Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 2 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.K. Hartman te Leiderdorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 19 januari 2026. Zij hebben allebei geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben wel brieven naar de kinderrechter geschreven. De brief van [minderjarige 2] is ontvangen op 30 december 2025. De brief van [minderjarige 1] is ontvangen op 12 januari 2026.
Op 20 januari 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat, de man bijgestaan door zijn advocaat en mr. De Roode, namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam].
Feiten
o [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];
o [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats].
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en voor de duur van het geding:
I. te bepalen dat de kinderen (voorlopig) zullen worden toevertrouwd aan de zorgen van de vrouw;
II. te bepalen dat de vrouw voorlopig bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ([postcode]) [plaats] met bevel dat de man de woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
III. een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen bij de man zijn om het weekeinde (in de even weken) van vrijdag na school tot zondagavond 19.30 uur;
IV. een voorlopige bijdrage in het onderhoud van de kinderen vast te stellen op € 172,- per maand per kind, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken. Hierbij verzoekt de man zelfstandig, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
I. de man het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] te ([postcode])
[plaats] heeft per datum van het verweerschrift dan wel de datum van de beschikking dan wel twee weken na de datum van de beschikking dan wel een andere datum die de rechtbank juist acht;
II. een zorgregeling wordt vastgelegd waarbij de kinderen in de oneven weken bij de
man zijn en in de even weken bij de vrouw, met het wisselmoment op zondagavond om 19.30 uur dan wel een andere zorgregeling die de rechtbank juist acht;
III. de vakanties voorlopig bij helfte worden verdeeld zoals weergegeven onder punt
van het verweerschrift, dan wel een andere regeling die de rechtbank juist acht;
IV. een voorlopige kinderalimentatie van € 70,- per maand wordt vastgesteld, dan wel
een ander bedrag dat de rechtbank juist acht.
Beoordeling
Uitsluitend gebruik echtelijke woning, toevertrouwing en voorlopige zorgregeling
De rechtbank stelt voorop dat zij het niet in het belang van de kinderen acht dat hun ouders tijdens de echtscheidingsprocedure samen in de echtelijke woning wonen. De rechtbank is uit de stukken en wat er tijdens de zitting is besproken gebleken dat de kinderen veel last hebben van de ruzies thuis en de manier waarop de ouders met elkaar omgaan. Die thuissituatie is niet langer houdbaar. Tijdens de zitting hebben beide ouders aangegeven dat zij het belangrijk vinden dat de kinderen regelmatig contact hebben met zowel de man als de vrouw. Tijdens de zitting is ook gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar allebei hun ouders hebben aangegeven dat zij graag drie of vier dagen bij de ene ouder willen zijn en dan weer de andere ouder willen zien. De rechtbank is van oordeel dat dit een goed uitgangspunt is om voor wat betreft de zorgregeling naartoe te werken. In dit kader is tijdens de zitting besproken of het voorlopig mogelijk is om te birdnesten. Omdat het draagvlak hiervoor bij de vrouw ontbreekt, vindt de rechtbank het niet passend om dat vast te leggen. De rechtbank moet daarom een belangenafweging maken wie met uitsluiting van de ander gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning en beslissingen nemen over de toevertrouwing van de kinderen en de voorlopige zorgregeling.
De rechtbank komt na een belangenafweging tot het oordeel dat het uitsluitend gebruik van de woning voor de duur van de echtscheidingsprocedure aan de vrouw wordt toegekend. Dat betekent dat het verzoek van de man op dat punt wordt afgewezen. De rechtbank heeft bij haar overweging betrokken dat de man tijdelijk bij zijn vader in huis kan verblijven. De rechtbank begrijpt dat dit geen ideale oplossing is, omdat de moeder van de man recent is overleden en zowel de vader van de man als de man zelf daar nog veel verdriet van hebben. De man kan echter wel bij zijn vader thuis terecht. Dit in tegenstelling tot de vrouw die nog geen geschikt alternatief heeft waar zij langere tijd kan verblijven. De rechtbank zal gelet op deze beslissing ook de kinderen toevertrouwen aan de vrouw, omdat de rechtbank het voor de kinderen belangrijk vindt dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven.
De rechtbank zal verder een voorlopige zorgregeling bepalen waarbij de man in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 19.30 uur zorg draagt voor de kinderen. Dat is immers het weekend waarin de vrouw werkt. Hiernaast zal de rechtbank bepalen dat de man in de even weken op donderdag uit school tot de bedtijd van de kinderen de zorg voor de kinderen draagt. Omdat de woning van de vader van de man te klein is om ook de kinderen op te vangen, zal de rechtbank bepalen dat de man op de momenten dat hij de zorg heeft voor de kinderen met de kinderen in de echtelijke woning kan verblijven. Op die momenten moet de vrouw de woning verlaten en zal zij voor zichzelf ergens anders tijdelijk onderdak moeten zoeken. De rechtbank gaat ervanuit dat dit de vrouw lukt, omdat zij tijdens de zitting heeft aangegeven dat dit voor korte periodes wel mogelijk is. Deze voorlopige zorgregeling neemt de rechtbank op in het dictum van de beschikking. Wat meer of anders is verzocht wordt afgewezen.
De rechtbank begrijpt uit het verzoek van de man dat hij ook vastgelegd wil hebben dat hij op maandag en woensdag van 17.00 uur tot 18.00 uur voetbaltraining geeft aan het voetbalteam van [minderjarige 1], zaterdag meegaat naar de wedstrijden en op zondag [minderjarige 1] naar de keeperstraining brengt en hem daar weer ophaalt. De rechtbank ziet geen reden om dit op te nemen in het dictum van de beschikking en wijst dat verzoek dus af. De rechtbank gaat er wel vanuit dat de begeleiding bij de trainingen en wedstrijden blijft doorgaan zoals gebruikelijk is. De man kan [minderjarige 1] ten behoeve daarvan ophalen en terugbrengen bij de echtelijke woning. Daarbij hoeft er geen contact te zijn tussen de ouders.
