ECLI:NL:RBDHA:2026:4669

ECLI:NL:RBDHA:2026:4669

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer C/09/698233 / JE RK 26-111
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW)

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/698233 / JE RK 26-111

Datum uitspraak: 6 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , [land] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

en

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam] , namens de gecertificeerde instelling;

de ouders, bijgestaan door een tolk.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 augustus 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 12 augustus 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 december 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 19 februari 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Van mei tot begin november 2025 heeft [de minderjarige] verbleven in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Om thuisplaatsing van [de minderjarige] te realiseren is in september hulpverlening voor cultuur sensitieve opvoedondersteuning vanuit Massive Care ingezet. [de minderjarige] krijgt ook een op een begeleiding van Massive Care. Kort na de thuisplaatsing van [de minderjarige] is het echter opnieuw misgegaan. Bij [de minderjarige] is letsel op haar lichaam en oog geconstateerd. [de minderjarige] gaf aan dat de vader dit veroorzaakt heeft, maar hij ontkende dit. [de minderjarige] is gecontroleerd door de GGD en er is vastgesteld dat het letsel is toegebracht. Vanwege de complexiteit, de fysieke onveiligheid en ontkenning door de ouders is [de minderjarige] op 18 november 2025 opnieuw uit huis geplaatst. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling aangegeven dat er expertise nodig is vanuit ketenpartners (onder meer van gedragswetenschapper, politie, GGD) om een plan voor thuisplaatsing op te stellen. Het is namelijk van belang dat zorgvuldig wordt onderzocht hoe de veiligheid van [de minderjarige] in de thuissituatie kan worden gewaarborgd zodat zij succesvol kan worden thuisgeplaatst. De gecertificeerde instelling verwacht hiervoor een aantal maanden nodig te hebben en verzoekt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Enkele weken geleden heeft de jeugdbeschermer een gesprek gevoerd met de ouders waarin zij hun aandeel in de situatie hebben erkend. Momenteel heeft [de minderjarige] enkel telefonisch contact met de ouders. Voorafgaand aan de zitting heeft de gecertificeerde instelling van de ouders vernomen dat de ouders – zonder toestemming vanuit de gecertificeerde instelling – langs zijn geweest bij [de minderjarige] . De gecertificeerde instelling vindt het zorgelijk dat de ouders zich niet houden aan de gemaakte afspraken en hun eigen plan trekken. Het is de komende periode wel de bedoeling dat de omgang tussen [de minderjarige] , haar ouders en de andere gezinsleden de komende periode wordt uitbreid. Ook zal er met Massive Care worden bekeken wat er nodig is.

4. Het standpunt

Door de ouders is verweer gevoerd tegen het verzochte. De ouders willen dat [de minderjarige] weer thuis komt wonen. Volgens de vader is de situatie door instanties opgeblazen. Er worden dingen verzonnen en verdraaid. Ook lijkt het cultuurverschil een probleem te zijn. De vader vindt dat hij niet iets verkeerds heeft gedaan. Het letsel van [de minderjarige] is ontstaan doordat er op de desbetreffende dag meerdere incidenten hebben plaatsgevonden. [de minderjarige] had een ongeluk gehad met haar fatbike, er was onenigheid thuis (geslagen door haar broer en de vader) en er was een ruzie met een meisje op school. De moeder voegt daaraan toe dat de vader [de minderjarige] een duw heeft gegeven. Beide ouders benadrukken dat het handelen van de vader niet de oorzaak is van het letsel van [de minderjarige] . Hulpverlening is niet nodig, maar wordt geaccepteerd als dit noodzakelijk is. De ouders willen graag dat [de minderjarige] weer thuis komt wonen. De ouders vinden het niet prettig dat [de minderjarige] langer verblijft op de groep. Ze blijft daar tot laat in de avond buiten, er wordt niet goed voor haar gezorgd en ze wordt niet opgevoed op de manier die de ouders wenselijk achten.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

Op dit moment kan de veiligheid van [de minderjarige] niet worden gewaarborgd in de thuissituatie. [de minderjarige] is in de periode mei tot begin november 2025 uithuisgeplaatst. Zij heeft daarna gedurende enkele dagen weer thuis gewoond voordat zij opnieuw met een spoedmachtiging uit huis is geplaatst. In de thuissituatie is sprake van fysieke onveiligheid geweest waarbij er meermaals lichamelijk letsel bij [de minderjarige] is geconstateerd. De vader heeft ter zitting erkend [de minderjarige] te hebben geslagen. Om de thuissituatie te verbeteren is cultuur sensitieve hulpverlening vanuit Massive Care ingezet. Dit heeft echter onvoldoende verandering bewerkstelligd. De een op een begeleiding die [de minderjarige] krijgt ervaart zij als prettig en helpend. De kinderrechter vindt het van belang dat dit de komende periode wordt voortgezet. Ook dient er aanvullende hulpverlening voor [de minderjarige] te worden ingezet zodat zij weer toekomt aan haar ontwikkeltaken.

Daarom is een thuisplaatsing van [de minderjarige] momenteel niet in haar belang. Het is vanwege de veiligheidszorgen essentieel dat door specialisten op het gebied van eergerelateerd geweld zorgvuldig in kaart wordt gebracht wat er nodig is en welke veiligheidsafspraken noodzakelijk zijn. Ter zitting is gebleken dat de ouders zich niet houden aan de huidige veiligheidsafspraken en [de minderjarige] – zonder toestemming van de gecertificeerde instelling – opzoeken. De kinderrechter benadrukt met klem dat de veiligheidsafspraken duidelijk gecommuniceerd en gehandhaafd moeten worden zodat de veiligheid van [de minderjarige] kan worden gewaarborgd. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling en de specialisten daarnaast om de veiligheid van de huidige verblijfplaats van [de minderjarige] te beoordelen. Er kan slechts gewerkt worden aan een thuisplaatsing van [de minderjarige] als haar veiligheid kan worden gegarandeerd. Er moet worden voorkomen dat zij opnieuw in een gevaarlijke situatie terechtkomt waar zij fysiek dan wel mentaal letsel zal oplopen en wederom uit huis geplaatst zal moeten worden. De kinderrechter wil de gecertificeerde instelling daarbij, gelet op de leeftijd van [de minderjarige] , meegeven om rekening te houden met de wensen en behoeften van [de minderjarige] ten aanzien van haar verblijfplaats.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 augustus 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 23 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand