ECLI:NL:RBDHA:2026:4522

ECLI:NL:RBDHA:2026:4522

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer NL25.34367
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep gericht tegen niet tijdig beslissen op aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.34367

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?

3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De aanvraag valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. Op grond hiervan stelt de minister zich op het standpunt dat de beslistermijn van de aanvraag met negen maanden is verlengd.

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.

4. In zijn uitspraak van 13 februari 20264 heeft deze zittingsplaats geoordeeld dat het besluit met kenmerk WBV 2023/35 buiten toepassing blijft. Deze zittingsplaats verlaat daarmee de lijn die hij heeft ingezet met zijn uitspraak van 16 februari 2024.6 Voor de aanvraag betekent dit dat de beslistermijn niet is verlengd met negen maanden. De minister heeft de aanvraag op 10 oktober 2023 ontvangen. Naar aanleiding van de aanvraag heeft de minister op 24 november 2023 aan de Bulgaarse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen.7 Dit verzoek is geaccepteerd op 29 november 2023. Nederland had vanaf

29 november 2023 zes maanden om eiser over te dragen aan de Bulgaarse autoriteiten. Nederland heeft dat niet op tijd gedaan. Hierdoor staat de verantwoordelijkheid van Nederland vast op 30 mei 2024 en ging de termijn van zes maanden om op het asielverzoek te beslissen te beslissen lopen.

5. Eiser heeft een ingebrekestelling ingediend. De minister heeft de ontvangst daarvan bevestigd op 11 juli 2025. De minister heeft de ingebrekestelling niet geweigerd.8 In haar uitspraak van 13 februari 2026 heeft deze zittingsplaats van de rechtbank9 geoordeeld dat een elektronisch ingediende ingebrekestelling via “veilig mailen” rechtsgeldig is als de minister de ontvangst daarvan heeft bevestigd. Dit geldt ook als de ingebrekestelling niet via de door de minister voorgeschreven weg is ingediend. Anders dan de minister stelt, is de rechtbank van oordeel dat de ingebrekestelling geldig is en onderdeel uitmaakt van het dossier. Het standpunt van de minister dat het beroep niet-ontvankelijk is, volgt de rechtbank dan ook niet.

6. Uit het vorenstaande volgt dat de beslistermijn van zes maanden10 was verstreken toen eiser de ingebrekestelling op 11 juli 2025 indiende bij de minister. Voorts heeft eiser tijdig beroep ingesteld. Het beroep is dus ontvankelijk en gegrond.

7. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.11 In deze zaak is dit aan de orde.

8. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.12 Dat de beslistermijn van 21 maanden waarbinnen de behandelingsprocedure dient te worden afgerond in dit geval is overschreden, is één van de aspecten die de rechtbank in deze afweging meeweegt. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat uit de beschikbare stukken blijkt dat eiser wel is gehoord omtrent zijn asielmotieven en de minister nog geen vervolgactie heeft ondernomen. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen zes

4 ECLI:NL:RBDHA:2026:3820.

5 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.

6 ECLI:NL:RBDHA:2024:1859.

7 Artikel 18, eerste lid en onder b van de Dublinverordening.

8 Artikel 2:15, vierde lid, van de Awb, zoals dat luidde ten tijde van de ontvangstbevestiging van de ingebrekestelling.

9 ECLI:NL:RBDHA:2026:3820.

10 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

11 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.

12 ECLI:NL:RVS:2020:1560.

weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend moet maken.

Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?

9. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.13 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.

Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?

10. Eiser heeft de rechtbank verzocht om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vast te stellen.

11. Met ingang van 15 april 2025 zijn in vreemdelingenzaken de wettelijke bepalingen met betrekking tot de bestuurlijke dwangsom niet meer van kracht.14 Dit is slechts anders als de minister vóór 15 april 2025 niet tijdig heeft beslist én de minister eveneens vóór die datum in gebreke is gesteld. Deze omstandigheid doet zich in deze zaak niet voor. De rechtbank kan de hoogte van de verbeurde dwangsom daarom niet vaststellen.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat de minister binnen zes weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.

13. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

13 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.

Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.

14 Stb. 2025, 96.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

N.B. Yalcinkaya, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 4 maart 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?