Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696395 / KG ZA 25-1256
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. T.Y. Tsang te Den Haag,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. S.C. Meijler te ’s-Gravenhage.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;
- de op 15 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar. Zij zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] . Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . In het ouderschapsplan zijn partijen – voor zover relevant voor deze procedure – overeengekomen dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en om de week bij de vader verblijft.
Op 21 augustus 2023 hebben partijen een aanvulling op het ouderschapsplan ondertekend waarin zij zijn overeengekomen dat [minderjarige] de hele week bij de vader zal zijn en uitsluitend twee weekenden per maand bij de moeder zal zijn.
3. Het geschil
in conventie
De moeder vordert – zakelijk weergegeven –:
de vader te veroordelen de zorgregeling geldend volgens het ouderschapsplan en de aanvulling op het ouderschapsplan na te komen;
op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de vader de zorgregeling niet nakomt;
de vader te veroordelen in de proceskosten van de moeder.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De zorgregeling is lange tijd goed verlopen. In april 2024 zijn partijen overeengekomen dat [minderjarige] bij de vader zou gaan wonen omdat de moeder voornemens was om te verhuizen naar België. De verhuizing is niet doorgegaan en de moeder is tijdelijk bij haar moeder gaan wonen. [minderjarige] verbleef tot juli 2025 in de weekenden bij de moeder. Partijen hebben afgesproken dat zij zouden kijken of [minderjarige] weer bij de moeder zou gaan wonen als de moeder over een eigen woning zou beschikken en als [minderjarige] de basisschool heeft afgerond. In augustus 2025 kreeg de moeder een woning in [plaats] en hebben partijen afgesproken dat [minderjarige] doordeweeks bij de vader zou blijven en in de weekenden bij de moeder. Sinds juli 2025 heeft [minderjarige] de moeder volledig geblokkeerd en is zij ook niet meer bij de moeder geweest. De vader geeft aan dat [minderjarige] niet naar de moeder toe wil en de moeder weet niet waarom. De moeder vordert daarom nakoming van de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan en de aanvulling daarop met een dwangsom als de vader nalaat de regeling na te komen.
De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
De vader vordert – zakelijk weergegeven – dat afspraken omtrent de zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige] , schriftelijk dan wel mondeling tot stand gekomen of overeengekomen, opgeschort worden voor de tijd van één jaar om de moeder de gelegenheid te geven hulp voor zichzelf te zoeken teneinde in de toekomst het contact met [minderjarige] prettig te laten verlopen.
Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Sinds het uiteengaan van partijen zijn er al veel incidenten geweest die door de moeder worden geïnitieerd en waar [minderjarige] een paar keer getuige van is geweest. De communicatie tussen partijen gaat de afgelopen jaren gepaard met scheldpartijen en dreigementen. Door alle gebeurtenissen uit het verleden wil [minderjarige] geen contact meer met haar moeder. De moeder geeft aan dat zij open staat voor hulp. De vader denkt dat als de moeder hulp voor zichzelf zoekt in het belang van [minderjarige] en zij ook het belang van [minderjarige] voorop stelt, er wellicht ruimte kan ontstaan bij [minderjarige] voor het begin van contact.
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
in conventie en in reconventie
De voorzieningenrechter zal de vorderingen over en weer afwijzen. Op de zitting zijn partijen overeengekomen dat de moeder hulp zal zoeken en de komende tijd aan zichzelf zal werken. De vader zal de moeder maandelijks per e-mail informeren over [minderjarige] en daarbij steeds twee recente foto’s meesturen. Op deze manier is de moeder op de hoogte van wat er speelt in het leven van [minderjarige] als er in de toekomst weer ruimte is voor contact tussen de moeder en [minderjarige] . De voorzieningenrechter acht het van belang dat [minderjarige] niet tot contact met de moeder wordt gedwongen, maar acht het ook niet in het belang van [minderjarige] om de zorgregeling op te schorten. Het is immers de bedoeling dat er weer contact komt tussen de moeder en [minderjarige] .
De voorzieningenrechter wil de moeder nog meegeven dat het in het belang van [minderjarige] ook wenselijk is als zij de vader om de paar maanden informeert over de stand van zaken rondom de door haar in te schakelen hulp. Ook kan de moeder mails aan de vader sturen die voor [minderjarige] bestemd zijn, zodat ook [minderjarige] weet hoe het met de moeder gaat. Hierbij merkt de voorzieningenrechter nog op dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling is dat [minderjarige] mails leest die voor de ouders onderling bestemd zijn, zoals op de zitting is gebleken dat nu het geval is. [minderjarige] dient uitsluitend de mails te lezen die ook voor haar bestemd zijn en niet belast te worden met eventuele discussies die tussen de ouders spelen.
Het uitgangspunt in familiezaken is dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt. In voorkomend geval kan hiervan worden afgeweken. De voorzieningenrechter ziet in dit geval echter geen aanleiding om hiervan af te wijken, zodat de vordering zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie en in reconventie
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.D.A. Geleijns en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
NCG