RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10731
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
(gemachtigde: mr. K. Bruin).
Procesverloop
Verweerder heeft op 8 december 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 26 februari 2026 in kennis gesteld van het voortduren van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 4 maart 2026 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Libische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 december 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf 23 december 2025.
4. Eiser voert aan dat er ten onrechte een lp-aanvraag is ingediend, terwijl er beroep is ingesteld in de asielprocedure. Hij vreest voor terugkeer en verweerder kan de autoriteiten van het land van herkomst dan niet benaderen met een lp-aanvraag, nu er geen terugkeerverplichting is. Verweerder maakt misbruik van recht en van de procedure, door de juridische grondslag van de bewaring voor een ander doel te gebruiken. Het doel van artikel 59b van de Vw is namelijk het veiligstellen van de asielprocedure, niet het verrichten van uitzettingshandelingen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Uit de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2025 volgt dat verweerder een lp-aanvraag kan indienen bij de autoriteiten van het land van herkomst tijdens de asielprocedure. Hierbij moet verweerder wel waarborgen dat de handelingen niet in strijd zijn met het beginsel van non-refoulement en dat geen persoonsgegevens die asielgerelateerd zijn of anderszins een schadelijke strekking hebben. Hierbij is van belang dat in het geval van eiser aan deze waarborg is voldaan, doordat eiser zelf de lp-aanvraag heeft ingevuld. Ook kan het beginsel van non-refoulement worden getoetst in de nog lopende asielprocedure en raakt het indienen van de lp-aanvraag als zodanig dan ook niet de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.