RECHTBANK DEN HAAG
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[betrokkene] ,
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698689 / FA RK 26-942
Datum beschikking: 5 februari 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 2 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 2 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en ondersteund door de tolk Engels, M. van Kaam;
- de arts, [naam 2] ;
- de moeder van betrokkene.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft aangegeven dat zij bij opname erg in de war was. Als internationale student moet zij aan hoge eisen voldoen en dit zorgde voor de nodige stress. Sinds de opname gaat het beter met haar. Betrokkene heeft geen nare gedachtes meer. Wanneer zij met ontslag mag, zal zij samen met haar moeder terugkeren naar [land] en kan zij vanaf afstand haar studie hervatten.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene verzet zich niet tegen de opname en behandeling. Indien betrokkene verder is gestabiliseerd kan zij bij haar moeder in Delft verblijven.
De arts heeft naar voren gebracht dat het grootste gevaar inmiddels is geweken. Betrokkene dreigde voorafgaand aan de opname suïcide te plegen en vertoonde ontremd gedrag. Inmiddels wordt betrokkene ingesteld op een antipsychoticum. Op dit moment is opname noodzakelijk om terugval te voorkomen. Betrokkene ziet zelf in dat zij behandeling nodig heeft. Voortzetting van de crisismaatregel wordt op dit moment niet noodzakelijk geacht.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat er niet is voldaan aan de vereisten voor het voorzetten van de crisismaatregel en komt daarom tot een afwijzing van het verzoek.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de situatie van betrokkene is gestabiliseerd. Betrokkene werkt vrijwillig mee aan de behandeling en neemt haar medicatie in. Betrokkene staat goed in contact met haar behandelaren. Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van verzet bij betrokkene en dat er mogelijkheden zijn voor zorg op basis van vrijwilligheid.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.