Voorlopige verdeling vakanties
De rechtbank zal bepalen dat partijen de vakanties in onderling overleg bij helfte moeten verdelen. De man verzoekt ook voor de voorjaarsvakantie, meivakantie en zomervakantie al een concrete verdeling vast te stellen. De rechtbank vindt het niet in het belang van de kinderen om nu een concrete verdeling van die vakanties vast te stellen, omdat nog niet duidelijk is wanneer er voor beide ouders een meer permanente woonruimte beschikbaar is waar zij ook langere tijd met de kinderen kunnen verblijven. De rechtbank zal dat deel van het verzoek dus afwijzen. De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat de ouders de concrete verdeling van de vakanties met elkaar gaan bespreken bij Jeugdteams [regio] waar zij naar zijn verwezen.
Voorlopige kinderalimentatie
De rechtbank stelt voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken. Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie, zoals opgenomen in het Rapport alimentatienormen, als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.
Behoefte
Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. Voor het bepalen van de behoefte moet eerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald.
De rechtbank begrijpt uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het NBI van de vrouw € 2.514,- per maand bedraagt en dat het NBI van de man € 2.900,- bedraagt. De rechtbank zal daarom voor het bepalen van de behoefte van de kinderen de berekening van de man volgen.
Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedraagt, inclusief kindgebonden budget, € 5.805,- per maand. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.335,- per maand.
De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.
Draagkracht vrouw
Zoals eerder overwogen, wordt in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure zoveel als mogelijk aangesloten bij de actuele situatie van partijen. De vraag of rekening moet worden gehouden met een verdiencapaciteit aan de kant van de vrouw bij het berekenen van een voorlopige kinderalimentatie, vergt nader onderzoek waarvoor in deze voorlopige voorzieningenprocedure geen ruimte is. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van de man op dit punt. De rechtbank merkt daarbij nadrukkelijk op dat in de bodemprocedure de kinderalimentatie definitief kan worden berekend en vastgesteld, waarbij de verdiencapaciteit van de vrouw één van de verschillende factoren is waarmee rekening zou kunnen worden gehouden.
Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van het inkomen zoals dat blijkt uit de salarisstroken oktober tot en met december 2025. De vrouw ontvangt een salaris van afgerond € 1.929,- bruto per maand. Hierbij krijgt zij een onregelmatigheidstoeslag van gemiddeld € 443,- per maand. Verder ontvangt de vrouw een eindejaarsuitkering van afgerond € 1.658,- bruto en vakantiegeld. De rechtbank houdt ook rekening met de gemiddelde en afgeronde bedragen voor de OP premie, AP premie en WGA-hiaatverzekering premie van € 236,- per maand, € 7,- per maand en € 3,- per maand.
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank gaat er vanuit dat de vrouw aanspraak kan gaan maken op het kindgebonden budget. Daarom houdt de rechtbank daar rekening mee in deze berekening. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het huidige NBI van de vrouw op € 3.204,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
De rechtbank gebruikt voor de berekening van de draagkracht de volgende formule:
70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)]. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 615,- per maand.
Draagkracht man
Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van het inkomen van afgerond € 3.361,- bruto per maand zoals blijkt uit de salarisstroken augustus tot en met oktober 2025. Hiernaast ontvangt de man vakantiegeld. De rechtbank houdt ook rekening met de pensioenpremie van afgerond € 106,- per maand en de WGA hiaat premie van afgerond € 6,- per maand.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank het huidige NBI van de man op € 2.917,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Advocaatkosten
De rechtbank zal geen rekening houden met de door de man opgevoerde advocaatkosten
(€ 1.625,- per maand). De rechtbank is niet gebleken dat de man een betalingsregeling heeft waarbij hij dit bedrag per maand aflost. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat deze last geen voorrang heeft op de onderhoudsverplichting richting de kinderen.
De rechtbank gebruikt voor de berekening van de draagkracht de volgende formule:
70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)]. De draagkracht van de man bedraagt dan € 474,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
De gezamenlijke draagkracht van partijen bedraagt € 1.089,- per maand (€ 615 + € 474). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 246,- per maand.
Zorgkorting
Gelet op de voorlopige zorgregeling die de rechtbank vaststelt, geldt naar het oordeel van de rechtbank een percentage van 25%. De zorgkorting bedraagt dan afgerond € 334,- per maand (25% van € 1.335,-).
Omdat sprake is van een tekort in draagkracht van € 246,- per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van € 211,- per maand (€ 334 - € 123). Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen bedraagt dan € 263,- per maand (€ 474 - € 211).
Ingangsdatum
De rechtbank vindt het redelijk om de datum van deze beschikking als ingangsdatum vast te stellen.
Conclusie
De rechtbank zal beslissen dat de man vanaf vandaag voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vrouw moet betalen van in totaal € 263,- per maand. Wat meer of anders is verzocht zal de rechtbank afwijzen.
Aanhechten berekening
De door de rechtbank gemaakte berekening is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder – met uitzondering van de momenten dat hij volgens de voorlopige zorgregeling de zorg draagt voor de kinderen – niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt een voorlopige zorgregeling waarbij de man de zorg draagt voor de kinderen:
*
bepaalt dat partijen de vakanties in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van in totaal € 263,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.