Verdeling zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 13 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.R.E. Blanken te Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten te ‘s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 15 mei 2025 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de raad) van 17 december 2025, kenmerk [kenmerk] ;
- het F9-formulier van 21 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 21 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
Op 23 januari 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling (C/09/696282 en JE RK 25-2140). Op laatstgenoemd verzoek is bij afzonderlijke beschikking van 6 februari 2026 beslist.
Ter zitting zijn verschenen:
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Raadsrapport
De Raad is van mening dat het belang van de kinderen zich niet verzet tegen contact met de vader. Beide kinderen vinden het contact met de vader prettig en er zijn geen aanwijzingen dat het contact onveilig zou zijn of dat er sprake is van situaties die het welzijn van de kinderen schaden. De Raad stelt een zorgregeling voor die wordt opgebouwd gedurende vier maanden, onder de voorwaarde dat de kinderen worden opgehaald en gebracht door oom van vaderszijde (vz) of middels overdracht bij het huis van opa van moederszijde (mz) en waarbij de jeugdbeschermer begeleiding biedt in afspraken en communicatie. De Raad stelt de volgende opbouw voor:
Maand 1
Weekenden: Eén dagdeel per weekend. Vader haalt de kinderen op zaterdag aan
het einde van de ochtend en brengt hen aan het einde van de middag terug
Maand 2
Weekenden: Uitbreiding naar één hele dag per weekend. Vader haalt de kinderen
op zaterdag na het ontbijt en brengt hen eind van de middag terug.
Doordeweeks: Eén korte middagcontact. Vader haalt de kinderen op woensdag na
school en brengt hen voor het avondeten weer terug.
Vakanties/feestdagen: Korte momenten in vakanties kunnen worden ingezet om te
oefenen met langere tijdblokken.
Maand 3
Weekenden: Overgang naar één nacht per twee weken. Vader haalt de kinderen op
vrijdag na schooltijd. Terugbrengmoment op zaterdag aan het einde van de middag.
Doordeweeks: Vader haalt de kinderen op woensdag na school en brengt hen na
het avondeten terug.
Vakanties/feestdagen: De eerstvolgende korte schoolvakantie kan deels volgens de
uiteindelijke verdeling worden ingevuld (bijvoorbeeld één aaneengesloten blok bij
vader, met dezelfde overdrachtsvoorwaarden).
Maand 4
Weekenden: De regeling loopt door naar het uiteindelijke patroon, zoals hierna beschreven.
Vakanties/feestdagen: Vanaf deze maand gaat de volledige vakantie- en
feestdagenregeling in zoals hierna beschreven.
Uiteindelijke zorg regeling:
■ Verder verblijven de kinderen in principe de eerste week tijdens de Kerstvakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader;
■ Tijdens oud en nieuw verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
waarbij de kinderen steeds door oom vz of opa mz. (door ouders zelf te regelen) zullen
worden gebracht en weer zullen worden teruggebracht (eventueel bij opa mz thuis).
Inhoudelijke beoordeling
Ter zitting is de door de Raad voorgestelde opbouw in de zorgregeling uitvoerig besproken met beide ouders. Beide ouders hebben aangegeven hiermee in te kunnen stemmen, maar behoefte te hebben aan concrete afspraken. Ook is gebleken dat de door de Raad voorgestelde begeleiders voor de overdrachtsmomenten (oom vz. of opa mz.) niet beschikbaar of bereid zijn om de overdrachtsmomenten (duurzaam) te begeleiden. Gelet hierop zijn op de zitting verschillende mogelijkheden besproken en hebben de ouders de volgende afspraken gemaakt voor de eerste maand (meer precies: voor 7, 14, 21, 28 februari en 7 maart 2026): de moeder zal de kinderen op zaterdag om 11.30 uur naar de woning van de zus van de vader, woonachtig aan [adres] , brengen. De zus dan wel de broer van de vader ( [naam 2] ) zal de kinderen van de moeder overnemen. De vader zal de kinderen daar om 12.00 uur ophalen. Om 20.00 uur brengt de vader de kinderen terug naar de woning van zijn zus, waar zijn zus dan wel voornoemde broer van de vader hen zal ontvangen. Om 20.30 uur komt de moeder de kinderen daar ophalen.
De rechtbank zal verder bepalen dat het contact tussen de vader en de kinderen zal worden opgebouwd conform het door de Raad voorgestelde schema zoals hierboven vermeld, waarbij voor de eerste maand de door de ouders gemaakte afspraken zullen gelden. Opgemerkt zij dat in maand 3 het terugbrengmoment in het weekend op zaterdag is, en niet op de door de Raad vermelde zondag. Het is van belang dat beide ouders zich houden aan deze afspraken en ook de afgesproken tijden nakomen zodat de overdrachtsmomenten zo rustig mogelijk verlopen voor de kinderen. Het is, mede gelet op het contactverbod dat tussen de ouders geldt, uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de ouders elkaar tegenkomen bij de overdrachtsmomenten.
Zoals hiervoor reeds vermeld, is gelijktijdig ook het verzoek ten aanzien van de ondertoezichtstelling behandeld. Nu de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, ziet de rechtbank geen aanleiding om ook concrete afspraken te maken voor de verdere opbouw van de zorgregeling. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders in onderling overleg samen met de jeugdbeschermer nadere invulling zullen geven aan het opbouwschema zoals door de Raad is voorgesteld, waarbij wordt toegewerkt naar een zorgregeling zoals door de vader is verzocht. Gelet hierop ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de zaak aan te houden en zal een eindbeslissing worden gegeven.
Tot slot merkt de rechtbank nog op dat zolang het contactverbod tussen de ouders geldt, het op de weg van de vader ligt om ervoor te zorgen dat er iemand beschikbaar is om de overdrachtsmomenten te faciliteren. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg, met hulp van de jeugdbeschermer dan wel hun advocaten, nieuwe afspraken maken als blijkt dat de zus dan wel de hiervoor genoemde broer van de vader niet langer bereid of in de gelegenheid zijn om de overdrachtsmomenten te faciliteren. Ter zitting is door de vader aangedragen dat het contactverbod mogelijk binnenkort wordt opgeheven. Wellicht ten overvloede benadrukt de rechtbank nogmaals dat, wanneer hier sprake van is, het van groot belang is dat de overdrachtsmomenten rustig (blijven) verlopen voor de kinderen en dat zij niet getuige worden van eventuele discussies of schermutselingen tussen de ouders.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking deze rechtbank van 21 oktober 2021 – :
*
bepaalt dat de kinderen bij de vader zullen zijn conform het hiervoor opgenomen opbouwschema, met dien verstande dat in maand 3 het terugbrengmoment in het weekend op zaterdag is en waarbij voor de eerste maand de volgende afspraken zullen gelden:
- de kinderen zullen elke zaterdag bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen om 11.30 uur naar de woning van de zus van de man aan [adres] zal brengen en de vader de kinderen om 12.00 uur daar zal ophalen en hen om 20.00 uur daar weer terug zal brengen, waarbij de moeder hen om 20.30 uur daar zal ophalen en waarbij de zus dan wel de voornoemde broer van de man de overdracht faciliteert, zodat ouders elkaar niet tegenkomen;
en waarbij de ouders vanaf maand twee samen met de jeugdbeschermer nadere afspraken zullen maken over de verdere invulling van het hiervoor opgenomen opbouwschema;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.