ECLI:NL:RBDHA:2026:4375

ECLI:NL:RBDHA:2026:4375

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer NL26.9125
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, asielwens, omzetting te laat, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.9125

(gemachtigde: mr. H.W. Omvlee),

en

Procesverloop

De minister heeft op 24 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Deze maatregel is op 23 februari 2026 opgeheven in verband met de wijzing van de grondslag.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Deze maatregel is bij uitspraak van 14 oktober 2025 eerder getoetst. Het eerste vervolgberoep is getoetst bij uitspraak van 19 november 2025. Het tweede vervolgberoep is getoetst bij uitspraak van 15 december 2025. Het derde vervolgberoep is getoetst bij uitspraak van 3 februari 2026.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 25 februari 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 3 februari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 27 januari 2026.

Heeft de minister de maatregel tijdig omgezet?

3. Eiser voert aan dat de minister de maatregel niet tijdig heeft omgezet. Eiser betoogt dat hij op 18 februari 2026 een asielaanvraag heeft ingediend. Daardoor is de verblijfsstatus van eiser gewijzigd en dient de minister binnen twee dagen de maatregel om te zetten. Dat betekent dat de minister de maatregel van bewaring uiterlijk op 20 februari 2026 had moeten wijzigen.

De beroepsgrond slaagt. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 18 februari 2026 volgt dat eiser aan de regievoerder heeft verteld dat hij opnieuw asiel wil aanvragen. Zoals volgt uit vaste rechtspraak moet een door een vreemdeling in persoon ten overstaan van de autoriteiten kenbaar gemaakte asielwens worden aangemerkt als een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn en opgevat worden als een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Dat deze aanvraag nog niet is ingediend op de wettelijk voorgeschreven wijze brengt niet met zich dat geen sprake is van een asielaanvraag. De bewaring was daarom met ingang van 18 februari 2026 niet langer op de juiste grondslag gebaseerd. Op 20 februari 2026 is het asielverzoek alsnog formeel ondertekend door eiser.

De minister dient volgens vaste rechtspraak een maatregel van bewaring binnen twee dagen om te zetten naar een andere grondslag, wanneer deze niet meer op een juiste wettelijke grondslag berust. Dit was dus uiterlijk 20 februari 2026. Door het nalaten hiervan is het voorduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig. De minister heeft namelijk de maatregel pas op 23 februari 2026 omgezet. Wanneer de minister een maatregel niet binnen twee dagen omzet, is de maatregel onrechtmatig vanaf de dag dat de wettelijke grondslag voor deze maatregel niet meer van toepassing is. Dit betekent dat de bewaring vanaf 18 februari 2026 tot aan de opheffing op 23 februari 2026 onrechtmatig was.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel tot aan 18 februari 2026 niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond, omdat deze maatregel vanaf 18 februari 2026 (tot de opheffing daarvan op 23 februari 2026) onrechtmatig heeft voortgeduurd. Dit leidt echter niet tot het opheffen van de maatregel van bewaring of het in vrijheid stellen van eiser, omdat deze maatregel van bewaring al is opgeheven en eiser aansluitend een nieuwe maatregel van bewaring is opgelegd. De nieuwe maatregel ligt niet ter beoordeling voor. De rechtbank kent wel een schadevergoeding toe voor zes dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel: 6 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 720,-.

6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 720,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr.N. El-Amrani, griffier.De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?