding, leeftijd en haar culturele achtergrond. Ook is niet onderbouwd in welke context haar culturele achtergrond een rol speelt. Van eiseres haar verklaringen mag meer worden verwacht bij deze herhaalde asielaanvraag.

11. De rechtbank zal deze beroepsgrond betrekken in de beoordeling, omdat de minister op de zitting hierop heeft kunnen reageren. De rechtbank overweegt dat eiseres niet nader heeft onderbouwd op welke manier de minister in de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. De enkele stelling van eiseres dat dit zo is gelet op haar leeftijd, opleiding en culturele achtergrond is daarvoor onvoldoende concreet. De minister heeft er in dit verband terecht op gewezen dat het een herhaalde aanvraag betreft en dat de minister van eiseres mag verwachten dat ze met overtuigende verklaringen komt over haar bekering. De beroepsgrond slaagt niet.

Problemen met [vrouw]

12. Eiseres is het niet eens met de conclusie van de minister dat de problemen met [vrouw] nog steeds ongeloofwaardig zijn. Eiseres heeft geen wisselende en onlogische verklaringen afgelegd over de bedreigingen door [vrouw] . Eiseres heeft niet verklaard dat [vrouw] naar Nigeria reisde enkel en alleen om haar via haar zus te bedreigen. Eiseres heeft ook niet wisselend verklaard over de bedreigingen. Ze kan zich niet meer precies herinneren hoe vaak ze is bedreigd, maar ze denkt dat het elf keer is geweest. Ze is ook van mening dat ze genoeg heeft verklaard over de bedreigingen door [vrouw] .

Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet wisselend heeft verklaard over het aantal keren dat ze is bedreigd door [vrouw] . Ze heeft immers uitgelegd dat ze zich het niet meer goed kan herinneren, hetgeen de rechtbank wel kan volgen. Ook kan de rechtbank eiseres volgen in haar verklaring dat [vrouw] niet enkel met het doel naar Nigeria is gereisd om eiseres via haar zus te bedreigen. Toch vindt de rechtbank dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de problemen die eiseres stelt te hebben ondervonden vanwege [vrouw] nog steeds niet geloofwaardig zijn. De rechtbank stelt voorop dat in de vorige procedure deze problemen al ongeloofwaardig zijn geacht. De minister mocht aan eiseres in de huidige procedure tegenwerpen dat zij geen ondersteunend bewijsmateriaal heeft aangeleverd die de problemen met [vrouw] onderbouwen. Omdat het gaat om Facebookgesprekken had van eiseres verwacht mogen worden dat zij screenshots of foto’s kon overleggen van de gestelde bedreigingen. Dat eiseres [vrouw] heeft geblokkeerd, wil niet zeggen dat eiseres niet met foto’s of screenshots uit haar chatgeschiedenis kan aantonen wanneer de gestelde bedreigingen zijn geuit. Daarnaast is eiseres niet in staat geweest om concreet te verklaren over de bedreigingen door [vrouw] , op het moment dat haar daarnaar is gevraagd. Eiseres heeft verklaard over de bedreiging in juni 2025, maar kan desgevraagd niet aangeven wanneer ze daarvoor is bedreigd. Van iemand die zo bang is, omdat ze vaak wordt bedreigd, mag worden verwacht dat ze kan verklaren over meer dan één bedreiging. Dat eiseres niet weet wanneer de overige bedreigingen hebben plaatsgevonden gelet op haar medische situatie, heeft de minister niet hoeven volgen. Eiseres is tijdens het gehoor gevraagd naar hoe het met haar stress en slapeloosheid ging, waarop zij heeft aangegeven dat de medicatie helpt. Ook heeft eiseres aangegeven dat ze zich lichamelijk en geestelijk goed genoeg voelde om gehoord te worden. De beroepsgrond slaagt niet.

