ECLI:NL:RBDHA:2026:4658

ECLI:NL:RBDHA:2026:4658

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 08-03-2026
Zaaknummer C/09/697767 / JE RK 26-71
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

opheffing ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/697767 / JE RK 26-71

Datum uitspraak: 5 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling

in de zaak van:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026, mee in de beoordeling.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij was [naam] namens de gecertificeerde instelling aanwezig.

De moeder heeft zich bij bericht van 2 februari 2026 afgemeld voor de zitting.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De moeder is eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 16 mei 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] toont nog steeds weinig motivatie om structureel mee te werken aan afspraken en regels, tenzij daar consequenties aan verbonden zijn. Zijn omgekeerde dag- en nachtritme en het volgen van zijn eigen plan bemoeilijken het naleven van afspraken en het opbouwen van structuur in zijn dagelijks leven. [de minderjarige] volgt geen school. Zijn motivatie hiervoor en het opbouwen van positieve sociale contacten ontbreekt nog steeds. Ook hier is [de minderjarige] de afspraken niet nagekomen. Na meerdere geboden kansen heeft het werktraject besloten het traject af te sluiten, wat een terugkerend patroon bij [de minderjarige] laat zien. [de minderjarige] heeft een jeugdreclasseringmaatregel sinds 16 mei 2023 in verband met een strafbaar feit. Hierbij is hij veroordeeld voor diefstal met geweld en gelden er schorsende voorwaarden. [de minderjarige] blowt en komt geregeld met politie in aanraking, onder andere vanwege wapenbezit. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat er door de jeugdreclasseerder een negatieve terugmelding zal worden gedaan, omdat [de minderjarige] zich niet aan de schorsende voorwaarden heeft gehouden. Bij [de minderjarige] ontbreekt de motivatie om afspraken daadwerkelijk na te komen, wat het behalen van een stabiele en gestructureerde opvoedomgeving bemoeilijkt, waardoor begeleid wonen nog niet is onderzocht. Het niet behalen van de doelen heeft tot gevolg dat [de minderjarige] geen vooruitgang heeft kunnen boeken in zijn ontwikkeling op drie belangrijke gebieden: het naleven van afspraken en regels, het volgen van school of werk en het opgroeien in een stabiele, gestructureerde en veilige opvoedomgeving. De ingezette hulpverlening heeft onvoldoende effect gehad, waarbij [de minderjarige] nog steeds onvoldoende gemotiveerd is om mee te werken. Ondanks dit is besloten de ondertoezichtstelling niet te verlengen en de ondertoezichtstelling vroegtijdig af te sluiten, omdat verdere inzet binnen dit traject geen vooruitgang lijkt te bieden. De verdere begeleiding en ondersteuning liggen bij de jeugdreclassering, de coach vanuit Akwaabazorg, en bij [de minderjarige] zelf en zijn netwerk.

4. De beoordeling

[de minderjarige] is in mei 2024 onder toezicht gesteld omdat er ernstige zorgen waren over zijn ontwikkeling, omdat hij onder andere fors zelfbepalend gedrag vertoonde, niet naar school ging en geen dagbesteding had, middelen gebruikte en meerdere keren in aanraking is geweest met de politie. Ook kwam hij afspraken en regels niet na en was hij niet gemotiveerd om te veranderen. Uit de stukken en de zitting is gebleken dat [de minderjarige] nog altijd onvoldoende gemotiveerd is om mee te werken aan hulpverlening, en fors zelfbepalend gedrag vertoont door regels en afspraken niet na te komen. Ondanks het aangeboden werkleertraject is [de minderjarige] er niet in geslaagd om onderwijs te gaan volgen, door zijn gebrek aan motivatie. Hierdoor is de benodigde hulpverlening onvoldoende van de grond gekomen. Hoewel de ontwikkelingsbedreiging daarmee nog steeds aanwezig is, heeft de betrokkenheid en de inzet van de gecertificeerde instelling en een eerdere gesloten machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] er niet toe geleid dat er dusdanige veranderingen teweeg gebracht zijn in de situatie. De gecertificeerde instelling heeft alle beschikbare mogelijkheden om hulp in te zetten benut, maar de kinderrechter verwacht niet dat het huidige patroon binnen afzienbare tijd doorbroken zal worden, zeker nu de resterende tijd tot [de minderjarige] meerderjarig wordt, beperkt is. De gecertificeerde instelling heeft deugdelijk onderbouwd waarom het voortzetten van de ondertoezichtstelling geen meerwaarde meer heeft. De kinderrechter is van oordeel dat de ondertoezichtstelling daarom niet langer uitvoerbaar is. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] opheffen met ingang van 5 februari 2026. De coach die bij [de minderjarige] betrokken is vanuit Akwaabazorg zal hem verder kunnen begeleiden en ondersteunen in het vrijwillig kader.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op met ingang van 5 februari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. T.E.F. Reijnders, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 23 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Veiga als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand