Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 25 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien in [geboorteplaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in [geboorteplaats] .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en tolk B. Badouri, de man met zijn advocaat en tolk J. Lakjaa, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast.
Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De relatie tussen partijen is al langere tijd verstoord. Een verzoeningspoging in de zomer van 2025 is op niets uitgelopen. Op 11 januari 2026 heeft de man een huisverbod opgelegd gekregen, na aangifte van de vrouw van geweld en dreiging met geweld. Op 21 januari 2026 is het huisverbod verlengd tot 8 februari 2026 (om 15.58 uur). De vrouw verblijft sindsdien met de kinderen in de woning en de man verblijft in een daklozenopvang. In het kader van het huisverbod is er hulpverlening betrokken bij het gezin, die ook de man ondersteunt met praktische zaken zoals aanmelding bij het Daklozenloket. Zowel de vrouw als de man verzoeken de rechtbank om de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan zichzelf toe te wijzen.
De rechtbank stelt voorop dat zowel de vrouw als de man er belang bij heeft om met uitsluiting van de ander gebruik te kunnen maken van de echtelijke woning. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure een belangenafweging moet maken. Doorslaggevend bij die belangenafweging is in dit geval aan wie de kinderen voor de duur van de scheidingsprocedure worden toevertrouwd. Niet doorslaggevend is aan wie in meer of mindere mate de relatiebreuk kan worden toegerekend dan wel wie een netwerk heeft waar hij of zij tijdelijk kan verblijven.
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd. Het is de rechtbank gebleken dat de vrouw de dagelijkse zorg voor de kinderen draagt. De man lijkt zich met name te concentreren op het voetballen van [de minderjarige 2] . Op dit moment verblijven de kinderen ook met de vrouw in de echtelijke woning en de rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij in de voor hen vertrouwde omgeving kunnen blijven.
De rechtbank zal daarom de kinderen in deze procedure toevertrouwen aan de vrouw en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning ook aan de vrouw toekennen. De betreffende verzoeken van de man zullen worden afgewezen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Ook het verzoek om de beschikking zo nodig ten uitvoer te leggen met de sterke arm wordt afgewezen, omdat dit reeds uit de wet (artikel 821 lid 4 juncto artikel 812 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) voortvloeit en verzoekster bij dit verzoek dus ook geen belang heeft.
Ten overvloede merkt de rechtbank op, zoals ook op de zitting is besproken, dat het in het belang van de kinderen is dat zij onder regie van de hulpverlening weer contact met de man hebben. De vrouw moet zich hiervoor inspannen en er zorg voor dragen dat de kinderen hieraan meewerken.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.