Vrouwenbesnijdenis

13. Eiseres betoogt dat de minister de vrees voor besnijdenis voor eiseres en haar dochter ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. De minister hecht onvoldoende waarde aan de overlijdensakte van haar zus. Niet uitgesloten kan worden dat het document echt is en dat het kan bijdragen aan het aannemelijk maken van de vrees voor besnijdenis van eiseres en haar dochter. Omdat haar zus is besneden en daaraan is overleden, is het aannemelijk dat besnijdenis in haar kringen plaatsvindt en dat ook eiseres en haar dochter het risico lopen besneden te worden. Ten onrechte veronderstelt de minister dat als eiseres en haar man moeten terugkeren naar Nigeria de vader van haar kind hun zal kunnen beschermen tegen besnijdenis. Hij doorloopt in Nederland een asielprocedure. Eiseres verwijst tot slot naar een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats. In die uitspraak is overwogen dat ook andere factoren het risico op besnijdenis vergroten of juist verkleinen, zoals de voorkeur van de ouders en overige familieleden. Het is de voorkeur van de overige familieleden waar eiseres zo voor vreest.

De rechtbank stelt allereerst vast dat in de vorige asielprocedure vast is komen te staan dat eiseres haar vrees om besneden te worden bij terugkeer niet aannemelijk heeft gemaakt. Verder volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat aan de overlijdensakte niet de niet de waarde kan worden gehecht die eiseres daaraan gehecht wil zien, omdat Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de echtheid van het document. Bovendien heeft eiseres met het overleggen van de overlijdensakte niet aannemelijk gemaakt dat zij en haar dochter ook te vrezen hebben voor vrouwenbesnijdenis. Dat de zus van eiseres misschien is besneden, maakt niet dat eiseres of haar dochter ook in de toekomst besneden worden. Verder blijkt uit de overlijdensakte niet dat de zus van eiseres tegen haar wil is besneden of daarmee niet heeft ingestemd. Dit volgt ook niet uit de eigen verklaringen van eiseres. De minister heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat de overlijdensakte niet bijdraagt aan de geloofwaardigheid van eiseres haar angst voor vrouwenbesnijdenis.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich voor het overige ook afdoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar dochter bij terugkeer in Nigeria het reële risico lopen dat zij zullen worden besneden.

De minister heeft zich hierbij kunnen baseren op het algemeen ambtsbericht Nigeria van maart 2021. Daarin wordt - samengevat - vermeld dat er over het algemeen een daling wordt waargenomen van het aantal vrouwen dat aan vrouwenbesnijdenis onderworpen werd. Als het gaat om jonge meisjes bepalen de ouders in het merendeel van de gevallen of hun dochters wel of niet besneden zullen worden. Zwangerschap/bevalling (van het eerste kind) is het laatst mogelijke moment waarop vrouwen worden besneden in Nigeria. Er zijn geen aanwijzingen voor besnijdenis uitgevoerd na een (eerste) bevalling. Tot slot worden volwassenen die absoluut niet besneden willen worden niet gedwongen. Dit beeld wordt bevestigd door het algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023. Ondanks dat in de coronaperiode het aantal gevallen van vrouwenbesnijdenis toenam, lieten recente cijfers een daling van het aantal gevallen vrouwenbesnijdenis zien.

De minister voert in dit verband niet ten onrechte aan dat eiseres volwassen is en bevallen is van een kind. Ook niet ten onrechte voert de minister aan dat een andere zus, die ook vreest voor besnijdenis, nog in Nigeria verblijft en zich kennelijk heeft kunnen onttrekken aan besnijdenis. Over de dochter voert de minister niet ten onrechte aan dat zowel de vader als eiseres tegen besnijdenis van hun dochter zijn. Hiertoe geldt eveneens dat de gemachtigde van de minister op de zitting niet ten onrechte heeft aangevoerd dat eiseres procedeert tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en zich dus verzet tegen de besnijdenis. Bovendien kan de vader van haar dochter - die ook tegen besnijdenis is - haar bij terugkeer beschermen, omdat hij hier in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft. De rechtbank kan de minister dan ook volgen in het standpunt dat de persoonlijke omstandigheden van eiseres er niet toe leiden dat zij haar dochter niet adequaat kan beschermen. Hiertoe geldt bovendien dat de minister niet ten onrechte aanvoert dat de mogelijke besnijdenis van eiseres als zij zou huwen met een man uit een bevolkingsgroep waarbij besnijdenis vaak voorkomt gebaseerd is op speculatie over de toekomst.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres in de onderhavige procedure niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar dochter persoonlijk een reëel risico lopen op vrouwenbesnijdenis bij terugkeer naar Nigeria.

Conclusie en gevolgen

14. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag in stand blijft. De minister hoeft de proceskosten van eiseres niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken in het openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A.G. van Dijk

Griffier

  • mr. S. Derks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?