Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv
Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Ramsaroep in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij primair tot afwijzing van het verzoek van de vader, althans subsidiair tot het bepalen van begeleide omgang, zoals vermeld in de nummers 18 en 19, en zowel primair als subsidiair kosten rechtens.
Beoordeling
Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over doorverwijzing naar het traject omgangsbegeleiding. De ouders hebben vervolgens het meer of anders verzochte ingetrokken. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 13 januari 2026 al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981 tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen.
Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] , (de vader)
wonende in [woonplaats] aan de [adres 1] , [postcode 1] ,
en
[de moeder] , (de moeder)
wonende op een geheim adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
bepaalt dat de ouders de rechtbank dienen te informeren in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981 omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981 omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad toestuurt;
verzoekt de Raad bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981 te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.